WC 11 EU + IBR
Kies je woonplaatsbeginsel, argumenten: zoals Budgettair voor overheid, Eenvoud, Infrastructuur.
Dit werkcollege over oorsprong beginsel. Op tentamen kunnen uitleggen met argumenten wat mijn
voorkeur is.
Opgave 11.1
a.
*Voor uitrekenen 4,2% in plaats van 4,8%.
*Fee aan de bank van 0,5%.
*Gaat om belastingverdragen, niet nationaal.
Welk land zou hier in beginsel mogen heffen als het oorsprong beginsel zou gelden? Wie is de
producent van het inkomen? Smit is de producent van het inkomen (de debiteur van de rente). De
siea-staat is dan daar waar die rente-inkomsten produceert, dus staat O. Als je rente bepaald hebt,
dan mag dat land ook de vermogenswinsten of verliezen heffen. Woonstaat stelt rente vrij (staat W).
In sheet 21 van HC 11 zie je eigenlijk deze opgave cijfermatig uitgewerkt met de bank er ook bij.
Eric Kemmeren – Source of income in globalizing econ.
Staat O:
Staat een aftrek toe 6.5
De bank krijgt 0.5 fee, staat O belast de bank voor: 6.0
Staat B:
In staat B mag belast worden: 0.5
Staat W:
6 in heffing en 6 in aftrek is: 0.0
Spaarder krijgt 6, maar belasting uiteindelijk 1.8 ervan belasting: 4.2
Lijkt of bank in eerste instantie alleen belast wordt, maar dit trekt zich recht. Zie sheet 21 HC 11 nog
een keer.
-- Sheet 20 en 21 van HC 11. --
b.
-Meer neutraliteit financiering eigen vs vreemd vermogen: Omdat bij oorsprong beginsel wordt de
financiering belast tegen 30% (tarief in staat O). Woonstaat beginsel dan is vreemd vermogen tegen
20% en dividenden/rente etc. tegen 30% (vreemd vermogen aftrekbaar).
-Belastingfraude gemakkelijker te bestrijden: Bij oorsprong beginsel zie je geld ‘naar buiten gaan’ dus
kunt makkelijker zien waar het heen gaat en stel je vertelt niet dan kun je altijd dreigen met het feit
dat je geen aftrek krijgt.
Kies je woonplaatsbeginsel, argumenten: zoals Budgettair voor overheid, Eenvoud, Infrastructuur.
Dit werkcollege over oorsprong beginsel. Op tentamen kunnen uitleggen met argumenten wat mijn
voorkeur is.
Opgave 11.1
a.
*Voor uitrekenen 4,2% in plaats van 4,8%.
*Fee aan de bank van 0,5%.
*Gaat om belastingverdragen, niet nationaal.
Welk land zou hier in beginsel mogen heffen als het oorsprong beginsel zou gelden? Wie is de
producent van het inkomen? Smit is de producent van het inkomen (de debiteur van de rente). De
siea-staat is dan daar waar die rente-inkomsten produceert, dus staat O. Als je rente bepaald hebt,
dan mag dat land ook de vermogenswinsten of verliezen heffen. Woonstaat stelt rente vrij (staat W).
In sheet 21 van HC 11 zie je eigenlijk deze opgave cijfermatig uitgewerkt met de bank er ook bij.
Eric Kemmeren – Source of income in globalizing econ.
Staat O:
Staat een aftrek toe 6.5
De bank krijgt 0.5 fee, staat O belast de bank voor: 6.0
Staat B:
In staat B mag belast worden: 0.5
Staat W:
6 in heffing en 6 in aftrek is: 0.0
Spaarder krijgt 6, maar belasting uiteindelijk 1.8 ervan belasting: 4.2
Lijkt of bank in eerste instantie alleen belast wordt, maar dit trekt zich recht. Zie sheet 21 HC 11 nog
een keer.
-- Sheet 20 en 21 van HC 11. --
b.
-Meer neutraliteit financiering eigen vs vreemd vermogen: Omdat bij oorsprong beginsel wordt de
financiering belast tegen 30% (tarief in staat O). Woonstaat beginsel dan is vreemd vermogen tegen
20% en dividenden/rente etc. tegen 30% (vreemd vermogen aftrekbaar).
-Belastingfraude gemakkelijker te bestrijden: Bij oorsprong beginsel zie je geld ‘naar buiten gaan’ dus
kunt makkelijker zien waar het heen gaat en stel je vertelt niet dan kun je altijd dreigen met het feit
dat je geen aftrek krijgt.