- In het begin huishouden zelfvoorzienend, maar konden niet alles zelf maken-> gingen
specialiseren +ruilen (eerst directe ruil= goederen voor goederen). Ruilen vindt plaats op
markt. Partijen op markt: vragers en aanbieders. Aanbieder= de bezitter van Kano.
- Concrete markt= plaats die je kunt betreden op vast moment en vaak plaats
Absolute markt= niet fysiek te betreden, vraag en aanbod bepalen prijs.
1. Goederenmarkt (graan, cacao) 2. Arbeidsmarkt
aanbieder= producent- vrager=consument aanbieder= beroepsbevolking- vrager=werkgever
prijs: prijs prijs: loon
3. Valutamarkt (vreemde valuta) 4. Vermogensmarkt (liquide middelen)
aanbieder= partij die valuta verkoopt- vrager= aanbieder= mensen met liq. overschot- vrager= mensen met liq. tekort.
toeristen prijs: rente
prijs: wisselkoers
Hoofdstuk 2
Economie
- macro- economie: bestudeert beslissingen land om te komen tot maximale welvaart ->
overheidsfinanciën- monetaire economie
- internationale economie: op mondiaal niveau- ontwikkelingseconomie
- micro-economie: bestudeert keuzes bedrijf/ huishouden om te komen tot maximale winst ->
commerciële economie- supply-chain management- bedrijfseconomie.
- Vraag en aanbod valt binnen micro-economie: bestudeert goederenmarkt
- Vraag product hangt af van: 1. prijs 2. inkomen 3. voorkeur/mode 4. aantal inw/vragers 5. prijs
andere goederen.
- consumenten kunnen behoeften vervullen door goederen te vragen.
Vraaglijn
● vb: QV= -1,5p +12 -> Qv is gevraagde hoeveelheid- p is de prijs. de ‘12’ komt hier vanuit
inkomen/voorkeur/mode/aantal vragers/ prijs andere goederen.
● Invullen stap 1= zwaard tabel, stap 2= grafiek
P QV
0 12
8 0
● als prijs stijgt verschuiving LANGS de lijn, Stijgt bijv inkomen dan verschuiving VAN de lijn.
● Individuele vraaglijn= vraag 1 persoon- Collectieve vraaglijn= van groep vragers:
, Elasticiteit - rekenen
- Hoe sterk reageert de prijs?:
1.Prijselasticiteit v.d. gevraagde hoeveelheid 2. Kruislingse prijselasticiteit 3. Inkomenselasticiteit
● 1. Prijselasticiteit v.d. gevraagde hoeveelheid (EPV): hoe sterk reageert vraag op
prijsverandering.
● Kruislingse prijselasticiteit (EK) : hoe sterk reageert de vraag van goed 1 op prijsverandering
goed 2?