Wereld
Bruto binnenlands product (bbp) per hoofd/inwoner = de waarde van alle goederen en diensten die
door binnen- én buitenlandse ondernemingen en personen in een land in één jaar worden
geproduceerd gedeeld door het aantal inwoners.
Bruto regionaal product/hoofd (brp/hoofd) = het gemiddeld inkomen per hoofd binnen een regio.
Koopkracht= De hoeveelheid goederen of diensten die je in een land voor één dollar kunt kopen.
Beroepsbevolking (samenstelling van de) = dat deel van de bevolking dat tegen betaling een beroep
uitoefent plus de werklozen.
De beroepsbevolking wordt ingedeeld in primaire, secundaire en tertiaire sector. Primaire sector =
landbouw, visserij, grondstoffenwinning, secundaire sector = fabrieken, het maken van producten
en tertiaire sector = dienstverlening (winkels, zorg, onderwijs)
Bevolkingsgroei = toename van de bevolking in een bepaalde periode.
Bevolkingsdichtheid = gemiddeld aantal inwoners per km2.
Bevolkingsspreiding = de manier waarop de bevolking over een gebied is verdeeld.
Leeftijdsopbouw = de verdeling van de bevolking over de verschillende leeftijdsklassen of cohorten,
weergegeven in een leeftijdsdiagram.
Verstedelijking = toename van het percentage van de bevolking dat in een stad woont.
Demografische druk = het niet-actieve deel van de bevolking (0-19 jaar en >65 jaar) uitgedrukt als
percentage van de actieve bevolking (20-65 jaar).
Demografisch transitiemodel = een model dat de gefaseerde overgang laat zien van een hoog
geboorte- en sterftecijfer naar een laag geboorte- en sterftecijfer.
Analfabetisme = het niet kunnen lezen en schrijven.
Wereldsysteem = de indeling van de wereld in centrum, semiperiferie en periferie.
Centrum-periferiemodel = een model dat laat zien hoe centrum en periferielanden met elkaar
verweven zijn.
Internationale arbeidsverdeling = de verdeling van de beroepsbevolking in de verschillende delen
van de wereld.
Cultuurelement = een kenmerk waaraan je een cultuur kunt herkennen, bijvoorbeeld taal,
godsdienst en gewoonten.
Cultuurgebied = gebied waarin culturen voorkomen die sterk op elkaar lijken.
Diffusie = de verspreiding van een ruimtelijk verschijnsel – bijvoorbeeld een cultuurelement – vanuit
een kerngebied.
Globalisering/ mondialisering = proces waarbij de verwevenheid tussen gebieden en samenlevingen
op aarde toeneemt.
Wat heeft het met aardrijkskunde te maken? = het proces heeft invloed op de inrichting en functie
van gebieden.
,Welke vier dimensies van globalisering zijn er? = economisch, sociaal, politiek, cultureel.
Globalisering wordt mogelijk gemaakt door de ontwikkeling van:
Transporttechnologie = alle technologie die nodig is om het vervoer van grondstoffen,
goederen en mensen mogelijk te maken. Bijvoorbeeld auto en vliegtuig.
Informatie- en communicatietechnologie = technologie om de uitwisseling van informatie
mogelijk te maken. Bijvoorbeeld glasvezelkabels en satellietverbindingen.
Sinds 1980 drie belangrijke technologische ontwikkelingen:
1. Reis- en vervoerstijden zijn gedaald. Alles verloopt sneller.
2. Transport en communicatie zijn goedkoper geworden. Schepen (containervervoer) en
vliegtuigen groter en sneller.
3. Infrastructuur enorm verbeterd → wegens, havens, vliegvelden, dataverkeer, bellen.
Multinationale ondernemingen (mno’s) zijn bedrijven met vestigingen over de hele wereld. Mno’s
vormen een mondiaal netwerk van bedrijven en bedrijfsonderdelen. Mno’s hebben wereldwijd
vestigingen en fabrieken.
De wereld wordt kleiner. Door afname van relatieve afstanden (afstanden in tijd, moeite en geld)
kunnen afstanden in steeds minder tijd worden overbrugd.
Tijd-ruimtecompressie = proces waarbij tijd en ruimte in elkaar worden gedrukt.
De vrijemarkteconomie is sinds 1991 het leidende economische systeem geworden → 1991:
instorten communisme & toetreding China tot de WTO.
De liberalisering van de wereldhandel is daardoor enorm toegenomen → liberalisering van de
wereldhandel is het vrijer worden van de wereldhandel.
WTO = world trade organization / wereldhandelsorganisatie.
→ de WTO stimuleert vrijhandel = handel waarbij zo weinig mogelijk handelsbelemmeringen
bestaan.
De WTO wil handelsbeperkingen schrappen:
- Schrappen van tariefmuren.
- Schrappen van importquota.
Vrije handel in grote handelsblokken, bijvoorbeeld de EU en de NAFTA. Soms wil een land toch de
eigen markt beschermen, bijvoorbeeld wat president Trump wil in de Verenigde Staten.
Globalisering wordt dus voornamelijk gedreven door:
- Betere technologie (transport, communicatie en informatietechnologie).
- Mno’s die zo goedkoop mogelijk willen produceren.
- Vrijhandel.
Waaraan herken je economische globalisering?
- Sterke stijging buitenlandse investeringen.
- Groei internationaal transport- en communicatieverkeer.
, - Snelle toename wereldhandel.
Productieketen = bestaat uit alle stappen in het productieproces, van ontwerp van een product tot
de verkoop ervan.
Opdeling van de productieketen = mno’s verdelen de productieketen vaak over meerdere landen,
ze produceren daar waar het het goedkoopst is. Bijvoorbeeld: centrum → ontwerp & verkoop,
(semi-)periferie → productie & assemblage (het in elkaar zetten van een product). Productie vaak in
lagelonenlanden! Belangrijk: door de opdeling van de productieketen is de wereldhandel enorm
gegroeid! Vaak komen namelijk onderdelen van één product uit meerdere landen.
(Nieuwe) Internationale arbeidsverdeling
Tot 1970
Periferie levert grondstoffen en het centrum produceert hoogwaardige goederen.
Na 1980
Periferie levert grondstoffen, semi-periferie produceert hoogwaardige goederen en het centrum
ontwerpt goederen.
De centrumlanden verdienen meer aan de productie van goederen dan de periferie verdient aan de
export van grondstoffen.
Mno’s zoeken steeds naar de meest voordelige plek om goederen te produceren (uitschuiven) → ze
verplaatsen hun fabrieken daarom regelmatig naar gebieden die nóg goedkoper zijn (doorschuiven).
Soms keren fabrieken ook weer terug naar Westerse landen. Het gaat vooral om bedrijven die hun
goederen snel op de markt willen brengen zoals modegevoelige kleding of sportschoenen. Dit zorgt
vaak niet voor meer banen omdat de producten met machines/robots worden gemaakt (met
robotisering van de productie).
De internationale goederen- en kapitaalstromen verlopen voornamelijk tussen Noord-Amerika, de
EU en Japan. Samen worden deze economische kerngebieden de triade genoemd. Door de opkomst
van de landen in de semi-periferie wordt de triade bedreigd. De triade is niet meer als enige
belangrijk.
Global shift = het zwaartepunt van de mondiale economie verschuift.
Verschuiving van goederenproductie van de Noord-Atlantische zone naar de Pacifische zone. De
invloed van de triade met hun mondiale netwerk wordt minder. De invloed van landen in de
semiperiferie neemt juist toe.
Netwerk = verbinding tussen gebieden en landen op economisch, politiek en sociaal-cultureel
terrein.
Het kan een netwerk zijn tussen twee landen (transnationaal netwerk) of een wereldwijd
(mondiaal netwerk).
Wereldstad = is voor een groot deel van de wereld een belangrijk centrum op het gebied van
economie, cultuur en politiek.
Megastad = een stad met meer dan 10 miljoen inwoners.