4.1 Kenmerken van een vertrouwensrelatie
Een vertrouwensrelatie komt van twee kanten.
De vertrouwensrelatie is gelijkwaardig.
De vertrouwensrelatie is niet wederkerig, (jij bent zorgverlener van de cliënt, maar de cliënt
is dat niet van jouw).
Vertrouwen heeft te maken met de relatie tussen cliënt en zorgverlener. Vertrouwelijkheid gaat over
de privacy van de cliënt.
De cliënt kan zich alleen ontwikkelen en een veranderingsproces aangaan als hij zich veilig voelt. Een
cliënt die die vertrouwen heeft, is ontvankelijker voor begeleiding en ondersteuning.
Als zorgverlener kun je alleen goed functioneren als je vertrouwen hebt in de inzet van de cliënt en in
de afloop.
4.2 Werken aan een vertrouwensrelatie
In het begin staat het opbouwen van de vertrouwensrelatie centraal, daarna volgt het onderhouden
van deze relatie en tot slot komt de tijd om af te bouwen.
4.2.1 Eerste indruk
Elke vertrouwensrelatie begint met een eerste indruk, de ontmoeting tussen cliënt en zorgverlener is
erg belangrijk want binnen enkele seconde vormt de cliënt een beeld van de zorgvrager. Hiermee
bepaalt hij/zij of hij/zij vertrouwen heeft in het contact of niet.
Dit wordt bepaald door verschillende factoren:
Uiterlijk
Manier van spreken
Lichaamshouding
Taalgebruik
Stemklank
Andersom geldt hetzelfde, je krijgt een eerste indruk van de cliënt.je weet dat deze niet altijd
kloppen. Ze worden gefilterd door de beelden, verwachtingen of vooroordelen de je al had.
De eerste indrukken worden aangevuld door de manier waarop het contact verder verloopt. Daarom
is het belangrijk dat je gewone en respectvolle omgangsvormen hanteert zoals:
Beleefdheid: groeten, andere met ‘’u’’ aanspreken.
Hoffelijkheid: een praatje maken, de deur open houden, iets aangeven.
Bedanken: als iemand iets voor je heeft gedaan.
Excuses aanbieden: als je een fout of vergissing hebt gemaakt.
Geduldig zijn: ruimte maken voor verschillen in tempo en begrip.
Namen onthouden: de cliënt is nooit ‘’dingetje’’ of ‘’die dikke mevrouw’’.