ETHIEK IN HET ALGEMEEN
Ethiek komt van het Griekse woord ‘ethos’. Ethos staat voor karakter en gewoontes.
Ethiek staat voor kritisch nadenken over morele onderwerpen en gaat over verlangen naar goed leven.
Moraal = het geheel van (morele) normen en waarden, bepaalt met haar normen en waarden welke
handel wenselijk is. Moraal is vaak cultureel bepaald.
Een ethisch dilemma is een botsing van 2 waarden. Hierbij is altijd morele schade.
Normen en waarden:
Normen Niet opgeschreven (gedrags)regels om waarden te bereiken
Waarden Wat iemand als ‘waardevol’ ziet. Het doel waar we naar streven
Vraagstukken in de ethiek:
Macro vraagstukken Vraagstukken op grote schaal, ver van ons af
Micro vraagstukken Vraagstukken over alledaagse problemen in eigen leven
Instrumentele en intrinsieke waarden
Instrumentele Waarden om een andere waarden te bereiken
waarden
intrinsieke waarden Waarden inzichzelf
+ Geluk is een containerbegrip want er zijn
meerdere waarden nodig om geluk te bereiken.
+ Deugd: moreel goeie eigenschap
ARISTOTELES
Deugdethiek:
Hij gelooft dat de deugd in het midden zit tussen 2 ondeugden (te veel en te weinig)
Praktische wijsheid > “je had moeten weten dat’
+/- punten:
+ Flexibel, geen star handboek maar per situatie afzonderlijk te bepalen
- Het is soms onduidelijk om te handelen
- Te optimistisch over de mens
o Aristoteles gelooft dat de mens altijd goed wilt doen, dus opzoek naar het midden.
Deugdethiek is afhankelijk van de situatie
KANT
Plichtethiek:
- Focus niet op de gevolgen maar op de regels
- Uitgaan van de handeling
- Het is heel duidelijk
- Gaat niet uit van hypothetisch imperatief
- Categorisch imperatief > dit is altijd je plicht om te doen
- Handelen volgens een principe dat voor iedereen overal toepasbaar is (alsof algehele wet)
- Gaat uit van goed en fout tegen over elkaar
- “de mens is geen middel maar een doel”