15.1
Organische stiffen = hebben allemaal het element C waaraan H-atomen gekoppeld
zijn en zijn gemaakt door een organisme. Door bijv. fotosynthese glucose maken.
Anorganische stoffen = hebben geen C-H-verbindingen en komen vrij in de natuur
voor. Bijv. CO2 en H2O.
Foto-autotrofe organismen = planten, dit zijn organismen die met behulp van
lichtenergie organische stoffen maken uit anorganische stoffen. Vanuit co2 en h2o
glucose maken bijv. dit zijn de producenten vd voedselketen.
Heterotrofe organismen = zijn consumenten vh ecosysteem. Bijv. sprinkhanen,
duiven, vossen etc. zij gebruiken een deel vd organsiches toffen uit hun voedsel als
bouwstof en een deel als brandstof.
Chemosynthese = opbouwen van organische stoffen uit anorganische stoffen m.b.v.
energie die vrijkomt bij een chemische reactie met anorganische stoffen.
Chemo-autotroof = organismen die met behulp van energie uit oxidaties van
anorganische stoffen, organische stoffen maken uit anorganische stoffen.