❖ Algemene leerdoelen (Biologische Psychologie)
o Basisprincipes van neurofysiologie en organisatie van het centrale en perifere
zenuwstelsel (zenuwgeleiding, neurotransmissie, anatomie)
o Inzicht in biologische mechanismen van perceptie, motorische controle, emotie en
hogere orde cognitieve functies (geheugen, spraak, lezen, slapen)
o Inzicht in de technieken die gebruikt worden in de neuropsychologie en
neurofysiologie (eencellige opname, EEG, MRI).
❖ Van chemicale elementen naar celmembranen
Ionische binding (elektrostatische kracht)
Na+ bindt met Cl-
Covalente binding (delen van elektronen
vormt moleculen)
8 elektronen maximum in buitenste schil
Zuurstof heeft er naar 6, dus is blijer als
twee waterstof atomen eraan bindt. Vaker
elektronen bij het zuurstofatoom.
,Koolstofketen
o Glucose (suiker) C6H12O6
o Aminozuur (extra
stikstofatoom)
o Eiwit (proteïne)
o Lipide (vet) = kleine proteïne
ketens
Fosfolipiden
➔ Niet geïnteresseerd in water.
➔ Een dubbele laag fosfolipiden vormt de celmembraan
➔ Fosfolipide is negatief geladen
,❖ Zenuwcellen: globale functie neuronen
1: Celkern met poriën voor mRNA-
transport
2: Endoplasmatisch reticulum
(productie, opslag en transport van
eiwitten)
3: Golgi-apparaat: postkantoor voor
verpakking (neurotransmitter in blaasjes)
4: Mitochondriën: energiecentrale (ATP:
Adenosine Tri-Phosphate)
5 : Lysosomen: afvalverwerking
6: Microtubuli: wegenstelsel voor
transport neurotransmitter door axon
, ❖ Axoplasmatisch transport
→ Kinesine: anterograde transport van het cellichaam (soma)
naar terminale knoppen
→ Dyneïne: retrograde transport van terminale knoppen
naar soma
❖ Gliacellen (ondersteuningscellen)
Omgeven neuronen, houden ze op plaats, controleren
hun toevoer van voedingsstofen, isoleren neuronen van
elkaar en verwijderen dode neuronen
o Microglia (kleinste cellen): immunologische
afweer en verwijderen van dode cellen
(fagocytose)
o Macroglia:
- Oligodendrocyten: myeline-omhulsel in
CNS om de axonen
1. Zorgt voor fysieke support
- Schwann-cellen: myeline-omhulsel in
PNS (naar je handen) om de axonen
- Astrocyten: structuur en stevigheid (glia
= lijm)
1. Isoleren synaptische spleten, zodat
de neurotransmitters niet weg
kunnen (Isoleer neuronale contacten)
o Basisprincipes van neurofysiologie en organisatie van het centrale en perifere
zenuwstelsel (zenuwgeleiding, neurotransmissie, anatomie)
o Inzicht in biologische mechanismen van perceptie, motorische controle, emotie en
hogere orde cognitieve functies (geheugen, spraak, lezen, slapen)
o Inzicht in de technieken die gebruikt worden in de neuropsychologie en
neurofysiologie (eencellige opname, EEG, MRI).
❖ Van chemicale elementen naar celmembranen
Ionische binding (elektrostatische kracht)
Na+ bindt met Cl-
Covalente binding (delen van elektronen
vormt moleculen)
8 elektronen maximum in buitenste schil
Zuurstof heeft er naar 6, dus is blijer als
twee waterstof atomen eraan bindt. Vaker
elektronen bij het zuurstofatoom.
,Koolstofketen
o Glucose (suiker) C6H12O6
o Aminozuur (extra
stikstofatoom)
o Eiwit (proteïne)
o Lipide (vet) = kleine proteïne
ketens
Fosfolipiden
➔ Niet geïnteresseerd in water.
➔ Een dubbele laag fosfolipiden vormt de celmembraan
➔ Fosfolipide is negatief geladen
,❖ Zenuwcellen: globale functie neuronen
1: Celkern met poriën voor mRNA-
transport
2: Endoplasmatisch reticulum
(productie, opslag en transport van
eiwitten)
3: Golgi-apparaat: postkantoor voor
verpakking (neurotransmitter in blaasjes)
4: Mitochondriën: energiecentrale (ATP:
Adenosine Tri-Phosphate)
5 : Lysosomen: afvalverwerking
6: Microtubuli: wegenstelsel voor
transport neurotransmitter door axon
, ❖ Axoplasmatisch transport
→ Kinesine: anterograde transport van het cellichaam (soma)
naar terminale knoppen
→ Dyneïne: retrograde transport van terminale knoppen
naar soma
❖ Gliacellen (ondersteuningscellen)
Omgeven neuronen, houden ze op plaats, controleren
hun toevoer van voedingsstofen, isoleren neuronen van
elkaar en verwijderen dode neuronen
o Microglia (kleinste cellen): immunologische
afweer en verwijderen van dode cellen
(fagocytose)
o Macroglia:
- Oligodendrocyten: myeline-omhulsel in
CNS om de axonen
1. Zorgt voor fysieke support
- Schwann-cellen: myeline-omhulsel in
PNS (naar je handen) om de axonen
- Astrocyten: structuur en stevigheid (glia
= lijm)
1. Isoleren synaptische spleten, zodat
de neurotransmitters niet weg
kunnen (Isoleer neuronale contacten)