Week 1
- Casus cumulatie
Bank verricht vrijgestelde prestatie aan ondernemer A. Kosten bank bestaan uit
arbeidsloon/fee € 1000 en materiaalkosten € 500 + 21% BTW = 105 euro.
a. Welk bedrag factureert de bank?
De bank factureert € 1.605 = 1.000 + 500 + 105. De bank factureert zonder btw. De bank
verricht namelijk vrijgestelde prestaties, art. 11-1i OB. De ondernemer die vrijgestelde
prestaties verricht heeft geen recht op vooraftrek, art. 15-1 OB: een en ander voor zover
gebruikt voor belaste handelingen. Wil een bank kostendekkend werken dan moeten zij de
btw die niet in aftrek kan worden gebracht in rekening brengen bij de afnemer.
Vervolg: A verricht belaste prestaties. Overige kosten van A zijn 2.000 + 21% BTW
= 420 en A wil daarbij een winst behalen op dit project van 395 euro.
b. Welk bedrag factureert A?
1.605 + (2.000 + 420) = 4.025 euro, A verricht belaste prestaties, dus mag de btw in
vooraftrek brengen. Dit betreft ‘factuur btw’, ondernemer aan andere ondernemer die de btw
op de factuur vermeld. Dan mag afnemer, mits verrichten belaste prestaties, een en ander
voor zover gebruikt voor belaste handelingen, btw in vooraftrek brengen, art. 15-1a OB.
4.025 – 420 = 3.605 euro, daarnaast wil A een winst behalen van 395 euro
3.605 + 395 = 4.000 euro
21% * 4.000 = 840 euro aan btw
Het bedrag dat A factureert is 4.000 + 840 = 4.840 euro
! Gevolg van deze casus is wel dat er cumulatie heeft plaatsgevonden! Een opeenstapeling
van de btw, dat gaat ten koste van de economische neutraliteit. De 150 euro wordt namelijk
nog een keer belast met 21% btw. Aangezien bank haar inkoop-btw niet in vooraftrek heeft
kunnen brengen en deze niet in vooraftrek gebrachte btw wel in rekening is gebracht bij de
koper, A.
- Casus ondernemerschap en aftrek van voorbelasting
X is werkzaam als zelfstandig juriste. Op 12 december 2011 koopt X voor € 24.509,34 zilver.
De btw die hierbij in rekening wordt gebracht (€ 4677,59) vraagt X terug.
Heeft X recht op vooraftrek?
Nee, X handelt niet als ondernemer, met de aankoop van het zilver heeft X niet beoogd
duurzaam economische activiteiten te verrichten.
Extra motivering: Hof Amsterdam oordeelt dat X met betrekking tot de aankoop van zilver
niet als btw-ondernemer kan worden aangemerkt. Volgens het hof maakt X namelijk niet
aannemelijk dat zij met de aankoop van het zilver heeft beoogd duurzaam economische
activiteiten te verrichten. Het hof overweegt daarbij dat X slechts heeft aangevoerd dat zij het
zilver heeft aangeschaft ten einde het te zijner tijd te verkopen. Verder merkt het hof nog op
dat het bezit van zilver als zodanig geen inkomsten oplevert, en dat het enige te behalen
rendement wordt gerealiseerd bij een latere verkoop van het zilver met winst. Deze,
eventuele, opbrengst heeft volgens het hof niet het in dit verband vereiste duurzame
karakter. Het gelijk is aan de inspecteur.
(Gerechtshof 5 januari 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:69, artikel 7 Wet OB, Hoge Raad, 24
november 2017, ECLI:NL:HR:2017:2983, De Hoge Raad bevestigt de uitspraak van het hof)
, - Casus exploitant vermogensbestanddeel
Een DGA bouwt een bedrijfspand voor € 200.000 + € 42.000 btw. De DGA verhuurt het
bedrijfspand aan zijn BV voor € 1.000 per maand. De BV verricht belaste prestaties.
Wie is ondernemer?
De DGA exploiteert vermogensbestanddelen om er duurzaam opbrengst uit te verkrijgen, art.
7-2b OB. De BV is dus ondernemer, art. 7 OB. Altijd vermelden dat er sprake kan zijn van
een fiscale eenheid! Natuurlijke personen en lichamen die ondernemer zijn en die in
Nederland wonen/gevestigd zijn en die financieel (> 50%), organisatorisch (wie is de baas)
en economische verwevenheid (gemeenschappelijke klantenkring, complementaire
prestaties) hebben. Op verzoek wordt er gehandeld alsof er één ondernemer voor de btw is,
art. 7-4 OB.
- Casus fictieve dienst privégebruik auto ondernemer – natuurlijk persoon
Ondernemer X koopt een auto voor € 20.000 + btw € 4.200, catalogusprijs is € 30.000.
Brandstofkosten en reparatiekosten 3.000 + btw 630. Hij gebruikt de auto zakelijk en privé,
hij houdt geen kilometer administratie bij. X verricht belaste prestaties.
Wat adviseer je X?
Wat zijn de btw-consequenties?
Advies:
Auto aanmerken als ondernemingsvermogen. Dit geeft een liquiditeitsvoordeel, de € 4.200
aan btw krijg je namelijk terug en ‘administratie’-voordeel (bijhouden km is niet nodig) als
gevolg.
Btw-consequenties:
Geheel vooraftrek btw op aanschafkosten en onderhoud : 4.200 + 630 = 4.830 euro
Belasten privégebruik via Beleidsbesluit: jaarlijks 2,7% * 30.000 catalogusprijs = 810 euro
Aangifte OB: 810 -/- 4.830 = teruggave 4.010 euro.
- Casus verschuldigdheid, voldoening en verlegging
Belgische schilder A schildert bedrijfspand in Nederland voor ondernemer die gevestigd is in
Frankrijk.
Pas het stappenplan toe voor A tot en met plaats van dienst.
Stap 1: A is ondernemer, art. 7-1 OB.
Stap 2: A verricht een dienst, hij schildert het bedrijfspand, art. 4-1 OB.
Stap 3: Plaats van dienst is waar de onroerende zaak is gelegen, Nederland, art. 6b OB.
- Casus bestemmingslandbeginsel, oorsprongslandbeginsel, ICL, uitvoer
en nultarief
Van Nederland naar …
X handelt in exclusieve flatscreens. X verkoopt een apparaat voor € 5.000 exclusief btw aan
Y die woonachtig is in Duitsland. X verkoopt een apparaat voor € 5.000 exclusief btw aan Z
die woonachtig is in Canada.
Naar een andere lidstaat:
Hoe vindt de heffing plaats als buitenlands ingezetene ondernemer is?
Stap 1: X is ondernemer, art. 7-1 OB.
Stap 2: X levert goederen, art. 3-1a OB.
Stap 3: Plaats van levering is daar waar de verzending aanvangt, Nederland, art. 5-1a OB.
Stap 4: Geen vrijstelling, art. 11 OB.
Stap 5: Maatstaf van heffing is de vergoeding, € 5.000, art. 8-1 OB.
,Stap 6: Afnemer is ondernemer. Het tarief is te vinden in art. 9 OB jo. tabel II post a 6 OB.
Het goed wordt vervoerd naar een andere lidstaat (incl. vervoersbewijs), wordt afgenomen
door een ondernemer die aldaar een intracommunautaire verwerving verricht en de
leverancier beschikt over het geldige btw-identificatienummer, het nultarief is van toepassing.
Hoe vindt de heffing plaats als buitenlands ingezetene particulier is?
Stap 1: X is ondernemer, art. 7-1 OB.
Stap 2: X levert goederen, art. 3-1a OB.
Stap 3: Plaats van levering is daar waar de verzending aanvangt, Nederland, art. 3-1a OB.
Eventueel is de afstandsverkopenregeling van toepassing. Hoofdregel daarvan: De plaats
van levering is daar waar het goed aankomt, Duitsland, art. 5a-1 OB. Een voorwaarde is dat
wordt voldaan aan het drempelbedrag van € 100.000, art. 5a-4 OB, maar hier wordt niet aan
voldaan. De ondernemer die de leveringen verricht kan ook nog een verzoek doen om lid 4
niet van toepassing te laten zijn, plaats van aankomst geldt dan weer, art. 5a-5 OB.
Stap 4: Geen vrijstelling, art. 11 OB.
Stap 5: Maatstaf van heffing is de vergoeding, € 5.000, art. 8-1 OB.
Stap 6: Tabel 2 post a 6 OB is niet van toepassing, want geen ondernemer. In beginsel is
hierop het 21% tarief van toepassing.
Naar een derde-land:
Hoe vindt de heffing plaats als buitenlands ingezetene ondernemer is?
Hoe vindt de heffing plaats als buitenlands ingezetene particulier is?
Stap 1: X is ondernemer, art. 7-1 OB.
Stap 2: X levert goederen, art. 3-1a OB.
Stap 3: Plaats van levering is daar waar de verzending aanvangt, Nederland, art. 5-1a OB.
Stap 4: Geen vrijstelling, art. 11 OB.
Stap 5: Maatstaf van heffing is de vergoeding, € 5.000, art. 8-1 OB.
Stap 6: Het nultarief is van toepassing, art. 9-2b jo. tabel 2 post a 2 OB, goederen die door
een ondernemer worden uitgevoerd buiten de Europese Unie zijn belast 0% in Nederland.
OB is een verbruiksbelasting en het verbruik vindt plaats buiten de EU, buiten Nederland. Er
is geen onderscheid bij de afnemer, of deze ondernemer of particulier is.
Als er sprake zou zijn geweest van een dienst, dan is de plaats van dienst buiten de EU op
grond van art. 6-1 OB = einde stappenplan. Nederland komt hierdoor niet aan heffen toe,
bestemmingslandbeginsel.
- Casus bestemmingslandbeginsel, oorsprongslandbeginsel, ICL, uitvoer
en nultarief
Van een andere lidstaat naar Nederland
A handelt in exclusieve flatscreens. A gevestigd in Duitsland verkoopt een apparaat voor
€ 5.000 exclusief btw aan B die woonachtig is in Nederland. A gevestigd in Canada verkoopt
een apparaat voor € 5.000 exclusief btw aan B die woonachtig is in Nederland.
Hoe vindt de heffing plaats als buitenlands ingezetene ondernemer is?
Het stappenplan van art. 17a OB ev. wordt alleen gebruik bij de verwerver. Bij de
buitenlandse leverancier is het Nederlandse stappenplan van toepassing. Het gaat erom dat
we erachter komen bij een ICV of ICL waar de verkoop belast is.
Stap 1: A is ondernemer, art. 7-1 OB.
Stap 2: Er is sprake van een eigendomsoverdracht, een levering, art. 3-1a OB.
Stap 3: Plaats van levering is daar waar het vervoer of de verzending aanvangt, Duitsland
dus, art. 5-1a OB.
Stap 4: Geen vrijstelling, art. 11 OB.
, Stap 5: Maatstaf van heffing is de vergoeding, € 5.000, art. 8-1 OB.
Stap 6: Het 0% tarief is van toepassing, art. 9-2b OB jo. Tabel II post a6 OB. A mag conform
de Nederlandse wet het 0% tarief toepassen, mits er sprake is van een ondernemer die
beschikt over het geldige btw-identificatie nummer van de afnemer, het vervoer van de
goederen naar een andere lidstaat is (incl. vervoersbewijs) en de goederen in die staat zijn
onderworpen aan ICV, art. 12-2a ten tweede Uitv. Besl. OB.
Stap 7: De belasting die verschuldigd is geworden ter zake van een door een andere
ondernemer verrichte prestatie mag in aftrek worden gebracht mits er een factuur aanwezig
is en voor zover de goederen worden gebruikt voor belaste prestaties, art. 15-1a OB.
Art. 12 OB wordt meestal gebruik indien er een buitenlandse ondernemer is die de prestatie
verricht, om te controleren wie de belasting betaalt.
Hoe vindt de heffing plaats als NL-ingezetene ondernemer is?
Stap 1: B is ondernemer, art. 7-1 OB.
Stap 2: Er is sprake van een intracommunautaire verwerving, art. 1-b jo. 17a OB.
Stap 3: De plaats van de ICV is de plaats van aankomst, Nederland, art. 17b OB.
Stap 4: Geen vrijstelling, art. 17e OB.
Stap 5: Maatstaf van heffing is de vergoeding, art. 17c OB.
Stap 6: Het 21% tarief is van toepassing, art. 17d jo. 9-1 OB.
Stap 7: De belasting welke is verschuldigd ter zake van een verrichte ICV door een
ondernemer is aftrekbaar, mits de ondernemer in het bezit is van een factuur en voor zover
de goederen worden gebruikt voor belaste prestaties, art. 15-b OB.
Hoe vindt de heffing plaats als NL-ingezetene particulier is?
Ingezetene is particulier. Er is geen sprake van een belastbaar feit op grond van art. 1 OB.
De heffing zal in een andere lidstaat zijn. De afstandsverkopenregeling kan van toepassing
zijn, indien goederen door of namens de ondernemer (leverancier) vervoerd worden aan een
particulier, de heffing zal dan in een andere lidstaat zijn.
Van een derde-land (invoer) Bij deze vraag eigenlijk altijd levering en invoer beoordelen!!
Hoe vindt de heffing plaats als NL-ingezetene ondernemer is?
Stap 1: Ingezetene, B, is ondernemer, art. 7-1 OB.
Stap 2: Belastbaar feit op grond van art. 1-d OB. Er is sprake van invoer, art. 18 OB
Stap 3: Plaats van invoer is het brengen van goederen in Nederland, Nederland, art. 18 OB.
Stap 4: Geen vrijstelling, art. 21 OB.
Stap 5: Maatstaf van heffing is de douanewaarde, art. 19-1 OB.
Stap 6: De belasting bedraagt 21%, art. 20 OB.
Stap 7: De belasting wordt betaald bij de douane, art. 22 OB. Diegene die de goederen
ophaalt krijg een uitnodiging tot betaling. De belasting die verschuldigd is geworden ter zake
van door de ondernemer verrichte invoer is aftrekbaar, mits de goederen worden gebruikt
voor belaste prestaties, art. 15-1c ten eerste OB.
Verlegging van belasting kan alleen, mits sprake is van regelmatige invoer, art. 23 OB.
Alleen bij ondernemers. Dan hoeft de belasting niet betaald te worden bij de douane, maar
kan deze per aangifte OB worden aangegeven en is er een recht op vooraftrek, mits gebruik
voor belaste prestaties.
- Casus cumulatie
Bank verricht vrijgestelde prestatie aan ondernemer A. Kosten bank bestaan uit
arbeidsloon/fee € 1000 en materiaalkosten € 500 + 21% BTW = 105 euro.
a. Welk bedrag factureert de bank?
De bank factureert € 1.605 = 1.000 + 500 + 105. De bank factureert zonder btw. De bank
verricht namelijk vrijgestelde prestaties, art. 11-1i OB. De ondernemer die vrijgestelde
prestaties verricht heeft geen recht op vooraftrek, art. 15-1 OB: een en ander voor zover
gebruikt voor belaste handelingen. Wil een bank kostendekkend werken dan moeten zij de
btw die niet in aftrek kan worden gebracht in rekening brengen bij de afnemer.
Vervolg: A verricht belaste prestaties. Overige kosten van A zijn 2.000 + 21% BTW
= 420 en A wil daarbij een winst behalen op dit project van 395 euro.
b. Welk bedrag factureert A?
1.605 + (2.000 + 420) = 4.025 euro, A verricht belaste prestaties, dus mag de btw in
vooraftrek brengen. Dit betreft ‘factuur btw’, ondernemer aan andere ondernemer die de btw
op de factuur vermeld. Dan mag afnemer, mits verrichten belaste prestaties, een en ander
voor zover gebruikt voor belaste handelingen, btw in vooraftrek brengen, art. 15-1a OB.
4.025 – 420 = 3.605 euro, daarnaast wil A een winst behalen van 395 euro
3.605 + 395 = 4.000 euro
21% * 4.000 = 840 euro aan btw
Het bedrag dat A factureert is 4.000 + 840 = 4.840 euro
! Gevolg van deze casus is wel dat er cumulatie heeft plaatsgevonden! Een opeenstapeling
van de btw, dat gaat ten koste van de economische neutraliteit. De 150 euro wordt namelijk
nog een keer belast met 21% btw. Aangezien bank haar inkoop-btw niet in vooraftrek heeft
kunnen brengen en deze niet in vooraftrek gebrachte btw wel in rekening is gebracht bij de
koper, A.
- Casus ondernemerschap en aftrek van voorbelasting
X is werkzaam als zelfstandig juriste. Op 12 december 2011 koopt X voor € 24.509,34 zilver.
De btw die hierbij in rekening wordt gebracht (€ 4677,59) vraagt X terug.
Heeft X recht op vooraftrek?
Nee, X handelt niet als ondernemer, met de aankoop van het zilver heeft X niet beoogd
duurzaam economische activiteiten te verrichten.
Extra motivering: Hof Amsterdam oordeelt dat X met betrekking tot de aankoop van zilver
niet als btw-ondernemer kan worden aangemerkt. Volgens het hof maakt X namelijk niet
aannemelijk dat zij met de aankoop van het zilver heeft beoogd duurzaam economische
activiteiten te verrichten. Het hof overweegt daarbij dat X slechts heeft aangevoerd dat zij het
zilver heeft aangeschaft ten einde het te zijner tijd te verkopen. Verder merkt het hof nog op
dat het bezit van zilver als zodanig geen inkomsten oplevert, en dat het enige te behalen
rendement wordt gerealiseerd bij een latere verkoop van het zilver met winst. Deze,
eventuele, opbrengst heeft volgens het hof niet het in dit verband vereiste duurzame
karakter. Het gelijk is aan de inspecteur.
(Gerechtshof 5 januari 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:69, artikel 7 Wet OB, Hoge Raad, 24
november 2017, ECLI:NL:HR:2017:2983, De Hoge Raad bevestigt de uitspraak van het hof)
, - Casus exploitant vermogensbestanddeel
Een DGA bouwt een bedrijfspand voor € 200.000 + € 42.000 btw. De DGA verhuurt het
bedrijfspand aan zijn BV voor € 1.000 per maand. De BV verricht belaste prestaties.
Wie is ondernemer?
De DGA exploiteert vermogensbestanddelen om er duurzaam opbrengst uit te verkrijgen, art.
7-2b OB. De BV is dus ondernemer, art. 7 OB. Altijd vermelden dat er sprake kan zijn van
een fiscale eenheid! Natuurlijke personen en lichamen die ondernemer zijn en die in
Nederland wonen/gevestigd zijn en die financieel (> 50%), organisatorisch (wie is de baas)
en economische verwevenheid (gemeenschappelijke klantenkring, complementaire
prestaties) hebben. Op verzoek wordt er gehandeld alsof er één ondernemer voor de btw is,
art. 7-4 OB.
- Casus fictieve dienst privégebruik auto ondernemer – natuurlijk persoon
Ondernemer X koopt een auto voor € 20.000 + btw € 4.200, catalogusprijs is € 30.000.
Brandstofkosten en reparatiekosten 3.000 + btw 630. Hij gebruikt de auto zakelijk en privé,
hij houdt geen kilometer administratie bij. X verricht belaste prestaties.
Wat adviseer je X?
Wat zijn de btw-consequenties?
Advies:
Auto aanmerken als ondernemingsvermogen. Dit geeft een liquiditeitsvoordeel, de € 4.200
aan btw krijg je namelijk terug en ‘administratie’-voordeel (bijhouden km is niet nodig) als
gevolg.
Btw-consequenties:
Geheel vooraftrek btw op aanschafkosten en onderhoud : 4.200 + 630 = 4.830 euro
Belasten privégebruik via Beleidsbesluit: jaarlijks 2,7% * 30.000 catalogusprijs = 810 euro
Aangifte OB: 810 -/- 4.830 = teruggave 4.010 euro.
- Casus verschuldigdheid, voldoening en verlegging
Belgische schilder A schildert bedrijfspand in Nederland voor ondernemer die gevestigd is in
Frankrijk.
Pas het stappenplan toe voor A tot en met plaats van dienst.
Stap 1: A is ondernemer, art. 7-1 OB.
Stap 2: A verricht een dienst, hij schildert het bedrijfspand, art. 4-1 OB.
Stap 3: Plaats van dienst is waar de onroerende zaak is gelegen, Nederland, art. 6b OB.
- Casus bestemmingslandbeginsel, oorsprongslandbeginsel, ICL, uitvoer
en nultarief
Van Nederland naar …
X handelt in exclusieve flatscreens. X verkoopt een apparaat voor € 5.000 exclusief btw aan
Y die woonachtig is in Duitsland. X verkoopt een apparaat voor € 5.000 exclusief btw aan Z
die woonachtig is in Canada.
Naar een andere lidstaat:
Hoe vindt de heffing plaats als buitenlands ingezetene ondernemer is?
Stap 1: X is ondernemer, art. 7-1 OB.
Stap 2: X levert goederen, art. 3-1a OB.
Stap 3: Plaats van levering is daar waar de verzending aanvangt, Nederland, art. 5-1a OB.
Stap 4: Geen vrijstelling, art. 11 OB.
Stap 5: Maatstaf van heffing is de vergoeding, € 5.000, art. 8-1 OB.
,Stap 6: Afnemer is ondernemer. Het tarief is te vinden in art. 9 OB jo. tabel II post a 6 OB.
Het goed wordt vervoerd naar een andere lidstaat (incl. vervoersbewijs), wordt afgenomen
door een ondernemer die aldaar een intracommunautaire verwerving verricht en de
leverancier beschikt over het geldige btw-identificatienummer, het nultarief is van toepassing.
Hoe vindt de heffing plaats als buitenlands ingezetene particulier is?
Stap 1: X is ondernemer, art. 7-1 OB.
Stap 2: X levert goederen, art. 3-1a OB.
Stap 3: Plaats van levering is daar waar de verzending aanvangt, Nederland, art. 3-1a OB.
Eventueel is de afstandsverkopenregeling van toepassing. Hoofdregel daarvan: De plaats
van levering is daar waar het goed aankomt, Duitsland, art. 5a-1 OB. Een voorwaarde is dat
wordt voldaan aan het drempelbedrag van € 100.000, art. 5a-4 OB, maar hier wordt niet aan
voldaan. De ondernemer die de leveringen verricht kan ook nog een verzoek doen om lid 4
niet van toepassing te laten zijn, plaats van aankomst geldt dan weer, art. 5a-5 OB.
Stap 4: Geen vrijstelling, art. 11 OB.
Stap 5: Maatstaf van heffing is de vergoeding, € 5.000, art. 8-1 OB.
Stap 6: Tabel 2 post a 6 OB is niet van toepassing, want geen ondernemer. In beginsel is
hierop het 21% tarief van toepassing.
Naar een derde-land:
Hoe vindt de heffing plaats als buitenlands ingezetene ondernemer is?
Hoe vindt de heffing plaats als buitenlands ingezetene particulier is?
Stap 1: X is ondernemer, art. 7-1 OB.
Stap 2: X levert goederen, art. 3-1a OB.
Stap 3: Plaats van levering is daar waar de verzending aanvangt, Nederland, art. 5-1a OB.
Stap 4: Geen vrijstelling, art. 11 OB.
Stap 5: Maatstaf van heffing is de vergoeding, € 5.000, art. 8-1 OB.
Stap 6: Het nultarief is van toepassing, art. 9-2b jo. tabel 2 post a 2 OB, goederen die door
een ondernemer worden uitgevoerd buiten de Europese Unie zijn belast 0% in Nederland.
OB is een verbruiksbelasting en het verbruik vindt plaats buiten de EU, buiten Nederland. Er
is geen onderscheid bij de afnemer, of deze ondernemer of particulier is.
Als er sprake zou zijn geweest van een dienst, dan is de plaats van dienst buiten de EU op
grond van art. 6-1 OB = einde stappenplan. Nederland komt hierdoor niet aan heffen toe,
bestemmingslandbeginsel.
- Casus bestemmingslandbeginsel, oorsprongslandbeginsel, ICL, uitvoer
en nultarief
Van een andere lidstaat naar Nederland
A handelt in exclusieve flatscreens. A gevestigd in Duitsland verkoopt een apparaat voor
€ 5.000 exclusief btw aan B die woonachtig is in Nederland. A gevestigd in Canada verkoopt
een apparaat voor € 5.000 exclusief btw aan B die woonachtig is in Nederland.
Hoe vindt de heffing plaats als buitenlands ingezetene ondernemer is?
Het stappenplan van art. 17a OB ev. wordt alleen gebruik bij de verwerver. Bij de
buitenlandse leverancier is het Nederlandse stappenplan van toepassing. Het gaat erom dat
we erachter komen bij een ICV of ICL waar de verkoop belast is.
Stap 1: A is ondernemer, art. 7-1 OB.
Stap 2: Er is sprake van een eigendomsoverdracht, een levering, art. 3-1a OB.
Stap 3: Plaats van levering is daar waar het vervoer of de verzending aanvangt, Duitsland
dus, art. 5-1a OB.
Stap 4: Geen vrijstelling, art. 11 OB.
, Stap 5: Maatstaf van heffing is de vergoeding, € 5.000, art. 8-1 OB.
Stap 6: Het 0% tarief is van toepassing, art. 9-2b OB jo. Tabel II post a6 OB. A mag conform
de Nederlandse wet het 0% tarief toepassen, mits er sprake is van een ondernemer die
beschikt over het geldige btw-identificatie nummer van de afnemer, het vervoer van de
goederen naar een andere lidstaat is (incl. vervoersbewijs) en de goederen in die staat zijn
onderworpen aan ICV, art. 12-2a ten tweede Uitv. Besl. OB.
Stap 7: De belasting die verschuldigd is geworden ter zake van een door een andere
ondernemer verrichte prestatie mag in aftrek worden gebracht mits er een factuur aanwezig
is en voor zover de goederen worden gebruikt voor belaste prestaties, art. 15-1a OB.
Art. 12 OB wordt meestal gebruik indien er een buitenlandse ondernemer is die de prestatie
verricht, om te controleren wie de belasting betaalt.
Hoe vindt de heffing plaats als NL-ingezetene ondernemer is?
Stap 1: B is ondernemer, art. 7-1 OB.
Stap 2: Er is sprake van een intracommunautaire verwerving, art. 1-b jo. 17a OB.
Stap 3: De plaats van de ICV is de plaats van aankomst, Nederland, art. 17b OB.
Stap 4: Geen vrijstelling, art. 17e OB.
Stap 5: Maatstaf van heffing is de vergoeding, art. 17c OB.
Stap 6: Het 21% tarief is van toepassing, art. 17d jo. 9-1 OB.
Stap 7: De belasting welke is verschuldigd ter zake van een verrichte ICV door een
ondernemer is aftrekbaar, mits de ondernemer in het bezit is van een factuur en voor zover
de goederen worden gebruikt voor belaste prestaties, art. 15-b OB.
Hoe vindt de heffing plaats als NL-ingezetene particulier is?
Ingezetene is particulier. Er is geen sprake van een belastbaar feit op grond van art. 1 OB.
De heffing zal in een andere lidstaat zijn. De afstandsverkopenregeling kan van toepassing
zijn, indien goederen door of namens de ondernemer (leverancier) vervoerd worden aan een
particulier, de heffing zal dan in een andere lidstaat zijn.
Van een derde-land (invoer) Bij deze vraag eigenlijk altijd levering en invoer beoordelen!!
Hoe vindt de heffing plaats als NL-ingezetene ondernemer is?
Stap 1: Ingezetene, B, is ondernemer, art. 7-1 OB.
Stap 2: Belastbaar feit op grond van art. 1-d OB. Er is sprake van invoer, art. 18 OB
Stap 3: Plaats van invoer is het brengen van goederen in Nederland, Nederland, art. 18 OB.
Stap 4: Geen vrijstelling, art. 21 OB.
Stap 5: Maatstaf van heffing is de douanewaarde, art. 19-1 OB.
Stap 6: De belasting bedraagt 21%, art. 20 OB.
Stap 7: De belasting wordt betaald bij de douane, art. 22 OB. Diegene die de goederen
ophaalt krijg een uitnodiging tot betaling. De belasting die verschuldigd is geworden ter zake
van door de ondernemer verrichte invoer is aftrekbaar, mits de goederen worden gebruikt
voor belaste prestaties, art. 15-1c ten eerste OB.
Verlegging van belasting kan alleen, mits sprake is van regelmatige invoer, art. 23 OB.
Alleen bij ondernemers. Dan hoeft de belasting niet betaald te worden bij de douane, maar
kan deze per aangifte OB worden aangegeven en is er een recht op vooraftrek, mits gebruik
voor belaste prestaties.