Hoofdstuk 1: Wat is stotteren?
1.1 Inleiding
Definitie = stotteren is een verstoring in het ritme van de spraak waarbij de spreker precies weet wat
hij/zij wil zeggen, maar dat voor dat moment niet kan vanwege onwillekeurige – stille en hoorbare –
herhalingen en verlengingen van spraakklanken.
Secundair stottergedrag = de reacties van de cliënt op zijn eigen stotteren
Stottergedrag bestaat uit kerngedragingen en de bijkomende/secundaire stottergedragingen
- Kerngedragingen: herhalingen en verlengingen
1.2 Stotteren, verstoring en stoornis
De definitie stotteren beschrijft het stotterend spreken, dat wil zeggen de verstoringen, en niet de
stoornis stotteren.
De niet-vloeiendheden (verstoringen) dienen geclassificeerd te worden als een stoornis indien de
ernst dermate is dat de verstoringen een vloeiende communicatie ontregelen.
Stotteren kan gepaard gaan met schaamte, frustratie en angst bij de spreker en met bezorgdheid bij
de ouders. Als een cliënt zich stoort aan de verstoringen, kunnen deze zich ontwikkelen tot een
stoornis en zelfs tot een handicap.
De ICF richt zich op de gevolgen voor de kwaliteit van leven.
Model (zie blz. 22 boek) geeft goed aan wat stotteren inhoudt. Enerzijds wordt uitgegaan van een
veronderstelde oorzaak (etiologie), anderzijds is er aandacht voor de invloed van en wisselwerking
met intrapersoonlijke en interpersoonlijke factoren. De verstoring kan zich hierdoor immers
ontwikkelen tot een stoornis. De gevolgen op het niveau van het (niet goed) kunnen functioneren
worden aangeven in het blok activity/participation.
1.3 Stotteren, een geïntegreerde visie
Er zijn vele verschillende stotterverschijnselen, elk met zijn eigen grote en kleine oorzaken.
Verschillende modellen die bruikbaar zijn voor de preventie, de vroegtijdige interventie en de
behandeling van stotteren.
1.3.1 Het Erasmus-viercomponentenmodel Stournaras
Dit model verenigt verschillende theorieën en biedt houvast tijdens de diagnostische onderzoeksfase
en bij het opstellen en uitvoeren van het behandelplan.
Het biedt een klinisch raamwerk ten behoeve van de diagnostiek en de behandeling van stotteren.
In dit model is er van uitgegaan dat de oorzaak van de verstoring neurofysiologisch is, maar dat
cognities, emoties, de omgeving en hun onderlinge interactie verantwoordelijk was voor het
ontstaan van de stoornis.
De communicatie tussen de hulpvrager en de therapeut wordt door het model vereenvoudigd.
Vier hoofdcomponenten vormen de basisstructuur voor stotteren:
- Verbaalmotorische component
Verbale subcomponent: de onderbrekingen in het vloeiend spreken die zich
uiten in hoorbare herhalingen en verlengingen van klanken en lettergrepen,
hoorbare en niet-hoorbare blokkades, pauzes, stopwoorden en aanloopjes.
Ook datgene wat iemand doet om het stotteren te beïnvloeden.
1