horeca
Hoofdstuk 3: Belastingen
De overheid heft belastingen met als doel in de openbare uitgaven te voorzien. Diegene die
belasting moet betalen, wordt de belastingplichtige genoemd. Er zijn twee soorten
belastingen:
Directe belastingen worden door de belastingplichtigen rechtstreeks aan de overheid
betaald. Bijvoorbeeld: inkomstenbelasting, loonbelasting en de vennootschapsbelasting.
Indirecte belastingen worden ook wel verbruiksbelastingen genoemd, omdat de
consument betaalt over het verbruik van goederen en diensten. Een ander betaalt de
belasting aan de overheid. Bijvoorbeeld: omzetbelasting en accijnzen (BTW).
De Belastingdienst is onderdeel van de Rijksoverheid en heeft als taak bij te dragen aan
een financieel gezond Nederland en een financieel gezonde, concurrerende en veilige
Europese Unie. De Belastingdienst heeft de volgende taken:
De heffing, inning en controle van rijksbelastingen, bijdragen Zorgverzekeringswet,
premies volksverzekeringen en premies werknemersverzekeringen.
De controle op de naleving van wetgeving betreffende in-, uit-, en doorvoer van
goederen.
De toekenning van en controle op inkomensafhankelijke toeslagen.
De opsporing op al de hiervoor genoemde terreinen.
Als ondernemer heb je met de volgende belastingen te maken:
Omzetbelasting (btw)
Inkomensbelasting (IB)
Vennootschapsbelasting (Vpb)
Kostprijsverhogende belastingen
Heffingen van lagere overheden
Omzetbelasting (belasting toegevoegde waarde) wordt geheven aan de hand van de
toegevoegde waarde in de bedrijfskolom. Deze toegevoegde waarde wordt belast en
uiteindelijk betaald door de consument.
De btw wordt berekend over het totale bedrag dat een ondernemer aan zijn gasten of
klanten in rekening brengt. De horecaondernemer moet over privéverbruik en
personeelsmaaltijden ook btw afdragen alsof het omzet betreft. De eindverbruiker betaalt
wél de btw.