35 vragen + antwoorden
, 1. Welke uitspraak is waar?
I. (genetische) differentiële ontvankelijkheid bepaalt de invloed van omgevingsfactoren.
II. ouders hebben invloed op de error, unieke omgeving, zoals de keuze van leeftijdsgenoten
van het kind.
a. Beide uitspraken zijn waar
b. Beide uitspraken zijn niet waar
c. Uitspraak I is waar en uitspraak II is niet waar
d. Uitspraak II is waar en uitspraak I is niet waar
2. Volgens welke theorie/hypothese maken mensen gebruik van inside information bij onder
andere het maken en overtreden van regels, manipuleren en misleiden van anderen en bondjes
sluiten?
a. Bowlby-Ainsworth theory
b. The hunting hypothesis
c. Machiavellian intelligence hypothesis
d. Integration model
3. Wat wordt er bedoeld met het Bowlbian stereotype?
a. Een kind vertoont gehechtheidsgedrag, zoals huilen, om te overleven
b. Een altijd beschikbare moeder is essentieel voor de overleving van het kind
c. De overleving van een kind is afhankelijk van een moeder maar ook van alloparents
d. De bouw van kinderen zorgt voor aantrekkelijkheid voor ouders om voor het kind te
zorgen
4. Volgens welke stroming zou de opvoeding kinderen, die van nature als goed of neutraal
werden beschouwd, verpesten?
a. Romantiek
b. Verlichting
c. Humanisme
d. Behaviorisme
5. Welke uitspraak is waar?
I. Volgens de witte legende was er geen rouw om overleden kinderen, omdat ouders het zich
niet konden veroorloven door de hoge kindersterfte.
II. Volgens de zwarte legende was het inhuren van een min het bewijs voor de
onverschilligheid van de moeder.
a. Beide uitspraken zijn waar
b. Beide uitspraken zijn niet waar
c. Uitspraak I is waar en uitspraak II is niet waar
d. Uitspraak II is waar en uitspraak I is niet waar