Gezondheidsvoorlichting 2.1
Samenvatting
PO - Betrouwbaarheid, validiteit, onderzoekspopulatie en
steekproef
Validiteit
In GV1 hebben wij een gevalideerde SF-36 vragenlijst gebruikt. In de vragenlijst is al eerder
onderzocht dat je echt meet wat je wilt weten, namelijk de kwaliteit van leven.
Wat maakt kwaliteit van leven? Daarom is er gekeken naar lichamelijke maar ook geestelijke
gezondheid.
Zijn verschillende soorten validiteit:
- Constructvaliditeit
- Gezichtsvaliditeit
- Criteriumvaliditeit
- Interne validiteit
- Externe validiteit
Valide??
Na die 4 weken zet je hoogstwaarschijnlijk een snellere tijd neer. Maar of dit komt door de training
of door de vitaminesupplementen weet je niet. Er is geen controlegroep. Onderzoeksdesign die hier
gebruikt is, zorgt ervoor dat je niet valide bezig bent. Je kan geen duidelijke uitspraak doen of het
vitaminesupplement nou van invloed is geweest.
Valide kan beïnvloed worden door:
- De groep mensen waarbij je iets test
- Manier waarop je het onderzoek uitvoert
- Hoe de meting gedaan wordt
, Gezondheidsvoorlichting 2 B2 Jessica van Walstijn
Validiteit meetinstrument in GV2
Interne validiteit: Is jouw onderzoek dusdanig opgezet, dat je je onderzoeksvraag op logische wijs
mee kunt beantwoorden Meet je wat je wilt weten?
Vragen uit je vragenlijst moeten bijdragen geven aan een deelvraag. Hierdoor wordt je onderzoek
‘intern valide’.
Validiteit van je onderzoek wordt bepaald door je meetinstrument.
Validiteit van je onderzoek wordt ook bepaald door je onderzoeksontwerp (incl. design,
populatie en steekproef)
Betrouwbaarheid
Bij een herhaalde meting komt er precies hetzelfde uit.
Wanner betrouwbaarheid bepalen?
Vooraf:
- Betrouwbaarheid van het meetinstrument
(als ik het nu afneem komt er dan hetzelfde uit als ik het een week later afneem? –
Spreiding in je meetinstrument)
- Benodigde respons berekenen
(hoeveel respons heb je nodig voor een betrouwbaar resultaat?)
Achteraf:
- Daadwerkelijke respons
- (statistische test)
Betrouwbaarheid van een meetinstrument
Interbeoordelaars
o Laat je verschillende beoordelaars een meting uitvoeren. (Dan ga je kijken of er bij al
deze mensen hetzelfde uitkomt).
o Bijv. Geven al de docenten je hetzelfde cijfer voor 1 toets?
Intrabeoordelaars
o Betrouwbaarheid binnen dezelfde beoordelaar. Komt er een dag later dezelfde
antwoorden uit de vragenlijst?
o Meetinstrument die onafhankelijk is van hoe de persoon zich op die dag voelt
Interne consistentie (vragenlijst)
o Als mensen op een bepaalde vraag ‘a’ hebben ingevuld, dan verwacht je dat ze op
een soortgelijke vraag ook ‘a’ invullen.
Opzet betrouwbaarheidsonderzoek meetinstrument
Test-hertest-‘design’
Voer de meting vaker uit en kijk naar het verschil in resultaat
o Interbeoordelaars: Laat de meting uitvoeren door verschillende
personen
o Intrabeoordelaars: Laat de meting door 1 onderzoeker vaker
uitvoeren