horeca
Hoofdstuk 5: Vreemd vermogen
Vreemd vermogen is vermogen dat door derden (dus niet de eigenaren) aan de
onderneming ter beschikking is gesteld. Ook wel; risicomijdend vermogen. Vreemd
vermogen is tijdelijk beschikbaar en over het bedrag moet rente worden betaald.
Vraag en aanbod vinden plaats op de vermogensmarkt. De vermogensmarkt bestaat uit
twee markten: de geldmarkt en de kapitaalmarkt.
Vreemd vermogen kort (krediet) = <1 jaar beschikbaar.
Vreemd vermogen lang (lening) = >1 jaar beschikbaar.
De kredietgever is degene die geld leent aan de ondernemer. De kredietnemer is de
ondernemer die geld leent van iemand anders.
Bij blanco of ongedekt vermogen is er geen sprake van een onderpand. Is er wel sprake van
een zekerheidsinstelling, dan is er sprake van gedekt vreemd vermogen.
Vormen van kort vermogen in de horeca zijn:
Leverancierskrediet;
Afnemerskrediet;
Rekening-courantkrediet.
Vormen van lang vermogen in de horeca zijn:
Leasing;
Factoring.
Leverancierskrediet ontstaat wanneer de ondernemer inkoopt en pas na enige tijd betaalt.
Op de balans zie je dit terug onder de naam crediteuren. Verstrekt leverancierskrediet zie je
terug onder de naam debiteuren.
Van afnemerskrediet is sprake als de afnemer betaalt alvorens hij de goederen of diensten
ontvangt. Bioscoopkaartjes, buskaarten en abonnementen moeten bijvoorbeeld alvorens
betaald worden.
Rekening-courantkrediet betekent dat je tot een bepaald bedrag ‘rood’ mag staan op je
ondernemers- of bedrijfsrekening. Er geldt geen aflossingsverplichting, maar de bank kan
wel per direct opzeggen.
Leasing is een vorm van financiering en is vergelijkbaar met huurkoop en huur. De
leasemaatschappij heet ‘lessor’ en de onderneming die activa leaset noem je ‘lessee’. Er
bestaan twee vormen: operationele (de leasemaatschappij is juridisch en economisch
eigenaar) en financiële leasing (de gebruiker is economisch eigenaar en de
leasemaatschappij is juridisch eigenaar).