Les 1
16 september
Atomen en de relatie met voeding
Klasse verbindingen atomen
- Koolhydraten - alleen C, H en O
- Vetten - alleen C, H en O
- Eiwitten - C, H en O en ook N en S
- P = fosfor zit in DNA en RNA
Literatuurbenamingen
- Koolhydraten sachariden
- Vetten lipiden
- Eiwitten proteïnen
Verschillende soorten koolhydraten
Klasse Eenheden Molecuulformule
Koolhydraten CnH2nOn
Monosachariden :
- Glucose Glc C6H12O6
- Fructose Fru C6H12O6
- Galactose Gal C6H12O6
- Ribose Rib C5H10O5
Disachariden :
- Sacharose Glc – Fru C12H22O11
- Lactose Gal – Glc C12H22O11
- Maltose Glc – Glc C12H22O11
Triviale namen (uit je hoofd kennen)
- Glucose druivensuiker
- Fructose vruchtensuiker
- Maltose moutsuiker
- Sacharose, sucrose tafelsuiker
- Lactose melksuiker
Zetmeel
Je hebt 2 soorten zetmeel :
- Amylose onvertakt glucose
- Amylopectine vertakt glucose
- Cellulose onvertakt glucose
- Glycogeen vertakt glucose
- Pectine vertakt galactose
Een molecuul in onze voeding
- Druivensuiker of glucose
, - Een molecuul is opgebouwd uit atomen
- Starch = zetmeel
Vetten
- Opgebouwd uit 3 vetzuren en glycerol
Proteïnen
- Een eiwit kan je voorstellen als een kralen ketting. Elk kraaltje heet een aminozuur, er zijn 20
verschillende aminozuren.
- H2O Water
- NH3 Ammoniak
- CH4 Methaan
Atoombouw
- Atoom bestaat uit een atoomkern met daar omheen elektronen (negatieve lading)
- Kern bestaat uit protonen (positieve lading) en neutronen (zonder lading)
Rekenen aan atomen
- Aantal protonen (kern) = atoomnummer
- Aantal protonen + aantal neutronen = massagetal
- Massagetal 12
- C6
- Atoomnummer 6
o Aantal neutronen = 12 – 6 = 6 neutronen
- Op de toets komt het als C – 12
- Atoomnummer verandert niet
Rekenen aan koolstof atoom
- Isotopen hebben hetzelfde atoomnummer, en een verschillend massagetal
o Aantal protonen is hetzelfde, aantal neutronen is verschillend
Atomen en ionen
- Een atoom heeft evenveel protonen als elektronen
- Ionen zijn elektrisch geladen atomen. Elektronen kunnen namelijk worden opgenomen of
worden afgestaan
- Alleen de elektronen die het verste weg staan van de positief geladen atoomkern kunnen
vertrekken of worden opgenomen
- Positief geladen ion : meer protonen, minder elektronen
- Negatief geladen ion: minder protonen, meer elektronen
Covalentie
- Waterstof (H) 1
- Zuurstof (O) 2
, - Stikstof (N) 3
- Koolstof (C) 4
Structuurformule glucose