1. Toxicologische basisbegrippen...........................................................................................................1
2. Stofeigenschappen.............................................................................................................................4
3. Zware metalen....................................................................................................................................7
4. Bestrijdingsmiddelen........................................................................................................................10
5. Organische microverontreinigingen................................................................................................13
6. Oppervlakte actieve stoffen..............................................................................................................16
7. Voedingsadditieven en migratieresiduen.........................................................................................19
8. Natuurlijke toxinen...........................................................................................................................21
9. Blootstellingsroutes..........................................................................................................................22
1. Toxicologische basisbegrippen
Vragen in toxicologie:
- Welke stoffen zijn giftig? Alles is giftig, alleen de dosis bepaalt of het echt giftig is/ of je er
ziek van zal worden of niet.
- Hoe wordt de mens blootgesteld?
- Hoe werkt een giftige stof?
- Hoe zijn risico’s te vermijden?
Voorbeelden van giftige stoffen: geneesmiddelen, industriechemicaliën, oplosmiddelen,
bestrijdingsmiddelen, additieven, stoffen uit de natuur.
Dosis-effectrelatie: op y-as bv overleving, of sub-lethale effecten zoals groei of prestatie, op x-as de
blootstelling dosis (mg/kg lichaamsgewicht) of concentratie in bv voedsel of drinkwater zegt dat
bij lage dosis geen effect, maar bij toeneming blootstelling neemt de parameter (bv overleving) af tot
dat deze nul is
,Vanuit de dosis effect relatie kan je de giftigheid van stoffen bepalen, risico van de stof bepalen
NOEC: no observed effect concentratie = dosis waarbij geen statistisch significante afwijking is van
de parameter ten opzichte van de controle
NOAEL = no observed adverse effect level
NEL: no effect level = effect is nul
LD50: mediane letale dosis (mg per kg lichaamsgewicht) = dosis waarbij 50% van de proefdieren dood
gaat
LC50: mediale letale concentratie in bodem, water, lucht of voeding (mg/kg, µg/L, µg/m3 )
EC50: concentratie met 50% effect, parameter is 50% afgenomen vergeleken met de controle
Begrippen:
Blootstellingstijd: Acuut (snelwerkend) vs. chronisch (effect na lange tijd, langdurige bloostelling
weken/maanden/jaren)
Inname:
- Oraal = via de mond
- Gastro-intestinaal = via het maagdarmkanaal
- Inhalatoir = via de luchtwegen
- Dermaal = via de huid
Waar grijpt de stof op aan:
- Hepatotoxisch = werkt op de lever
- Nefrotoxisch = werkt op de nier
- Neurotoxisch = werkt op het zenuwstelsel
- Genotoxisch = werkt op het DNA
, Wat is het type effect van de stof:
- Allergeen = veroorzaakt allergieën
- Teratogeen = veroorzaakt afwijkingen aan de vrucht (tijdens zwangerschap)
- Mutageen = veroorzaakt mutaties in het erfelijk materiaal
- Carcinogeen = veroorzaakt kanker
Risicoschatting
Twee kanten
- Blootstellingsconcentratie
- Hoe giftig is de stof? Wat is de veilige waarde?
Risicoquotiënt = verhouding tussen dosis of voorspelde concentratie in het milieu (PEC) en het geen-
effect-niveau (PNEC) (=de veilige waarde)
Wat is de veiligheidsmarge? Komen blootstellingconcentratie en veilige waarde dichtbij elkaar is er
hoog risico maatregelen nemen, of liggen deze ver van elkaar af, dan ben je er zeker van dat de
stof geen schade zal veroorzaken
Hoe veilige waarde afleiden?
- Verwaarloosbaar risico VR: sterftekans per jaar is 1 op de 100.000.000
- Toelaatbaar risico: maximaal toelaatbaar risiconiveau MTR = sterftekans is maximaal 1 op de
miljoen sterftegevallen per jaar
- Onacceptabel risico
Milieutoxicologie = vak waar we kijken naar de effecten van stoffen in het milieu (bodem, water,
lucht, voeding) op de mens, menselijke gezondheid
Ecotoxicologie = vak waar we kijken naar de effecten van stoffen op het milieu