Week 1
- Link tussen brein en gedrag
o Aandacht
o Werkgeheugen
o Langetermijngeheugen
o Emoties
o Motivatie
o Slaap
- Mind control
- CNS = central nervous system = centrale zenuwstelsel
- PNS = peripheral nervous system = perifere zenuwstelsel
- Dorsaal/ventraal
- Anterior/posterior
- Rosteraal/caudaal
- Centrale zenuwstelsel:
o Brein
o Ruggenmerg
- Perifere zenuwstelsel
o Kopzenuwen
o Spinale zenuwen
- Sympathetische & parasympathetische zenuwen
- Cellen van het zenuwstelsel
- Neuronen:
o Communicatie: ontvangen van en doorgeven signalen
o Informatieverwerking
- Gliacellen:
o Stevigheid (lijm)
o Conductie: myeline
- Hygiëne:
o Opruimen dode cellen
o Opruimen neurotransmitters
- Bescherming: bloed-brein barrière
- Voeding
- De structuur van een neuron
- Neuronen lijken op andere cellen in het lichaam, maar hebben een andere vorm
o 1. dendrieten (takken van een boom)
o 2. soma = cellichaam
o 3. axon
o 4. presynaptische terminals
- Celmembraan: begrenzing van het neuron
- Efferent: exit (motorisch)
- Afferent: arrives (sensorisch)
- Interneuron: neuron waarvan het axon en de dendrieten in een enkele structuur liggen
- Purkinje-cellen bevinden zich in het cerebellum
- Bloed-breinbarriere:
o Bescherming van het CNZ tegen vreemde organismen en chemische substanties
,- Regulatie van het hersenmetabolisme
- Voor-en nadelen
o +brein vrij houden van gevaarlijke stoffen
o -voedingsstoffen kunnen ook moeilijker het brein bereiken
- Neurale signalen:
o Boodschappen tussen neuronen
o Alle activiteit samen leidt tot waarnemingen, gedachtes, gevoelens en handelingen
- Rustpotentiaal
- Elektrische gradient
- Volt
- Concentratiegradient
- Mol/m3
- Bronnen van spanning
- Voltage = energieverschil tussen positief en negatief
- Rustpotentiaal = -70mV
- Ionen:
o Kunnen positieve en negatieve lading hebben
o Belangrijke ionen die een rol spelen bij neurotransmissie:
Natrium+
Kalium+
Chloride-
- De natrium,-kalium pomp
o De natrium-kalium pomp is een enzym in het celmembraan dat:
o 3 natrium ionen de cel uit laat en 2 kalium-ionen naar binnen
o Hiermee blijft de elektrische gradient behouden
- Elektrische voortgeleiding:
o De elektrische boodschap de wordt doorgegeven in het axon van een neuron
o Regeneert zich zonder verzwakking van het signaal
- De snelheid van een impuls varieert van neuron tot neuron
- Temporele summatie: herhaalde stimulatie op dezelfde plek heeft een cumulatief effect en
kan tot een zenuwimpuls leiden, wanneer een enkele zwakke stimulus dat niet diet
- Spatiele summatie: synaptische input van verschillende locaties kan een cumulatief effect
hebben en een zenuwimpuls triggeren
- Excitatory post-synaptic potential (EPSP)
o Depolarisatie
- Inhibitory post-synaptic potential (IPSP)
o Hyperpolarisatie
- Otto Loewi’s experiment
o Het stimuleren van de vagus nerve verlaagt de hartslag, terwijl stimulatie van de
accelerator nerve de hartslag verhoogt
- Hij realiseerde zich dat hij chemische stoffen verplaatst en geen elektriciteit
- Neuronale communicatie
- Neuronen communiceren dmv neurotransmitters op oversteekpunten genaamd synapsen
- Presynaptisch neuron
- Postsynaptisch neuron
- Chemische gebeurtenissen in de synaps
o 1. neurotransmitterproductie & opslag
, o 2. een actiepotentiaal triggert het vrijkomen van neurotransmitters in de
synpatische spleet (synaptic cleft)
o 3. neurotransmitters hechten zich aan receptoren van het postsynaptische neuron
o 4. de neurotransmitters later de receptoren weer los
o 5. de neurotransmitters worden weer opgenomen door het presynaptische neuron
of diffuseren
o 6. de postsynaptische neuron stuurt negatieve feedback om de verdere toevoer van
neurotransmitters te remmen
- Excitatie en inhibitie:
- Glutamaat is de belangrijkste excitatoire neurotransmitter
- GABA is de belangrijkste inhibitoire neurotransmitter
- Contrasten
- Snel vs langzaam
- Kortdurend vs langdurend
- Specifiek vs globaal
-
-
- Voltage-gated
- Ionotroop: gecontrolleerd door neurotransmitters. Transmitter-gated/ligand-gated
- Metabotroop: neurotransmitters starten een sequentie van metabole reacties
- Metabotrope vs ionotrope effecten: zijn langzamer en duren langer
- Drugeffecten:
o Hechten aan neurotransmitter receptors
o LSD hecht aan serotoninereceptoren
o Stimuleren uitgave
o MDMA geeft dopamine/serotonine vrij
o Blokkeren reuptake
o Amfetamine en cocaine blokkeren reuptake van dopamine, serotonine en
norepinephrine
- Negatieve feedback
- Cannabinoiden exciteren negatieve-feedback-receptoren op het presynaptische neuron
- Hypofyse hormonen
- Posteriore hypofyse: bestaat uit neuraal weefsel en is een extensie van de hypothalamus
- Vasopressine
- Oxytocine
, - Anteriore hypofyse: bestaat uit klierweefsel
- Thyriod stimulating hormone (TSH)
- Luteinizing hormone (LH)
follicle-stimulating hormone (FSH)
- ACTH
- Prolactine
- Groeihormoon
Week 2 Anatomie van het brein & onderzoeksmethodes
- Cellen van het zenuwstelsel: verschillende types neuronen en gliacellen, onderscheidbaar op
basis van functie en vorm
- Zenuwimpulsen: actiepotentialen bewegen langs axonen en zorgen voor een response bij de
synaps, die een signaal doorgeeft aan dendrieten van andere zenuwcellen
- Bloed-brein barriere: beschermen en voeden
- Synaptische communicatie: signalen doorgeven van neuron tot neuron
- Neurotransmitters, neuropeptiden & hormonen
- Complete zenuwstelsel
- Het electriciteitssysteem van het lichaam
- Centrale and perifere zenuwstelsel voeren tezamen alle functies van het zenuwstelse uit, bv:
- Beweging
- Waarneming
- Visueel, auditief, haptisch, smaak, reuk, pijn, balans, etc
- Subjectieve ervaringen & gedachtes
- Hersenen & ruggenmerg: CZS, controle centrum
- Al het neurale materiaal buiten het CZS: PZS
- CZS (CNS): hersenen en ruggenmerg
- Hersenen:
- Ruggenmerg: zenuwbaan binnenin de ruggengraat
- Verbindingen met ruggemergszenuwen
- Benoemd obv posititie van wervels
- PZS (PNS): somatisch en autonoom zenuwstelsel
- Somatisch zenuwstelsel: sensorimotor functies
- Intentionele beweging
- Waarneming: zien/horen
- Waarneming: haptisch
- Dermatomen
- Autonoom zenuwstelsel: connecties met het hart, darmen en andere organen
- Sympatische en parasympathische zenuwstelsel
- Hersenzenuwen
- 12 zenuwen direct uit het brein, onder andere voor:
- Gevoel van het hoofd/gezicht
- Beweging van het hoofd/gezicht
- Parasymapthische signalen naar de organen
-
- Link tussen brein en gedrag
o Aandacht
o Werkgeheugen
o Langetermijngeheugen
o Emoties
o Motivatie
o Slaap
- Mind control
- CNS = central nervous system = centrale zenuwstelsel
- PNS = peripheral nervous system = perifere zenuwstelsel
- Dorsaal/ventraal
- Anterior/posterior
- Rosteraal/caudaal
- Centrale zenuwstelsel:
o Brein
o Ruggenmerg
- Perifere zenuwstelsel
o Kopzenuwen
o Spinale zenuwen
- Sympathetische & parasympathetische zenuwen
- Cellen van het zenuwstelsel
- Neuronen:
o Communicatie: ontvangen van en doorgeven signalen
o Informatieverwerking
- Gliacellen:
o Stevigheid (lijm)
o Conductie: myeline
- Hygiëne:
o Opruimen dode cellen
o Opruimen neurotransmitters
- Bescherming: bloed-brein barrière
- Voeding
- De structuur van een neuron
- Neuronen lijken op andere cellen in het lichaam, maar hebben een andere vorm
o 1. dendrieten (takken van een boom)
o 2. soma = cellichaam
o 3. axon
o 4. presynaptische terminals
- Celmembraan: begrenzing van het neuron
- Efferent: exit (motorisch)
- Afferent: arrives (sensorisch)
- Interneuron: neuron waarvan het axon en de dendrieten in een enkele structuur liggen
- Purkinje-cellen bevinden zich in het cerebellum
- Bloed-breinbarriere:
o Bescherming van het CNZ tegen vreemde organismen en chemische substanties
,- Regulatie van het hersenmetabolisme
- Voor-en nadelen
o +brein vrij houden van gevaarlijke stoffen
o -voedingsstoffen kunnen ook moeilijker het brein bereiken
- Neurale signalen:
o Boodschappen tussen neuronen
o Alle activiteit samen leidt tot waarnemingen, gedachtes, gevoelens en handelingen
- Rustpotentiaal
- Elektrische gradient
- Volt
- Concentratiegradient
- Mol/m3
- Bronnen van spanning
- Voltage = energieverschil tussen positief en negatief
- Rustpotentiaal = -70mV
- Ionen:
o Kunnen positieve en negatieve lading hebben
o Belangrijke ionen die een rol spelen bij neurotransmissie:
Natrium+
Kalium+
Chloride-
- De natrium,-kalium pomp
o De natrium-kalium pomp is een enzym in het celmembraan dat:
o 3 natrium ionen de cel uit laat en 2 kalium-ionen naar binnen
o Hiermee blijft de elektrische gradient behouden
- Elektrische voortgeleiding:
o De elektrische boodschap de wordt doorgegeven in het axon van een neuron
o Regeneert zich zonder verzwakking van het signaal
- De snelheid van een impuls varieert van neuron tot neuron
- Temporele summatie: herhaalde stimulatie op dezelfde plek heeft een cumulatief effect en
kan tot een zenuwimpuls leiden, wanneer een enkele zwakke stimulus dat niet diet
- Spatiele summatie: synaptische input van verschillende locaties kan een cumulatief effect
hebben en een zenuwimpuls triggeren
- Excitatory post-synaptic potential (EPSP)
o Depolarisatie
- Inhibitory post-synaptic potential (IPSP)
o Hyperpolarisatie
- Otto Loewi’s experiment
o Het stimuleren van de vagus nerve verlaagt de hartslag, terwijl stimulatie van de
accelerator nerve de hartslag verhoogt
- Hij realiseerde zich dat hij chemische stoffen verplaatst en geen elektriciteit
- Neuronale communicatie
- Neuronen communiceren dmv neurotransmitters op oversteekpunten genaamd synapsen
- Presynaptisch neuron
- Postsynaptisch neuron
- Chemische gebeurtenissen in de synaps
o 1. neurotransmitterproductie & opslag
, o 2. een actiepotentiaal triggert het vrijkomen van neurotransmitters in de
synpatische spleet (synaptic cleft)
o 3. neurotransmitters hechten zich aan receptoren van het postsynaptische neuron
o 4. de neurotransmitters later de receptoren weer los
o 5. de neurotransmitters worden weer opgenomen door het presynaptische neuron
of diffuseren
o 6. de postsynaptische neuron stuurt negatieve feedback om de verdere toevoer van
neurotransmitters te remmen
- Excitatie en inhibitie:
- Glutamaat is de belangrijkste excitatoire neurotransmitter
- GABA is de belangrijkste inhibitoire neurotransmitter
- Contrasten
- Snel vs langzaam
- Kortdurend vs langdurend
- Specifiek vs globaal
-
-
- Voltage-gated
- Ionotroop: gecontrolleerd door neurotransmitters. Transmitter-gated/ligand-gated
- Metabotroop: neurotransmitters starten een sequentie van metabole reacties
- Metabotrope vs ionotrope effecten: zijn langzamer en duren langer
- Drugeffecten:
o Hechten aan neurotransmitter receptors
o LSD hecht aan serotoninereceptoren
o Stimuleren uitgave
o MDMA geeft dopamine/serotonine vrij
o Blokkeren reuptake
o Amfetamine en cocaine blokkeren reuptake van dopamine, serotonine en
norepinephrine
- Negatieve feedback
- Cannabinoiden exciteren negatieve-feedback-receptoren op het presynaptische neuron
- Hypofyse hormonen
- Posteriore hypofyse: bestaat uit neuraal weefsel en is een extensie van de hypothalamus
- Vasopressine
- Oxytocine
, - Anteriore hypofyse: bestaat uit klierweefsel
- Thyriod stimulating hormone (TSH)
- Luteinizing hormone (LH)
follicle-stimulating hormone (FSH)
- ACTH
- Prolactine
- Groeihormoon
Week 2 Anatomie van het brein & onderzoeksmethodes
- Cellen van het zenuwstelsel: verschillende types neuronen en gliacellen, onderscheidbaar op
basis van functie en vorm
- Zenuwimpulsen: actiepotentialen bewegen langs axonen en zorgen voor een response bij de
synaps, die een signaal doorgeeft aan dendrieten van andere zenuwcellen
- Bloed-brein barriere: beschermen en voeden
- Synaptische communicatie: signalen doorgeven van neuron tot neuron
- Neurotransmitters, neuropeptiden & hormonen
- Complete zenuwstelsel
- Het electriciteitssysteem van het lichaam
- Centrale and perifere zenuwstelsel voeren tezamen alle functies van het zenuwstelse uit, bv:
- Beweging
- Waarneming
- Visueel, auditief, haptisch, smaak, reuk, pijn, balans, etc
- Subjectieve ervaringen & gedachtes
- Hersenen & ruggenmerg: CZS, controle centrum
- Al het neurale materiaal buiten het CZS: PZS
- CZS (CNS): hersenen en ruggenmerg
- Hersenen:
- Ruggenmerg: zenuwbaan binnenin de ruggengraat
- Verbindingen met ruggemergszenuwen
- Benoemd obv posititie van wervels
- PZS (PNS): somatisch en autonoom zenuwstelsel
- Somatisch zenuwstelsel: sensorimotor functies
- Intentionele beweging
- Waarneming: zien/horen
- Waarneming: haptisch
- Dermatomen
- Autonoom zenuwstelsel: connecties met het hart, darmen en andere organen
- Sympatische en parasympathische zenuwstelsel
- Hersenzenuwen
- 12 zenuwen direct uit het brein, onder andere voor:
- Gevoel van het hoofd/gezicht
- Beweging van het hoofd/gezicht
- Parasymapthische signalen naar de organen
-