Cassis de Dijon
De feiten van de zaak
Het Europese Hof heeft bepaald dat consumenten voedsel uit andere lidstaten kunnen kopen, op
voorwaarde dat het in de lidstaat legaal is geproduceerd en op de markt wordt gebracht en dat er
geen belangrijke gezondheids- of milieuredenen zijn die de consumptie van het voedsel in de weg
staan. importeren In zaak 120/78, Cassis de Dijon, beschouwde het HvJ de Duitse regel over het
alcoholgehalte van fruitlikeuren als een willekeurige maatregel. Het ging om het alcoholgehalte van
verrijkte fruitlikeuren in Duitsland. De Franse likeur Cassis de Dijon voldeed niet aan die eis en mocht
niet als vruchtenlikeur op de Duitse markt worden verkocht. Ondanks dat de Duitse regelgeving niet
letterlijk onderscheid maakt tussen binnenlandse en buitenlandse producten, oordeelde het
Europese Hof dat de verordening een handelsbelemmering vormt ("een niet-discriminerende
maatregel"). Na dit besluit over het beginsel van vrij verkeer van goederen kunnen bedrijven alle
producten uit een ander land van de gemeenschap in hun land importeren - op voorwaarde dat ze
daar legaal zijn geproduceerd en op de markt worden gebracht en er geen dwingende reden is, zoals
gezondheid en om zich ertegen te verzetten . het. invoer naar het land van eindverbruik.
De door de nationale rechter gestelde prejudiciële vraag
1. Moet het begrip „maatregelen van gelijke werking als kwantitatieve invoerbeperkingen" in artikel
30 EEG-Verdrag aldus worden verstaan, dat het mede omvat de in het Duitse
Branntweinmonopolgesetz geregelde vaststelling van een minimumgehalte aan ethylalcohol voor
gedistilleerde dranken, ten gevolge waarvan traditionele Producten van andere Lidstaten, die minder
dan het vastgestelde gehalte aan ethylalcohol bevatten, in de Bondsrepubliek Duitsland niet in het
verkeer kunnen worden gebracht?
2. Kan de vaststelling van zodanig minimumgehalte vallen onder het begrip „discriminatie van de
onderdanen van de Lidstaten wat de voorwaarden van de voorziening en afzet betreft" (artikel 37
EEG-Verdrag)?
Het antwoord van het Hof van Justitie van de Europese Unie op die vraag
De feiten van de zaak
Het Europese Hof heeft bepaald dat consumenten voedsel uit andere lidstaten kunnen kopen, op
voorwaarde dat het in de lidstaat legaal is geproduceerd en op de markt wordt gebracht en dat er
geen belangrijke gezondheids- of milieuredenen zijn die de consumptie van het voedsel in de weg
staan. importeren In zaak 120/78, Cassis de Dijon, beschouwde het HvJ de Duitse regel over het
alcoholgehalte van fruitlikeuren als een willekeurige maatregel. Het ging om het alcoholgehalte van
verrijkte fruitlikeuren in Duitsland. De Franse likeur Cassis de Dijon voldeed niet aan die eis en mocht
niet als vruchtenlikeur op de Duitse markt worden verkocht. Ondanks dat de Duitse regelgeving niet
letterlijk onderscheid maakt tussen binnenlandse en buitenlandse producten, oordeelde het
Europese Hof dat de verordening een handelsbelemmering vormt ("een niet-discriminerende
maatregel"). Na dit besluit over het beginsel van vrij verkeer van goederen kunnen bedrijven alle
producten uit een ander land van de gemeenschap in hun land importeren - op voorwaarde dat ze
daar legaal zijn geproduceerd en op de markt worden gebracht en er geen dwingende reden is, zoals
gezondheid en om zich ertegen te verzetten . het. invoer naar het land van eindverbruik.
De door de nationale rechter gestelde prejudiciële vraag
1. Moet het begrip „maatregelen van gelijke werking als kwantitatieve invoerbeperkingen" in artikel
30 EEG-Verdrag aldus worden verstaan, dat het mede omvat de in het Duitse
Branntweinmonopolgesetz geregelde vaststelling van een minimumgehalte aan ethylalcohol voor
gedistilleerde dranken, ten gevolge waarvan traditionele Producten van andere Lidstaten, die minder
dan het vastgestelde gehalte aan ethylalcohol bevatten, in de Bondsrepubliek Duitsland niet in het
verkeer kunnen worden gebracht?
2. Kan de vaststelling van zodanig minimumgehalte vallen onder het begrip „discriminatie van de
onderdanen van de Lidstaten wat de voorwaarden van de voorziening en afzet betreft" (artikel 37
EEG-Verdrag)?
Het antwoord van het Hof van Justitie van de Europese Unie op die vraag