Historische context 3
§1
Klassieke denker in China -> Confucius
Confucius bezig met onderlinge menselijke verhoudingen en
deugden
Þ Wens een ander niet toe wat je jezelf ook niet zou
wensen
Þ Bij beslissingen -> meerdere belangen
Þ Fatsoenlijk gedragen
Þ Bijdragen aan groter gemeenschap
Þ Ouders gehoorzamen en eren
Þ Hogere rang -> strikt aan confuciaanse regels houden
Confucianisme werd officiële leer van het keizerrijk
Þ Bestuurders erin getraind -> ambtenaarsexamens
Grote indruk op Europeanen -> door studeren naar hogere rang
Þ Toch nog corrupt: omkopen of weinig kennis
Bleef ruim 2000 jaar officiële staatsleer
Þ Exameneisen stonden vast
Þ Confucius moest precies gevolgd worden -> waarde aan
formaliteiten
Þ Keizers verkeerd handelen, ‘hemel’ straft
Chinese rijk was erg machtig en ontwikkeld -> zij voelden zich
de beste en niets kon hun overtreffen
Þ Middelpunt van de wereld: ‘rijk van het midden’
Þ Buitenwereld moest op afstand blijven -> Chinese
muur symbolisch
, §2
Europa ontwikkelde zich erg door industriële revolutie ->
westerlingen moeilijk buiten de deur houden
Door dwingen van Amerika opende Japan haar havens en het
overnemen van westerse cultuur, wetenschap en technologie ->
industriële natie
Þ China weerde en bleef achter
Europa had belangstelling bij sommige Chinese producten, maar
China niet -> ongelijke handelsbalans, ook wilde Europa niet
met zilver betalen maar met goederen
Þ Wel belang bij opium -> steeds meer onderdanen
verslaafd en probeerde import tegen te houden
Þ Britten en Fransen reageren met militaire
confrontatie -> midden 19e eeuw twee opiumoorlogen
§ Opium was aanleiding, maar eigenlijk Chinese
markt
§ Europa accepteerde buitensluiten niet
Þ Chinese schepen niet opgewassen tegen Europese
schepen -> China verloor -> vredesvoorwaarden
China onderverdeeld door Europa, andere delen Europese
invloedssferen -> gedwongen verdragen die in voordeel van
buitenlanders zijn -> ongelijke verdragen
Þ In sommige Chinese steden gold Europees recht en
maakten europezen dienst uit
§ Namen sommige taken ook over
Þ Chinezen werden in eigen land gediscrimineerd
Þ Winst verdween naar westen -> armoede nam toe in
China
Þ Verdragen werden gesloten met: Frankrijk, Duitsland,
Rusland, Japan en VS
China werd semikoloniaal, grote delen bestuurd door
buitenlandse mogendheden
Þ Qing-dynastie (19e eeuw) kon niet aan, maar China
liet niet over zich heen lopen.
§1
Klassieke denker in China -> Confucius
Confucius bezig met onderlinge menselijke verhoudingen en
deugden
Þ Wens een ander niet toe wat je jezelf ook niet zou
wensen
Þ Bij beslissingen -> meerdere belangen
Þ Fatsoenlijk gedragen
Þ Bijdragen aan groter gemeenschap
Þ Ouders gehoorzamen en eren
Þ Hogere rang -> strikt aan confuciaanse regels houden
Confucianisme werd officiële leer van het keizerrijk
Þ Bestuurders erin getraind -> ambtenaarsexamens
Grote indruk op Europeanen -> door studeren naar hogere rang
Þ Toch nog corrupt: omkopen of weinig kennis
Bleef ruim 2000 jaar officiële staatsleer
Þ Exameneisen stonden vast
Þ Confucius moest precies gevolgd worden -> waarde aan
formaliteiten
Þ Keizers verkeerd handelen, ‘hemel’ straft
Chinese rijk was erg machtig en ontwikkeld -> zij voelden zich
de beste en niets kon hun overtreffen
Þ Middelpunt van de wereld: ‘rijk van het midden’
Þ Buitenwereld moest op afstand blijven -> Chinese
muur symbolisch
, §2
Europa ontwikkelde zich erg door industriële revolutie ->
westerlingen moeilijk buiten de deur houden
Door dwingen van Amerika opende Japan haar havens en het
overnemen van westerse cultuur, wetenschap en technologie ->
industriële natie
Þ China weerde en bleef achter
Europa had belangstelling bij sommige Chinese producten, maar
China niet -> ongelijke handelsbalans, ook wilde Europa niet
met zilver betalen maar met goederen
Þ Wel belang bij opium -> steeds meer onderdanen
verslaafd en probeerde import tegen te houden
Þ Britten en Fransen reageren met militaire
confrontatie -> midden 19e eeuw twee opiumoorlogen
§ Opium was aanleiding, maar eigenlijk Chinese
markt
§ Europa accepteerde buitensluiten niet
Þ Chinese schepen niet opgewassen tegen Europese
schepen -> China verloor -> vredesvoorwaarden
China onderverdeeld door Europa, andere delen Europese
invloedssferen -> gedwongen verdragen die in voordeel van
buitenlanders zijn -> ongelijke verdragen
Þ In sommige Chinese steden gold Europees recht en
maakten europezen dienst uit
§ Namen sommige taken ook over
Þ Chinezen werden in eigen land gediscrimineerd
Þ Winst verdween naar westen -> armoede nam toe in
China
Þ Verdragen werden gesloten met: Frankrijk, Duitsland,
Rusland, Japan en VS
China werd semikoloniaal, grote delen bestuurd door
buitenlandse mogendheden
Þ Qing-dynastie (19e eeuw) kon niet aan, maar China
liet niet over zich heen lopen.