Dagboeken en subadministraties Hoofdstuk 4
Boekingsstukken
Boekingsstukken zijn de financiële feiten die een bedrijf binnen krijgt en moet
verwerken in zijn administratie. De volgende boekingsstukken zijn er:
Kasstukken
Kasbonnen en kwitanties. Een kwitantie is een bewijs dat men iets heeft betaald.
Bankstukken
De afschriften van de bank.
Facturen
Inkoopfacturen, verkoopfacturen, creditnota. Een creditnota is een document
waarin de verkoper de koper meldt dat de koper een bepaald bedrag niet hoeft te
betalen. Bijvoorbeeld bij terug sturen van een artikel, dan krijgt de koper en
bewijs dat hij/zij dat artikel niet hoeft te betalen of het geld terug gestort krijgt.
Memoriaal/diversenstukken
Memoriaal of diversenstukken zijn ook boekingsstukken maar dan door speciale
‘aantekeningen’. Bijvoorbeeld dat er een kastekort is. Of aan wanneer een collega
een andere collega vraagt om iets uit te rekenen van bijvoorbeeld de brutowinst
van een periode, dan behoord dit ook tot memoriaal.
Dagboeken
Tot nu toe hebben we per post de grootboekrekening bijgewerkt. Dit heet enkelvoudige
journaalposten of enkelvoudige overdrachtsposten. Dit kost te veel werk. Nu gaat het als
volgt: Financiële feiten Dagboek Journaal Grootboekrekeningen
Per dagboek wordt periodiek (aan het eind van de maand/week) het totaalbedrag
bepaald en gejournaliseerd. Vervolgens wordt aan de hand van de journaal de
grootboekrekeningen gemaakt, alleen van die totaal bedragen. Dit heet collectieve
overdrachtsposten of collectieve journaalposten.
Computerboekhouden
De volgende dagboeken worden bij het computerboekhouden gehanteerd:
Inkoopboek
Alle inkopen op rekening en retourinkopen. Contante inkopen komen in het
kasboek.
Verkoopboek
Alle verkopen op rekening en retourverkopen. Contante verkopen komen in het
kasboek.
Bankboek
Het bankboek is door de ontvangsten en uitgaven per (post)bank. Het bankboek
wordt bijgewerkt aan de hand van de bankafschriften. Elke bankrekening van de
onderneming is een bankboek. Er kan dus een ING bankboek zijn en een
Rabobank bankboek.
Kasboek
Alle ontvangsten en uitgaven per kas worden in het kasboek genoteerd. Dit is aan
de hand van kasbewijzen, zoals kassabonnen etc.
Diverse-postenboek of memoriaal
Alle soort “notities” worden in het memoriaal genoteerd. Bijvoorbeeld privé
opnames.
Boekingsstukken
Boekingsstukken zijn de financiële feiten die een bedrijf binnen krijgt en moet
verwerken in zijn administratie. De volgende boekingsstukken zijn er:
Kasstukken
Kasbonnen en kwitanties. Een kwitantie is een bewijs dat men iets heeft betaald.
Bankstukken
De afschriften van de bank.
Facturen
Inkoopfacturen, verkoopfacturen, creditnota. Een creditnota is een document
waarin de verkoper de koper meldt dat de koper een bepaald bedrag niet hoeft te
betalen. Bijvoorbeeld bij terug sturen van een artikel, dan krijgt de koper en
bewijs dat hij/zij dat artikel niet hoeft te betalen of het geld terug gestort krijgt.
Memoriaal/diversenstukken
Memoriaal of diversenstukken zijn ook boekingsstukken maar dan door speciale
‘aantekeningen’. Bijvoorbeeld dat er een kastekort is. Of aan wanneer een collega
een andere collega vraagt om iets uit te rekenen van bijvoorbeeld de brutowinst
van een periode, dan behoord dit ook tot memoriaal.
Dagboeken
Tot nu toe hebben we per post de grootboekrekening bijgewerkt. Dit heet enkelvoudige
journaalposten of enkelvoudige overdrachtsposten. Dit kost te veel werk. Nu gaat het als
volgt: Financiële feiten Dagboek Journaal Grootboekrekeningen
Per dagboek wordt periodiek (aan het eind van de maand/week) het totaalbedrag
bepaald en gejournaliseerd. Vervolgens wordt aan de hand van de journaal de
grootboekrekeningen gemaakt, alleen van die totaal bedragen. Dit heet collectieve
overdrachtsposten of collectieve journaalposten.
Computerboekhouden
De volgende dagboeken worden bij het computerboekhouden gehanteerd:
Inkoopboek
Alle inkopen op rekening en retourinkopen. Contante inkopen komen in het
kasboek.
Verkoopboek
Alle verkopen op rekening en retourverkopen. Contante verkopen komen in het
kasboek.
Bankboek
Het bankboek is door de ontvangsten en uitgaven per (post)bank. Het bankboek
wordt bijgewerkt aan de hand van de bankafschriften. Elke bankrekening van de
onderneming is een bankboek. Er kan dus een ING bankboek zijn en een
Rabobank bankboek.
Kasboek
Alle ontvangsten en uitgaven per kas worden in het kasboek genoteerd. Dit is aan
de hand van kasbewijzen, zoals kassabonnen etc.
Diverse-postenboek of memoriaal
Alle soort “notities” worden in het memoriaal genoteerd. Bijvoorbeeld privé
opnames.