Samenvatting literatuur: Stotteren, van theorie naar therapie
Hoofdstuk 11: Verbaalmotorische training bij jongeren en volwassenen (WEEK D)
11.1 Inleiding
VMT = verbaalmotorische training
verschillende benaderingen
Het is niet uitsluitend een spraakmotorische training!
In een verbaalmotorische training kan ook aandacht gegeven worden aan het versterken van
algemene communicatieve vaardigheden.
Ook zijn er cliënten die al voldoende baat bij de gedachte – en de emotionele training hebben en
waarbij een VMT niet meer nodig is.
VMT zie je vooral bij mensen met gevorderd stotteren.
Vaak maken therapeuten gebruik van verschillende onderdelen uit therapiemethoden om zo
maatwerk te kunnen geven.
11.2 Afwegingen vooraf
Positieve resultaten van een gedachte en/of emotionele training hebben vaak ook een positieve
uitwerking op eventueel resterende verbaalmotorische problemen. Deze verbaalmotorische
problemen kunnen zelfs al sterk verminderen. In veel gevallen blijft er echter nog te veel stotterend
spreken over en/of is het stotterend spreken nog te opvallend dan VMT.
Ook al is het bij gevorderd en heftig stotteren verleidelijk om direct met een VMT te beginnen, eerst
moet er gewerkt worden aan de gedachten en emoties rondom het stotteren; kortom de tijd dient
rijp te zijn voordat gewerkt kan worden aan de verbaalmotorische component.
Voor zowel de cliënt als de therapeut is geduld van belang. Voor een cliënt die nog veel vermijdt bijv.
(t.g.v. negatieve gedachten en emoties), is een verbaalmotorische training nog niet aan de orde.
Vaak betekent een te vroege interventie op verbaalmotorisch gebied, vooruitgang op de korte
termijn, maar (extra) frustraties op de lange termijn.
De cliënt moet eerst geleerd worden om op cognitief en emotioneel niveau op een gezonde wijze
met zijn stotteren om te gaan! Hierna kan pas de verbaalmotorische component worden aangepakt.
11.3 Reële verwachtingen: korte – en langetermijnresultaten
De cliënt verstaat onder een succesvolle therapie 100% vloeiend spreken. maar de vraag is of dit
klopt, wat verstaat men nu echt onder een succesvolle therapie? denk weer aan de emotionele en
cognitieve component.
Een cliënt zal zich dus in eerste instantie ten doel stellen om vloeiend te leren spreken. hij wil het
liefst dat zijn spreken niet te onderscheiden is van het spreken van iemand die niet stottert.
Doelstellingen die daarentegen reëel gesteld kunnen worden, zullen zijn: gecontroleerde
vloeiendheid en/of makkelijker en mogelijk communicatiever stotteren.
11.4 Stuttering modification therapy en fluency shaping therapy
Er zijn een aantal universele vloeiendheids bevorderende adviezen, ook wel Fluency Initiating
Gestures (FIG’s) genoemd; deze zijn:
- Spreektempo reguleren
- Spierspanning verminderen
- Ademhaling controleren
- Stemgeving beïnvloeden
- Ritme versterken
- Articulatie versterken
- Effecten verkrijgen met hulp van (afleidende) apparatuur
1
Hoofdstuk 11: Verbaalmotorische training bij jongeren en volwassenen (WEEK D)
11.1 Inleiding
VMT = verbaalmotorische training
verschillende benaderingen
Het is niet uitsluitend een spraakmotorische training!
In een verbaalmotorische training kan ook aandacht gegeven worden aan het versterken van
algemene communicatieve vaardigheden.
Ook zijn er cliënten die al voldoende baat bij de gedachte – en de emotionele training hebben en
waarbij een VMT niet meer nodig is.
VMT zie je vooral bij mensen met gevorderd stotteren.
Vaak maken therapeuten gebruik van verschillende onderdelen uit therapiemethoden om zo
maatwerk te kunnen geven.
11.2 Afwegingen vooraf
Positieve resultaten van een gedachte en/of emotionele training hebben vaak ook een positieve
uitwerking op eventueel resterende verbaalmotorische problemen. Deze verbaalmotorische
problemen kunnen zelfs al sterk verminderen. In veel gevallen blijft er echter nog te veel stotterend
spreken over en/of is het stotterend spreken nog te opvallend dan VMT.
Ook al is het bij gevorderd en heftig stotteren verleidelijk om direct met een VMT te beginnen, eerst
moet er gewerkt worden aan de gedachten en emoties rondom het stotteren; kortom de tijd dient
rijp te zijn voordat gewerkt kan worden aan de verbaalmotorische component.
Voor zowel de cliënt als de therapeut is geduld van belang. Voor een cliënt die nog veel vermijdt bijv.
(t.g.v. negatieve gedachten en emoties), is een verbaalmotorische training nog niet aan de orde.
Vaak betekent een te vroege interventie op verbaalmotorisch gebied, vooruitgang op de korte
termijn, maar (extra) frustraties op de lange termijn.
De cliënt moet eerst geleerd worden om op cognitief en emotioneel niveau op een gezonde wijze
met zijn stotteren om te gaan! Hierna kan pas de verbaalmotorische component worden aangepakt.
11.3 Reële verwachtingen: korte – en langetermijnresultaten
De cliënt verstaat onder een succesvolle therapie 100% vloeiend spreken. maar de vraag is of dit
klopt, wat verstaat men nu echt onder een succesvolle therapie? denk weer aan de emotionele en
cognitieve component.
Een cliënt zal zich dus in eerste instantie ten doel stellen om vloeiend te leren spreken. hij wil het
liefst dat zijn spreken niet te onderscheiden is van het spreken van iemand die niet stottert.
Doelstellingen die daarentegen reëel gesteld kunnen worden, zullen zijn: gecontroleerde
vloeiendheid en/of makkelijker en mogelijk communicatiever stotteren.
11.4 Stuttering modification therapy en fluency shaping therapy
Er zijn een aantal universele vloeiendheids bevorderende adviezen, ook wel Fluency Initiating
Gestures (FIG’s) genoemd; deze zijn:
- Spreektempo reguleren
- Spierspanning verminderen
- Ademhaling controleren
- Stemgeving beïnvloeden
- Ritme versterken
- Articulatie versterken
- Effecten verkrijgen met hulp van (afleidende) apparatuur
1