16.1
Systeem aarde = alle complexe voedselwebben en ecosystemen op aarde tezamen.
Sinks = in bodemvoorraden vastliggende organische stoffen zoals koolstof. En vooral
fossiele brandstoffen
Permafrost gebieden = toendra’s rond de Noordpool, waarvan de bodems het hele
jaar bevroren zijn. Hierin liggen ook een grote hoeveelheid organisch materiaal
opgeslagen.
Kalkgesteenten = sink van CaCO3, resten schelpen. Onderdeel van de langzame
koolstof kringloop.
Koolstof in zulke sinks kan vrijkomen door -> vulkaan activiteit of erosie van
gesteente.
Broeikaseffect = door steeds meer mensen -> stoten we steeds meer CO2 uit -> de
koolstofkringloop verandert -> omdat koolstof een broeikasgas is ontstaat het
broeikaseffect.
Het gas in de lucht heeft een isolerende werking. Behoud warmte in onze atmosfeer.
Versterkt broeikaseffect = vergroten van het broeikaseffect door co2 uit fossiele
brandstoffen. De atmosfeer houdt dan meer warmte vast dan normaal.
Broeikasgassen in de atmosfeer = Co2, waterdamp, CH4 en N2O.
GWP = global warming potential, mate waarin een broeikasgas sterker is dan CO2
(Extra) CH4 is afkomstig van het gebruik van fossiele brandstoffen, landbouw (vooral
rijstbouw), afvalstortplaatsen en van de veeteelt. Uit veel sloten en plassen borrelt
moerasgas omhoog dat vooral uit CH4 bestaat. Het ontstaat uit organisch materiaal
onder anaerobe omstandigheden
Door de opwarming vd aarde ontdooit de permafrost laag steeds meer -> daardoor
wordt extra CH4 gevormd en er komt moerasgas uit vrij.
Opwarming vd aarde verminderen =
- Energiezuinige technieken
- Andere manieren van energieopwekking
- Afvangen van CO2 door de industrie
- Betere mestverwerking
- Recycling/hergebruiken
- Voedsel uit de regio zelf gebruiken (minder importeren)
16.2
Stikstofbinding/stikstoffixatie = bacteriën die N2 uit de lucht opnemen en koppelen
aan organische stoffen (zetten om in NH4+)
Groenbemesting = verrijken vd bodem met stikstof afkomstig uit plantenresten.
Kunstmest = bij hoge druk en temperatuur N2 laten reageren met H2. Hierbij
ontstaat ammoniak. Dit wordt weer omgezet tot de gewenste NO3-
Nadelen kunstmest = bacteriën zetten het overgebleven kunstmest om in oa
broeikasgas N2O. en het regenwater kan NO3- uitspoelen waardoor het in
oppervlaktewater vd omgeving komt.
Eutrofiëring = verrijking vh water met anorganische voedingsstoffen. Zoals de NO3-
van hierboven
Algenbloei = explosieve toename van algen. Komt door eutrofiëring vh water. Dit
leidt weer tot sterfte van andere waterplanten.