1. Bestudeer artikel 11 Participatiewet. Benoem de voorwaarden en het rechtsgevolg genoemd
in het artikel.
2. Bestudeer artikel 13 Participatiewet. Welke uitsluitinggronden kent de wet?
3. Bestudeer artikel 15 Participatiewet. Wanneer is er sprake van een voorliggende
voorziening? Noem enkele voorliggende voorzieningen.
4. Artikel 11 PW spreekt over middelen. Bestudeer artikel 31, 32,33 en 34. Wat wordt onder
middelen verstaan?
5. Lees artikel 21 PW. Je ziet dat er gesproken wordt over een alleenstaande en een gehuwde.
Wie worden o.g.v. de wet als gehuwden aangemerkt? Wanneer is iemand alleenstaand?
6. Wanneer is er sprake van een gezamenlijke huishouding?
7. Wat houdt de kostendelersnorm in?
Opgave 1: voorwaarden bijstandsuitkering
De WW uitkering van de heer El Kader (45 jaar oud) heeft per 1 februari 2016 de maximale
uitkeringsduur bereikt. Hij heeft de Nederlandse nationaliteit. Hij is gehuwd. Zijn vrouw (40 jaar)
werkt niet. Ze wonen in Amsterdam Zij hebben twee kinderen van 8 en 10 jaar. Op hun
spaarrekening hebben zij € 4000 staan. Verder hebben zij geen spaartegoeden of andere waardevolle
spullen.
1. Voldoen de heer en mevrouw El Kader aan de voorwaarden van art. 11 Pw?
- Ze wonen in NL, namelijk Amsterdam en hebben de NL nationaliteit
- ‘niet over de middelen beschikt’ zie de vraag hieronder, zijn vrouw werkt niet en zijn uitkering
wordt gestopt, ze dreigen te geraken in omstandigheden waarin ze niet meer in hun eigen bestaan
kunnen voorzien.
- ‘om in de noodzakelijke kosten van bestaan te voorzien’
2. Beschikken de heer en mevrouw El kader over middelen in de zin van art. 31 t/m 34 Pw?
Art. 31 legt uit wat middelen zijn, namelijk al het inkomen en vermogen. Er is in de casus sprake
van 4000 euro en de vrouw werkt niet. Conclusie: er is o.g.v. art. 31 sprake van inkomen en/of
vermogen. In dit geval alleen het vermogen van 4000 euro.
Art. 32 legt uit wat inkomen is, mevrouw werkt niet en man ook niet, conclusie: er is dus geen
inkomen in deze casus.
Art. 34 zegt wat vermogen is, de waarde van bezittingen min je schulden. aanwezige vermogen is
4000 euro. Geen schulden, dus vermogen aanwezig van 4000 euro.
Lid 2 sub b: niet als vermogen wordt in aanmerking genomen, het bij aanvang van de bijstand
aanwezige vermogen voor zover dit minder bedraagt dan de van toepassing zijnde
vermogensgrens.
Lid 3: ze zijn gehuwd dus is sub c van toepassing. O.g.v. lid 3 sub c mogen ze dus samen 11.790 euro
hebben, ze hebben echter maar 4000 euro en zitten dus onder de grens.