MK module 2 werkcolleges
Week 45
Onderdelen benoemen
Gaswisseling
A. Actief transport
B. Lucht van de alveoli naar het bloed in de capillairen
C. Arm aan CO2 en rijk aan O2
D. bloed in de capillairen naar lucht in de alveoli
E. bloed in de capillairen naar weefselcellen
F. Diffusie
G. Hogere concentratie
H. Lagere concentratie
I. Arm aan O2 en rijk aan CO2
J. weefselcellen naar bloed in de capillairen
Alle gaswisseling verloopt via (1).
Als stoffen op deze wijze worden getransporteerd, verplaatsen ze zich van gebieden
met een (2) naar gebieden met een (3). Daardoor verplaatst zuurstof zich vanuit de/het
(4) en vervolgens vanuit de/het (5).
Koolstofdioxide verplaatst zich daarentegen vanuit de/het (6) en vanuit de/het (7). Van
daaruit verplaatst koolstofdioxide zich tijdens de uitademing het lichaam uit. Als
gevolg van deze uitwisseling is het arteriële bloed meestal (8), terwijl het veneuze
bloed (9) is.
1. AF
2. G
3. H
4. B
5. E
6. J
7. D
8. IC
9. CI
,Sprometrie
, FEV1
Week 45
Onderdelen benoemen
Gaswisseling
A. Actief transport
B. Lucht van de alveoli naar het bloed in de capillairen
C. Arm aan CO2 en rijk aan O2
D. bloed in de capillairen naar lucht in de alveoli
E. bloed in de capillairen naar weefselcellen
F. Diffusie
G. Hogere concentratie
H. Lagere concentratie
I. Arm aan O2 en rijk aan CO2
J. weefselcellen naar bloed in de capillairen
Alle gaswisseling verloopt via (1).
Als stoffen op deze wijze worden getransporteerd, verplaatsen ze zich van gebieden
met een (2) naar gebieden met een (3). Daardoor verplaatst zuurstof zich vanuit de/het
(4) en vervolgens vanuit de/het (5).
Koolstofdioxide verplaatst zich daarentegen vanuit de/het (6) en vanuit de/het (7). Van
daaruit verplaatst koolstofdioxide zich tijdens de uitademing het lichaam uit. Als
gevolg van deze uitwisseling is het arteriële bloed meestal (8), terwijl het veneuze
bloed (9) is.
1. AF
2. G
3. H
4. B
5. E
6. J
7. D
8. IC
9. CI
,Sprometrie
, FEV1