4.2.1
- De oude Egyptenaren leefde in een eenheidsstaat (=staat waar overal de regels
hetzelfde zijn)
- Rond het jaar 1000 v. Chr. ontstonden stadstaten (grieks: polis): zelfstandige
steden met hun omliggende platteland -> als het ware kleine zelfstandige
landen die alles zelf regelden
- Burgers kozen hun eigen bestuur in de stadstaten
- De hongersnood door het landschap van Griekenland (veel rotsen en drook)
werd een probleem. Vanaf ongeveer 750 v. Chr. opgelost door het stichten van
kolonies rondom de middellandse zee en de zwarte zee op vruchtbare grond:
men kon hierdoor meer voedsel oogsten en het land bloeide op
4.2.2
- De meeste stadstaten werden door een alleenheerser of een koning bestuurd:
deze kon alles zelf beslissen
- Het doorgeven van de positie van een alleenheerser of een koning naar zijn
kinderen heet: monarchie
- Als een land groter werd stapte ze af van monarchie en werd gekozen voor een
bestuur van de rijkste mensen samen = aristocratie -> de macht is dan verdeeld
over meerdere personen of families
- tiran = een persoon greep de macht / bestuursvorm heet dan tirannie
- van 527 tot 510 v.chr. had Hippias de macht: bewoners waren hem zat en
vormden een nieuw bestuur: de democratie = gekozen bestuur
- Je mocht pas meebeslissen aan het bestuur als je het burgerrecht had
bijvoorbeeld: vreemdelingen, slaven, vrouwen en kinderen onder de 18 mochten
niet meebeslissen
4.2.3
- In Athene was er een groot verschil tussen rijk en arm daarom voerde
staatsman Solon in 594 v.Chr in Athene hervorming door die leidde tot
democratie hij richtte volksvergadering op: mensen mochten meebeslissen over
het bestuur van de stad
- slavernij onder de eigen Atheense bevolking afgeschaft
- Vanaf 510 v.Chr volgde meer hervormingen
- De volksvergadering kreeg er meer taken bij zoals:
● Het kiezen van een raad van vijfhonderd. Vijfhonderd burgers mochten
wetten bedenken die aan de volksvergadering werden voorgelegd.
● Het kiezen van leiders van het leger en de oorlogsvloot
● Het kiezen van rechters
● Het invoeren van het ostracisme = schervengericht = stemmen door
middel van potscherven. op de scherm werd de naam gekrast van
degene die ze weg wilden hebben
, - Om de directe democratie verder te maken zorgde Pericles in 460 v.Chr. dat de
burgers die meededen in het bestuur een vergoeding kregen. Nu noemen we
dat presentiegeld = geld dat je krijgt voor je aanwezigheid bij een vergadering
4.3.1
- Net als oude Egyptenaren dachten de Grieken dat er bovennatuurlijk krachten
bestonden. Deze krachten noemen de Grieken in hun natuurgodsdienst goden.
- Een godsdienst waarbij meerdere goden worden vereerd heet een
polytheïstische religie.
- De goden bepaalden alles op de wereld volgens de godsdienst van de Grieken.
Hierover ontstonden verhalen, dat zijn mythen, die deelden de mensen met
elkaar. Later maakte de Grieken een eigen schrift. Ze hebben de mythen
allemaal opgeschreven daarom kennen wij ze nog als Griekse mythologie.
- Veel Grieken geloofden dat de belangrijkste goden op de berg Olympus
woonde. Ze leefde daar in een grote familie. Hieronder zie je de goden die in de
familie woonde:
● Oppergod Zeus
● De broer van Zeus is: Hades (de god van de onderwereld)
● De andere broer van Zeus is: Poseidon (de god van de zee)
● Heracles dat was de zoon van Zeus en Alkmene
● Godin Athena ( de godin van de wijsheid)
- De Grieken vereerden hun goden in tempels. Dat waren fraaie en ruime huizen.
4.3.2
- De Griekse mythe werden door de Grieken meegenomen naar de kolonies die de
Grieken stichtte. Daar woonde ook andere volken en de Grieken vergeleken de
junne met die van andere volken en ontdekte dat de mythen niet
overeenkomen.
- Een aantal Grieken gingen op zoek naar de kennis over het ontstaan van de
wereld los van de goden. Deze mensen werden filosofen genoemd. Eén van de
bekendste filosofen is Socrates. Hij probeerde vragen te stellen en na te denken
over meer wijsheid te krijgen.
- Socrates geloofde ook niet meer in Athene. HIj kreeg daarom de doodstraf door
middel van een gifbeker. Eén van de bekendste leerlingen van Socrates is Plato.
Plato was een filosoof, maar ook een wijs schrijver.
- Ook de wis- en natuurkundige Aristoteles werd gezien als één van de
grondleggers van de filosofie.
- Verschillende filosofen zoals Aristoteles en Plato, begonnen scholen waar
mensen filosoferen konden leren. Een school, gesticht door een filosoof, wordt
ook wel een academie genoemd.