rechtswetenschap
Inhoudsopgave
............................................................................................................................................................2
Week 1: rechts als systeem van prescriptieve gedragsregels.............................................................2
Week 2: de Democratische Rechtsstaat.............................................................................................4
Week 3: de Rechtspraak.....................................................................................................................5
Week 4: Rechtsbronnen I...................................................................................................................7
Week 5: Rechtsbronnen II..................................................................................................................9
Week 6: Rechtsbronnen III...............................................................................................................10
Costa/Enel....................................................................................................................................11
Simmenthal...................................................................................................................................11
Week 7: Rechtsvinding I...................................................................................................................12
..........................................................................................................................................................13
Week 8: Rechtsvinding II..................................................................................................................13
Week 9: Materieel strafrecht I..........................................................................................................14
Week 10: Materieel strafrecht II.......................................................................................................16
Melk en water...............................................................................................................................18
Justitiefolder.................................................................................................................................18
Stadionverbod..............................................................................................................................18
Week 11: Rechtssubjecten, rechtshandelingen en verbintenissenrecht..........................................19
Week 12: Materieel vermogensrecht...............................................................................................21
Jetblast.........................................................................................................................................25
Berg en Dalse watertoren.............................................................................................................26
Week 13: Handhaving in het publiekrecht, sancties.........................................................................26
Volkel............................................................................................................................................30
Pikmeer II......................................................................................................................................30
Schiedammer Parkmoord.............................................................................................................30
1
,Week 1: rechts als systeem van prescriptieve gedragsregels
Normatieve/prescriptieve uitspraak = hoe het zou moeten zijn
Feitelijke/descriptieve uitspraak = hoe het is
Empirisch onderzoek = toetsen of uitspraken kloppen op basis van eigen ervaringen en
waarnemingen
Normatieve kennisdomeinen
- Recht
- Godsdienst
- Moraal = ethiek
- Fatsoen = etiquette
Waarden zijn wat je waardevol vindt, normen zijn hoe je deze waarden verwerkelijkt.
Moraal = persoonsafhankelijk (innerlijk) en recht = algemeen geldend (uiterlijk)
Subjectief recht = aan iemand toekomende bevoegdheid. Mogelijk gemaakt door het bestaan van
objectieve rechten. Vb. art. 4 GW: geeft een bevoegdheid, maar is ook een objectief recht.
Positief recht/objectief recht = het geheel van geldend recht (geschreven en ongeschreven) die door
de mens is bedacht gewoonterecht + jurisprudentie + wet + verdrag GJWV Gert-Jan Wil Vis
Rechtspositivisme = opvatting dat het geldende recht uitsluitend positief recht is, die is uitgevaardigd
door de overheid zonder noodzakelijk verband met moraal.
Natuurrecht = recht dat van nature geldt, onafhankelijk van de mens (in strijd met GJWV)
Natuurrechtelijke visie = opvatting dat het geldende recht bestaat uit natuurrecht en aangevuld door
positief recht
Genus = verzamelbegrip
Species = subcategorie van genus
2
,Alleen als genus wordt onderverdeeld op één bepaald criteria, dan kan een onderwerp van een
genus niet behoren tot twee of meer verschillende species. Als één genus wordt onderverdeeld op
meerdere criteria, dan kunnen de species onderling wel overlappen.
Rechtsbronnen
Ongeschreven rechtsbronnen
Gewoonte
Jurisprudentie = rechterlijke uitspraken
Geschreven rechtsbronnen
Wet = elke algemeen geldende geschreven rechtsregel die afkomstig is van een tot
wetgeving bevoegd overheidsorgaan
Verdragen
Materieel recht = betrekking op rechten/plichten
Formeel recht = procesrecht
Rechtsgebieden
Staatsrecht
Bestuursrecht
Strafrecht
Burgerlijk recht
Arbeidsrecht en sociaalzekerheidsrecht
(Volkenrecht)
Publiekrecht (verticale verhouding)
Regels tussen overheid en burgers
Gaat over de staat
Bevoegdheden organen staat
Uitvoering exclusieve taken overheid
Privaatrecht (horizontale verhouding)
Regels tussen burgers
Klassieke indeling = recht wordt ingedeeld volgens rechtsgebieden
Functionele indeling = recht wordt ingedeeld volgens met elkaar samenhangende facetten van
maatschappelijk leven
3
, Week 2: de Democratische Rechtsstaat
Democratische rechtsstaat = streven naar evenwicht tussen meerderheidsmacht en
rechtsbescherming van het individu
Democratie = volk regeert
Directe democratie = burgers hebben rechtstreeks invloed
Indirecte democratie = burgers kiezen volksvertegenwoordiger die invloed hebben.
Parlementair stelsel = uitvoerende macht is verantwoording schuldig aan het parlement.
Vertrouwensregel = regering moet steun hebben van het parlement om te kunnen regeren.
Rechtsbescherming individu
1. Scheiding der machten = Wetgevende macht, uitvoerende macht en rechtsprekende macht
WUR
Checks and balances = toezicht en machtsevenwicht
Decentralisatie = machtsspreiding over verschillende niveaus
Territoriale decentralisatie = binnen bepaalde grondgebied
Functionele decentralisatie = op grond van specifieke doelstelling
2. Legaliteitsbeginsel = handelen van overheid is gebaseerd op de wet
3. Grondrechten
Klassieke grondrechten leven, vrijheid en eigendom
Sociale grondrechten inspanning overheid
4. Toegang onafhankelijke rechter
Grondwetswijzigingsprocedure IEOTOB
1. Indiening voorstel tot grondwetswijziging
2. Eerste lezing meerderheid van beide kamers moet akkoord geven
3. Ontbinding Tweede Kamer nieuwe verkiezing
4. Tweede lezing wetsvoorstel behandeld door Staten-Generaal, geen wijzigingen meer, 2/3 e
van beide Kamers moeten akkoord gaan
5. Ondertekening koning of 1+ ministers
6. Bekrachtiging publicatie
4