§1.1
De slaapmoordenaar
Korte samenvatting van het verhaal over de slaapmoordenaar: een agent moet een moord
oplossen. Hij komt er uiteindelijk achter dat hij zelf de moord heeft gepleegd in zijn slaap. Hij geeft
zichzelf aan en de agenten checken of het klopt door hem een paar nachten op te sluiten. Ze zien
dat, zodra de agent een pistool krijgt, hij erop losschiet. De rechter besluit echter dat de
slaapmoordenaar niet verantwoordelijk kan worden gehouden voor de moord omdat hij aan het
slaapwandelen was. Het toeschrijven van verantwoordelijkheid kan dus alleen als de persoon
hetzelfde blijft.
§1.2
Het schip van Theseus
Korte samenvatting over het schip van Theseus: elke keer als het schip van Theseus een haven
binnen zeilt, laat hij één plank vervangen. Na tien jaar is er geen plank meer over van het originele
schip. Is het een ‘nieuw’ schip dat geheel uit andere planken bestaat of is het hetzelfde schip als dat
waar Theseus tien jaar geleden begon? Is de identiteit intact gebleven, ondanks dat alle planken zijn
vervangen? Nu zijn de oude planken van het schip van Theseus gebruikt om een nieuw schip te
bouwen. Dit schip is identiek aan het schip van Theseus. Na tien jaar hebben we twee schepen die
mogelijk hetzelfde zijn als het originele schip. Tussen de twee schepen bestaat een relatie van
kwalitatieve identiteit. Maar de vraag is welk schip het originele schip is. Dit is de vraag naar
numerieke identiteit.
Kwalitatieve identiteit: als je precies op iemand anders lijkt qua uiterlijk.
Numerieke identiteit: het gaat om dezelfde persoon door de tijd heen en er is er maar één van.
§1.3
Locke's psychologische criterium voor persoonlijke identiteit.
Locke probeert een beschrijving te geven wat een identiteit is. Hiermee maakt hij een onderscheidt
tussen mens en persoon.
De mens: je biologische lichaam, een levend lichaam. Een mens heeft geen materiële continuïteit.
Elk levend wezen (de mens) verandert steeds.
De persoon: een denkend, intelligent wezen. Ook heeft het een bewustzijn. Zolang je je bewust bent
van het verleden, ben jij dit ook. Bewuste herinneren maken de persoon door de tijd heen. (Je bent
dezelfde persoon zolang je het je kunt herinneren) Dit noem je het bewustzijn criterium.
Bewustzijn criterium: je bent een persoon zolang je je bewust herinnert.
Voldoende voorwaarden: iets dat de mens kenmerkt (geen enkel ander organisme kan schrijven).
Het is niet noodzakelijk want sommige mensen kunnen niet schrijven maar zijn wel mensen.
Noodzakelijke voorwaarden: iets dat elk organisme nodig heeft om te leven bijvoorbeeld ademen.
Bewust herinneren is zowel een voldoende als een noodzakelijke voorwaarden voor de persoonlijke
identiteit. Je moet je iets bewust kunnen herinneren (noodzakelijk) voor een persoonlijke identiteit,
maar het is ook een voldoende voorwaarden om te weten dat je een persoonlijke identiteit hebt.
, §1.4
De kritiek van Reid en Parfit's alternatief
Reid: (kritiek op Locke)
Volgens Reid ontstaat er een psychologische overlap. De officier kan herinneren hoe hij als klein
jongetje werd geslagen. De generaal kan zich herinneren hoe hij officier was, maar niet hoe hij als
jongetje geslagen werd. Dan is het jongetje niet dezelfde persoon als de generaal volgens Locke.
Reid zegt dat hier een psychologische overlap ontstaat en dat de generaal en het jongetje toch
hetzelfde zijn. Locke heeft dus geen antwoord op de persoonlijke identiteit, hij kan niet vertellen of
iemand in een dergelijke situatie nu wel of niet dezelfde persoon is.
Parfit: (alternatief van Locke)
Je hebt pas een identiteit als een overlappende keten van herinneringen hebt. Herinneringen zijn
voldoende maar geen noodzakelijke voorwaarde.
Theorie van psychologische continuïteit: je hoeft niet alles te herinneren om dezelfde persoon te
zijn. Zolang er maar sprake is van psychologische continuïteit. Ook zijn psychologische toestanden
belangrijk voor de persoonlijke identiteit zoals karaktereigenschappen.
Gedachte-experiment van Parfit: je hersenen worden overgenomen door een gekke chirurg. Bij elke
schakel verlies je één karaktereigenschap en één herinnering. Deze worden vervangen door die van
iemand anders. Bij elke schakel ben je een beetje jezelf en een beetje iemand ander en bij alle
schakels ben je helemaal een ander persoon. De vraag: “Ben ik nu iemand anders of me zelf?” is
volgens Parfit een lege vraag om te stellen.
Graduele overgang (met stapjes) van je huidige identiteit en je identiteit die dement is. Wanneer
ben je dan niet meer de persoon die je nu bent? Als je dement bent, is de continuïteit doorbroken.
Dan ben je niet meer dezelfde persoon. De herinneringen zijn er niet meer. Maar welk moment er
precies aangewezen kan worden waarop je niet meer jezelf bent, dat moment is er niet. Dat is
gradueel en loopt dus langzaam over in een andere identiteit. Het is dus een lege vraag om te vragen
naar een bepaald moment.
Volgens Parfit doet de persoonlijke identiteit er dus niet echt toe. Waar het uiteindelijk om draait is
of er een psychologische continuïteit bestaat tussen mij en iemand anders. Het gaat alleen maar om
psychologische toestanden zelf en niet om degene die ervaringen heeft.
Verschillen en overeenkomsten tussen Parfit en Locke:
1. Parfit en Locke vinden beiden dat er een psychologisch criterium (bewust herinneren) moet
zijn om een persoonlijke identiteit te omschrijven.
2. Locke vindt dat je niet dezelfde bent als je jezelf niet kan herinneren, Parfit vindt dat als er
een psychologische overlap is dat je wel dezelfde bent.
3. Parfit zegt dat ook alle andere toestanden je tot een persoon maken, zoals
karaktereigenschappen enz.
4. Het gradueel verschijnsel: de herinnering is in graden.
§1.5
Ricœur over het zelf en hetzelfde
, Ricœur: Ricœur zegt dat identiteit hetzelfde blijft. De identiteit heeft twee vormen: ipse- en idem-
identiteit.
Idem-identiteit: wat blijft hetzelfde door de tijd heen? (Derde persoonsperspectief)
Ipse-identiteit: wie blijft hetzelfde door de tijd heen? (Kan in de toekomst en in het verleden kijken
en is een eerste persoonsperspectief)
Ricœur geeft kritiek op het onpersoonlijke aspect van Parfits theorie. Parfit houdt zich vooral bezig
met de idem-identiteit en niet met Ipse-identiteit. Dit maakt het erg onpersoonlijk. (Dan ben je
alleen maar een optelsom van psychologische toestanden.)
Ricœur vraagt zich af hoe we ons kunnen afvragen wat er uitmaakt voor ons voortbestaan door de
tijd heen, als we ons niet afvragen voor wie dat uitmaakt. Het maakt mij nu in het heden uit wat er
met mij in de toekomst gebeurt.
Een man drinkt op een avond veel te veel maar besluit toch achter het stuur te stappen. Hij rijdt
iemand aan en klapt met zijn hoofd tegen het stuur. De volgende ochtend wordt hij wakker in het
ziekenhuis en hoort hij van het voorval maar kan zich er niks van herinneren. De man die hij heeft
aangereden is dood.
- Volgens Locke is hij niet verantwoordelijk want hij kan zich niks herinneren.
- Volgens Parfit moeten we kijken in hoeverre de dronken man lijkt op de man in het
ziekenhuis.
- Volgens Ricoeur kan de man zichzelf wel tegenhouden van tevoren. Niet achter het stuur
stappen of regelen dat hij ergens mag blijven slapen. Ook al kan hij zich niks herinneren,
toch is hij verantwoordelijk.
Primaire tekst: Thomas Reid, over Lockes visie op onze persoonlijke identiteit:
4 kritiekpunten op Locke door Reid:
1. Locke verwart bewustzijn met geheugen. Dat zijn namelijk twee verschillende zaken. Het
gaat bij Locke eigenlijk om geheugen, en niet zozeer om bewustzijn.
2. Locke verwart persoonlijke identiteit met de bewijzen voor die identiteit. Bewust geheugen
is wat mijn identiteit is, bij Locke, maar het is ook meteen het bewijs voor mijn identiteit.
3. Reid zegt: bewustzijn is voortdurend in verandering. Als je identiteit hetzelfde is als je
bewustzijn, zou deze ook voortdurend moeten veranderen. Dan ben je niet meer
verantwoordelijk voor wat je zojuist deed.
4. Pijn, plezier, bewustzijn en geheugen kunnen niet hetzelfde zijn op verschillende momenten,
volgens Locke ben je dan een ander persoon. Volgens Locke zijn die uitingen hetzelfde en
ben je hetzelfde als alle andere mensen, en als je pijn anders is dan op een ander moment
bij eenzelfde persoon zou je volgens Locke een ander persoon zijn. Ook houdt ons
bewustzijn soms op met bestaan (tijdens het slapen of onder narcose), volgens Locke zou je
dan op dat soort momenten niet bestaan.
Primaire tekst: Derek Parfit, persoonlijke identiteit:
Eenvoudige teletransportatie: als ik in mijn lichaam transporteer naar mars, wordt mijn lichaam op
aarde vernietigt en leef ik verder op mars. Nu is er iets mis met de machine en blijft mijn oude
lichaam op aarde bestaan. Er is nu geen psychologische continuïteit omdat er twee ‘ik’s’ bestaan.
Beiden zijn dan een ander persoon dan de originele persoon.