NEXT 2 – THIM VAN DER LAAN
,Inhoudsopgave
INDELING VOLGENS DE NHG-RICHTLIJN.............................................................................................3
1. FROZEN SHOULDER (GH-GEWRICHTSKLACHTEN)...........................................................................4
2. ARTROSE (GH-GEWRICHTSKLACHTEN)...........................................................................................7
3. (SCHOUDERIMPINGEMENT)...........................................................................................................9
4. ROTATOR CUFF TENDINOPATHIE.................................................................................................11
5. RUPTUUR ROTATOR CUFF............................................................................................................14
6. TENDINITIS CALCAREA.................................................................................................................16
7. BICEPS PEESRUPTUUR & SLAP-LAESIE..........................................................................................18
8. BURSITIS SUBACROMIALIS (SAPS)................................................................................................20
9. GH-INSTABILITIEIT (OVERIG)........................................................................................................23
10. CERVICALE RADICULOPATHIE (OVERIG).....................................................................................26
11. AANDOENINGEN VAN DE PLEXUS BRACHIALIS..........................................................................29
12. SCHOUDERLUXATIES..................................................................................................................31
13. AC-LUXATIES..............................................................................................................................34
OVERIGE AANDOENINGEN IN HET KORT..........................................................................................36
OVERIGE BRONNEN.........................................................................................................................37
SCHOUDERPATHOLOGIEËN | THIM VAN DER LAAN
,INDELING VOLGENS DE NHG-RICHTLIJN
DIAGNOSEGROEP 1 – GLENOHUMERALE GEWRICHTSKLACHTEN
Schouderklachten mét passieve bewegingsbeperking, voornamelijk in exorotati e en/of
abducti e.
Pijn en bewegingsbeperking van zowel abductie als exorotatie. Meest voorkomend zijn: frozen
shoulder en artrose.
Frozen shoulder komt het meest frequent voor in de leeftijdscategorie van 40 tot 60 jaar, terwijl
artrose vooral gezien wordt bij patiënten boven de 60 jaar.
Bij artrose zijn de actieve bewegingen vaan pijnlijker dan bij een frozen shoulder.
DIAGNOSEGROEP 2 – SUBACROMIAAL PIJNSYNDROOM (SAPS)
Schouderklachten zónder passieve bewegingsbeperkingen en mét een pijnlijk
abducti etraject.
Pijn, meestal unilateraal, gelokaliseerd rond het acromion en/of de bovenarm die verergert
tijdens het heffen van de arm (pijn en/of bewegingsbeperking van het abductietraject).
SAPS omvat subacromiale bursitis, (calcificerende) tendinopathie, (partiële dikte, volledige dikte
of complete) ruptuur van één of meerdere pezen van de rotator cuff of ruptuur van de lange kop
van de bicepspees.
SAPS is veruit de meest voorkomende vorm van schouderklachten (70-80%).
Traumatische rupturen van de rotator cuff komen het meest frequent voor in de leeftijd tot 35
jaar. De kans op niet-traumatische (degeneratieve) rupturen neemt sterk toe met de leeftijd.
Aandoeningen van de subacromiale structuren komen met name voor in de leeftijd van 35 tot 75
jaar.
Géén pijn in rust.
DIAGNOSEGROEP 3 – OVERIGE SCHOUDERKLACHTEN
Schouderklachten zónder passieve bewegingsbeperkingen en zónder pijn in
abducti etraject.
Nekklachten met bijkomende schouderklachten (functiestoornissen van de cervicale wervelkolom
of cervicothoracale overgang).
Aandoeningen van het acromio- of sternoclaviculaire gewricht (bijvoorbeeld artrose).
Instabiliteit van het glenohumerale gewricht.
ONGUNSTIGE PROGNOSTISCHE FACTOREN
Ongunstige prognostische factoren voor het beloop van (algemene) schouderklachten zijn:
- Langdurig bestaande klachten bij het eerste consult
- Ernstige pijn
- Een geleidelijk ontstaan van de klachten
- Nekpijn
- Functiestoornissen van de cervicothoracale overgang (CTO)
- Herhaalde bewegingen
- Ongunstige (repeterende) werkgerelateerde en psychosociale factoren
- Glenohumerale instabiliteit en scapulothoracale disfuncties kunnen leiden tot het ontstaan van
de klachten, dan wel de klachten in stand houden
SCHOUDERPATHOLOGIEËN | THIM VAN DER LAAN
, 1. FROZEN SHOULDER (GH-
GEWRICHTSKLACHTEN)
Een ‘frozen shoulder’ is een invaliderende en – in het eerste stadium
– zeer pijnlijke kapselaandoening van de schouder. Er is sprake van
een capsulitis adhesiva, capsulitis (=ontstoken kapsel) adhesiva
(=verkleving).
1.1 ETIOLOGIE EN RISICOFACTOREN
De etiologie van een frozen shoulder is veelal onduidelijk. Een frozen
shoulder kan opgedeeld worden in twee groepen: de primaire en
secundaire vorm.
PRIMAIRE FROZEN SHOULDER
Het heeft een idiopatisch ontstaan (=oorzaak onbekend) en het herstelt ook weer vanzelf. Dit kan na een
paar maanden of zelfs jaren (3 jaar) zijn.
SECUNDAIRE FROZEN SHOULDER
Er zijn aanwijzingen dat iets anders de oorzaak is. De secundaire groep is in te delen in drie groepen:
1. Intrinsieke oorzaak
o Trauma
o Langdurige immobilisatie (bijv. na GH-luxatie)
o Tendinitis rotator cuff
o Tendinitis calcarea
2. Extrinsieke oorzaak
o CVA
o Mammatumor
o Humerusfractuur
o AC-artritis
o Verandering in scapulathoracale beweging
3. Systematische oorzaak
o Diabetes mellitus
o Cardiopulmonale aandoening
o Epileptie
o Ziekte van parkinson
Verhoogd risico om frozen shoulder aan andere zijde te krijgen.
RISICOFACTOREN
Leeftijd 40-65 jaar
Vrouwen meer dan mannen
Diabetes mellitus, door hyperglykemie vormt glucose pathologische crosslinks tussen collagene
vezels in het schouderkapsel, waardoor inkrimping van het weefsel ontstaat
SCHOUDERPATHOLOGIEËN | THIM VAN DER LAAN