Leerdoelen:
Wat is epilepsie?
Incidentie
Prevalentie
Oorzaken epilepsie
Hoe kan je epilepsie classificeren?
Aanvallen (tonisch, klonisch enz)
Syndroom (idiopatisch, symptomatisch)
Grand mal – tonisch-klonisch
Petit mal – absence
Typen aanval bepaald syndroom
Wat gebeurt er met je hersenen tijdens epileptische activiteit?
Hoe behandel je epilepsie?
Wat is epilepsie?
Het is een neurologische aandoening die het zenuwstelsel aantast. Het is een aandoening
die gekenmerkt wordt door aanvallen. De aanvallen zijn niet te voorspellen en de ziekte kan
resulteren in andere gezondheidsproblemen. Het is een spectrum stoornis met een grote
variëteit in typen aanvallen en hoe mensen er mee omgaan. Veel mensen met epilepsie
hebben meerdere soorten aanvallen en tonen soms andere symptomen van neurologische
problemen.
Het is een chronische aandoening.
Epilepsie is een conditie die zich manifesteert in de vorm van aanvallen. Deze aanvallen
worden veroorzaakt door een plotselinge, tijdelijke ontwrichting van de elektronische balans
in de hersenen. Aanvallen variëren van persoon tot persoon. Sommige vallen om en
beginnen te schokken met hun armen en benen. Andere ervaringen zijn vreemde tintelingen,
het horen van rare geluiden of het staren in de verte voor een korte periode. Er zijn zo veel
verschillende oorzaken en die bepalen dan ook weer de type van aanvallen en de
frequentie.
De prognose varieert ook van persoon tot persoon. Sommige vormen van epilepsie zijn
leeftijd-gerelateerd. Dat betekent dat ze op een bepaalde leeftijd verschijnen en dan ook
weer zullen verdwijnen wanneer men ouder wordt.
Men spreekt van Epilepsie wanneer je meerdere epileptische aanvallen hebt gehad binnen
één jaar. Als je één aanval hebt gehad, betekent het niet dat je epilepsie hebt, ze kunnen
namelijk ook getriggerd worden door verschillende omstandigheden. Dus
therapie/behandeling wordt alleen overwogen wanneer Epilepsie gediagnosticeerd is.
Theoretische definitie:
Epilepsie is een aandoening die gekenmerkt wordt door een predispositie om epilepstische
aanvallen op te wekken en door de neurobiologische, cognitieve, psychologische en sociale
consequenties van de ziekte.
Deze conceptuele (theoretische) definitie is niet gedetailleerd genoeg om op alle individuele
gevallen toe te passen en dit leidde tot de ontwikkeling van een meer praktische
(operationale) definitie.
Praktische definitie:
Minstens 2 ongeprovoceerde aanvallen die plaatsvinden met minstens 24 uur
ertussen.
1 ongeprovoceerde aanval en de waarschijnlijkheid van volgende aanvallen
overeenkomstig met het algemene terugkomende risico (minstens 60%) na 2
ongeprovoceerde aanvallen die in de komende 10 jaar zal plaatsvinden.