Samenvatting Casus 2
Histologie van de borst
Rustende borst
Interlobulair stroma= stroma wat tussen de lobules ligt
Intralobulair stroma= stroma wat in de lobule ligt
Acini= secretoire eenheden
Blaasjes van de borstklier bestaan uit kubusvormige cellen en zijn omgeven door een netwerk van
myoepitheliale cellen. In de kubusvormige cellen kunnen melklipiden bevatten in het apicale gebied.
, Figuur 1: Histologische coupe van de borst. L=lumina, EP= kubusvormige epitheelcellen, CT= bindweefsel, pijlpunt=
melkbestanddelen, pijlen= druppeltjes melklipiden in EP
Tepel en Areola
De ronde, sterk gepigmenteerde huid in het midden
van de borst is het tepelhof. Het bevat zweetklieren
en talgklieren aan de rand evenals alveolaire klieren
(= klieren van Montgomery) die lijken op zowel
zweet- als borstklieren. In het midden van het
tepelhof bevindt zich de tepel, een uitsteeksel bedekt
met gelaagd plaveisel gekeratiniseerd epitheel dat
de eindopeningen van de melkkanalen bevat.
De kern van de tepel is samengesteld uit dicht,
onregelmatig collageenachtig bindweefsel met
overvloedige elastische vezels die verbonden zijn met
de omringende huid of verweven zijn in het
bindweefsel en een rijke component van gladde
spiercellen. Het rimpelen van de huid op de tepel is
het gevolg van de aanhechting van de elastische
vezels. De gladde spiercellen zij op twee manieren
Figuur 2: histologische coupe van tepelhof. Are=tepelhof,
gerangschikt: cirkelvormig en longitudinaal. D=melkkanaal, E=epidermis, De=dikkere dermis,
SeG=talgklier, CT=bindweefsel en SM=spierbundels
Histologie van de borst
Rustende borst
Interlobulair stroma= stroma wat tussen de lobules ligt
Intralobulair stroma= stroma wat in de lobule ligt
Acini= secretoire eenheden
Blaasjes van de borstklier bestaan uit kubusvormige cellen en zijn omgeven door een netwerk van
myoepitheliale cellen. In de kubusvormige cellen kunnen melklipiden bevatten in het apicale gebied.
, Figuur 1: Histologische coupe van de borst. L=lumina, EP= kubusvormige epitheelcellen, CT= bindweefsel, pijlpunt=
melkbestanddelen, pijlen= druppeltjes melklipiden in EP
Tepel en Areola
De ronde, sterk gepigmenteerde huid in het midden
van de borst is het tepelhof. Het bevat zweetklieren
en talgklieren aan de rand evenals alveolaire klieren
(= klieren van Montgomery) die lijken op zowel
zweet- als borstklieren. In het midden van het
tepelhof bevindt zich de tepel, een uitsteeksel bedekt
met gelaagd plaveisel gekeratiniseerd epitheel dat
de eindopeningen van de melkkanalen bevat.
De kern van de tepel is samengesteld uit dicht,
onregelmatig collageenachtig bindweefsel met
overvloedige elastische vezels die verbonden zijn met
de omringende huid of verweven zijn in het
bindweefsel en een rijke component van gladde
spiercellen. Het rimpelen van de huid op de tepel is
het gevolg van de aanhechting van de elastische
vezels. De gladde spiercellen zij op twee manieren
Figuur 2: histologische coupe van tepelhof. Are=tepelhof,
gerangschikt: cirkelvormig en longitudinaal. D=melkkanaal, E=epidermis, De=dikkere dermis,
SeG=talgklier, CT=bindweefsel en SM=spierbundels