Wat is een verhaal/ roman?
- prozatekst waar personages in voorkomen die handelingen verrichten.
- Handelingen hebben vaak bepaalde tijdsduur en staan in tijdsvolgorde
- Spelen zich af in een ruimte en een historische tijd
- Het geheel wordt de lezer meegedeeld vanuit een perspectief
Verhaaltheorie/ romantheorie-> narratologie= vertelling
Compositie= wijze waarop het verhaal is vormgegeven
Een schrijver bedenkt een verhaal, een reeks gebeurtenissen= inhoud
= vertelde, story, fabel
- chronologisch. Toen gebeurde er dit…. toen dit….
Schrijver zet dit op papier op een bepaalde manier= vorm
= vertelling, plot, sujet
- Vormgeving door bijv. wijziging volgorde, wisselende perspectieven, tijdversnelling/
vertraging
Handeling= alle gebeurtenissen die in het verhaal plaatsvinden (plot, intrige)
Thema= korte samenvatting in enkele zinnen van de inhoud
Onderwerp= korte samenvatting van enkele woorden-> roman onderwerpen worden
‘genres’ genoemd (oorlogsroman, liefdesroman, misdaadroman)
Idee= wanneer een roman ook een bedoeling heeft-> schrijver geeft visie over mens en
maatschappij
- eenvoudige romans/ verhalen meestal 1 handeling
- uitgebreide hebben een hoofdhandeling en behandelingen
- dubbelroman= 2 hoofd handelingen/ 2 thema’s naast elkaar
- ingelast verhaal= kort verhaal in een roman
- kader- / raamvertelling= de roman dient alleen om de verhalen erin bij elkaar te
houden (1001 nacht)
- Spanning= roman is zo geschreven dat je verder wilt lezen
- Slot: open einde, gesloten einde, trucjes zoals cirkelvorm
- Stof= het hele verhaal wordt in een ander verhaal herhaald (vaak bij films)
- Motieven= terugkerend idee, voorwerp of beeld in het verhaal; motieven zijn vaak
symbolisch en dragen bij aan het algemene thema
- externe motieven= komen voor in andere verhalen (achilleshiel)
- interne motieven= komen voor in 1 verhaal (niesbui)
- allusie= toespeling op/ verwijzing naar bekend geachte personen, gebeurtenissen
- prozatekst waar personages in voorkomen die handelingen verrichten.
- Handelingen hebben vaak bepaalde tijdsduur en staan in tijdsvolgorde
- Spelen zich af in een ruimte en een historische tijd
- Het geheel wordt de lezer meegedeeld vanuit een perspectief
Verhaaltheorie/ romantheorie-> narratologie= vertelling
Compositie= wijze waarop het verhaal is vormgegeven
Een schrijver bedenkt een verhaal, een reeks gebeurtenissen= inhoud
= vertelde, story, fabel
- chronologisch. Toen gebeurde er dit…. toen dit….
Schrijver zet dit op papier op een bepaalde manier= vorm
= vertelling, plot, sujet
- Vormgeving door bijv. wijziging volgorde, wisselende perspectieven, tijdversnelling/
vertraging
Handeling= alle gebeurtenissen die in het verhaal plaatsvinden (plot, intrige)
Thema= korte samenvatting in enkele zinnen van de inhoud
Onderwerp= korte samenvatting van enkele woorden-> roman onderwerpen worden
‘genres’ genoemd (oorlogsroman, liefdesroman, misdaadroman)
Idee= wanneer een roman ook een bedoeling heeft-> schrijver geeft visie over mens en
maatschappij
- eenvoudige romans/ verhalen meestal 1 handeling
- uitgebreide hebben een hoofdhandeling en behandelingen
- dubbelroman= 2 hoofd handelingen/ 2 thema’s naast elkaar
- ingelast verhaal= kort verhaal in een roman
- kader- / raamvertelling= de roman dient alleen om de verhalen erin bij elkaar te
houden (1001 nacht)
- Spanning= roman is zo geschreven dat je verder wilt lezen
- Slot: open einde, gesloten einde, trucjes zoals cirkelvorm
- Stof= het hele verhaal wordt in een ander verhaal herhaald (vaak bij films)
- Motieven= terugkerend idee, voorwerp of beeld in het verhaal; motieven zijn vaak
symbolisch en dragen bij aan het algemene thema
- externe motieven= komen voor in andere verhalen (achilleshiel)
- interne motieven= komen voor in 1 verhaal (niesbui)
- allusie= toespeling op/ verwijzing naar bekend geachte personen, gebeurtenissen