lOMoARcPSD|8900959
Samenvatting Biologie 5 havo bijna alle stof schoolexamen
Scheikunde - 5e klas (HAVO)
Studeersnel wordt niet gesponsord of ondersteund door een hogeschool of universiteit
Gedownload door Thomasvv ()
, lOMoARcPSD|8900959
Samenvatting Biologie SE2
Thema 3 vertering
Basisstof 1 Voedingsstoffen
Voedingsmiddelen --> is alles wat je eet en drinkt.
Voedingsstoffen --> de bruikbare bestanddelen van voedingsmiddelen.
Voedingsstoffen kunnen dienen als bouwstoffen voor de productie van
organische moleculen bij de voortgezette assimilatie. Deze moleculen zijn nodig
voor groei en ontwikkeling, voor vervanging van afgestorven cellen en voor
herstel van verwondingen. Voedingsstoffen kunnen ook dienen als brandstoffen
om energie te leveren voor de dissimilatie. De energie is nodig om te kunnen
bewegen, voor het op peil houden van de lichaamstemperatuur en voor groei,
ontwikkeling en herstel.
Eiwitten (proteïnen), functie: vooral bouwstoffen. Komen voor in tussencelstof
(collageen, kraakbeen, been) zijn nodig bij het transport van stoffen
(transporteiwitten), de celcommunicatie (signalen overbrengen; hormonen,
neurotransmitters) en bij chemische reacties. Een teveel aan opgenomen
eiwitten wordt opgeslagen; ze worden omgezet in glucose en verbrand.
Essentiële aminozuren moeten in het voedsel aanwezig zijn, omdat ze niet of in
onvoldoende mate in het lichaam van de mens kunnen worden gevormd.
Koolhydraten (sachariden), functie: vooral brandstoffen kan ook als
bouwstoffen (o. a. DNA, ATP en in celmembranen). Een teveel aan opgenomen
koolhydraten wordt omgezet in glycogeen of ver en opgeslagen.
Voedingsvezel --> stoffen afkomstig van plantaardige voedingsmiddelen die niet
door enzymen van de mens kunnen worden verteerd. Functie: de darmwerking
bevorderen.
Vetten (lipiden), functie: vooral brandstoffen, ook bouwstoffen (fosfolipiden
in membranen). Kan ook dienen als oplosmiddel voor sommige vitamines: A, D, E
en K.
Water, functie: bouwstof (in lichaamscellen). Dient ook als oplosmiddel en
transportmiddel en bepaalt samen met de opgeloste stoffen de osmotische
waarde van vloeistoffen in het lichaam. Organismen bestaan voor het grootste
deel uit water.
Mineralen (zouten), functie: bouwstoffen (calcium en fosfor in de
tussencelstof van veenweefsel en tandbeen).
Spoorelementen --> mineralen die in geringe hoeveelheden in het voedsel
aanwezig zijn. Ze zijn vaak bestanddeel van enzymen of hormonen.
Gedownload door Thomasvv ()
Samenvatting Biologie 5 havo bijna alle stof schoolexamen
Scheikunde - 5e klas (HAVO)
Studeersnel wordt niet gesponsord of ondersteund door een hogeschool of universiteit
Gedownload door Thomasvv ()
, lOMoARcPSD|8900959
Samenvatting Biologie SE2
Thema 3 vertering
Basisstof 1 Voedingsstoffen
Voedingsmiddelen --> is alles wat je eet en drinkt.
Voedingsstoffen --> de bruikbare bestanddelen van voedingsmiddelen.
Voedingsstoffen kunnen dienen als bouwstoffen voor de productie van
organische moleculen bij de voortgezette assimilatie. Deze moleculen zijn nodig
voor groei en ontwikkeling, voor vervanging van afgestorven cellen en voor
herstel van verwondingen. Voedingsstoffen kunnen ook dienen als brandstoffen
om energie te leveren voor de dissimilatie. De energie is nodig om te kunnen
bewegen, voor het op peil houden van de lichaamstemperatuur en voor groei,
ontwikkeling en herstel.
Eiwitten (proteïnen), functie: vooral bouwstoffen. Komen voor in tussencelstof
(collageen, kraakbeen, been) zijn nodig bij het transport van stoffen
(transporteiwitten), de celcommunicatie (signalen overbrengen; hormonen,
neurotransmitters) en bij chemische reacties. Een teveel aan opgenomen
eiwitten wordt opgeslagen; ze worden omgezet in glucose en verbrand.
Essentiële aminozuren moeten in het voedsel aanwezig zijn, omdat ze niet of in
onvoldoende mate in het lichaam van de mens kunnen worden gevormd.
Koolhydraten (sachariden), functie: vooral brandstoffen kan ook als
bouwstoffen (o. a. DNA, ATP en in celmembranen). Een teveel aan opgenomen
koolhydraten wordt omgezet in glycogeen of ver en opgeslagen.
Voedingsvezel --> stoffen afkomstig van plantaardige voedingsmiddelen die niet
door enzymen van de mens kunnen worden verteerd. Functie: de darmwerking
bevorderen.
Vetten (lipiden), functie: vooral brandstoffen, ook bouwstoffen (fosfolipiden
in membranen). Kan ook dienen als oplosmiddel voor sommige vitamines: A, D, E
en K.
Water, functie: bouwstof (in lichaamscellen). Dient ook als oplosmiddel en
transportmiddel en bepaalt samen met de opgeloste stoffen de osmotische
waarde van vloeistoffen in het lichaam. Organismen bestaan voor het grootste
deel uit water.
Mineralen (zouten), functie: bouwstoffen (calcium en fosfor in de
tussencelstof van veenweefsel en tandbeen).
Spoorelementen --> mineralen die in geringe hoeveelheden in het voedsel
aanwezig zijn. Ze zijn vaak bestanddeel van enzymen of hormonen.
Gedownload door Thomasvv ()