Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Basis Grammatica Nederlands

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
36
Geüpload op
26-01-2023
Geschreven in
2022/2023

Redekundig ontleden, Onderwerp, Loos onderwerp, Plaats onderwerp, Werkwoordelijk Gezegde, Naamwoordelijk gezegde, Lijdend Voorwerp, Meewerkend Voorwerp, Voorzetselvoorwerp, Bijwoordelijke bepaling, Woordsoorten, Zelfstandig Naamwoord, Bijvoeglijk Naamwoord, Telwoord, Zelfstandig Werkwoord, Koppelwerkwoord, Hulpwerkwoord Voltooide Tijd, Hulpwerkwoord Toekomende Tijd, Hulpwerkwoord Lijdende Vorm, Lidwoord, Persoonlijk Voornaamwoord, Bezittelijk Voornaamwoord, Betrekkelijk Voornaamwoord, Aanwijzend Voornaamwoord, Vragend Voornaamwoord, Onbepaald Voornaamwoord, Wederkerend Voornaamwoord, Wederkerig Voornaamwoord, Bijwoord, Voorzetsel, Voegwoord, Werkwoordtijden, Actieve zinnen, Passieve zinnen, Bijzinnen: Onderwerpszin, Gezegdezin, Lijdende Voorwerpszin, Meewerkend Voorwerpszin, Voorzetselvoorwerpszin, Bijwoordelijke bijzin, Taalkundig ontleden uitgelegd met daarbij oefenopdrachten en antwoorden en een proeftentamen met antwoorden.

Meer zien Lees minder
Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Tentamen BGNL Periode B




Tt is op papier schriftelijk aan het eind vh jaar. Begripsvak, hoeft weinig uit hoofd te leren. Staat een
doc op canvas over wat je moet weten over bgnl, zie hieronder.

Wat je moet kennen voor BGNL (Taalkunde 2)
Naam Afkorting
Persoonsvorm pv

ZINSDELEN
Onderwerp ow
Loos onderwerp lo
Plaatsonderwerp plo
Werkwoordelijk gezegde wg
Naamwoordelijk gezegde
Werkwoordelijk deel ng
Naamwoordelijk deel nd
Lijdend voorwerp lv
Meewerkend voorwerp mv
Voorzetselvoorwerp vv
Bijwoordelijke bepaling bwb (waar mogelijk: van richting; van bron)

WOORDSOORTEN
Zelfstandig naamwoord znw
Bijvoeglijk naamwoord bnw
Telwoord tw
Werkwoord
Zelfstandig werkwoord zww
Koppelwerkwoord kww
Hulpwerkwoord
Voltooide tijd hww vt
Toekomende tijd hww tt
Lijdende vorm hww lv
Lidwoord lw
Voornaamwoord
Persoonlijk pvnw
Bezittelijk bzvnw

, Aanwijzend avnw
Betrekkelijk btvnw
Vragend vvnw
Onbepaald ovnw
Wederkerend wdvnw
Wederkerig wkvnw
Bijwoord bw
Voorzetsel vz
Voegwoord vw

TIJDEN
Onvoltooid tegenwoordige tijd OTT
Voltooid tegenwoordige tijd VTT
Onvoltooid verleden tijd OVT
Voltooid verleden tijd VVT
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd OTTT
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd VTTT
Onvoltooid verleden toekomende tijd OVTT
Voltooid verleden toekomende tijd VVTT

ACTIEVE/PASSIEVE ZINNEN
BIJZINNEN
Onderwerspszin owzin
Gezegdezin gzzin
Lijdend voorwerpszin lvzin
Meewerkend voorwerpszin mvzin
Voorzetselvoorwerpszin vvzin
Bijwoordelijke bijzin bwzin

Les 1 Inleiding BGNL
Redekundig ontleden:
• Persoonsvorm
• Zinsdelen
• Onderwerp

Persoonsvorm:
• Start van elke redekundige ontleding
• Is in elke zin aanwezig
• Is altijd één woord
• Is altijd een werkwoord

• Probleem: in sommige zinnen zijn meer werkwoorden aanwezig.
• Jan heeft een boek gelezen.
• Hoe weet je nu welk werkwoord de persoonsvorm is? 3 oplossingen

1. Verander de tijd: van tegenwoordige tijd naar verleden tijd of omgekeerd. Het werkwoord
dat dan verandert is de pv.
Jan heeft een boek gelezen.
Jan had een boek gelezen.

, 2. Maak een ja/nee-vraag van de zin: de pv komt vooraan te staan.
Jan heeft een boek gelezen.
Heeft Jan een boek gelezen?
Kortom: de pv is beweeglijk, kan zowel van tijd als van plaats veranderen!

• Is zelf geen zinsdeel, maar wel onderdeel van een zinsdeel (nl. het gezegde). Maar voor we
daarop ingaan, eerst iets over zinsdelen.

Zinsdelen:
• Kan uit één woord bestaan, maar ook uit twee, drie, vier, vijf of nog meer woorden, die
allemaal bij elkaar horen.
• Hoe weet je nu hoe groot het zinsdeel is: wat er wel bij hoort en wat niet?
1. Alles wat je vóór de pv kunt zetten;
2. Alles wat je door één woord kunt vervangen;
3. Alles wat meegaat als je een woord wilt verplaatsen, en toch een correcte zin wilt houden
(Vervangings- en verplaatsingstest).

1. Alles wat je vóór de pv kunt zetten.
Op het plein voor de school staat een oude beuk.
2. Alles wat je door één woord kunt vervangen:
Op het plein voor de school staat een oude beuk.
Daar staat een oude beuk.
3. Alles wat meegaat als je een woord wilt verplaatsen, en toch een correcte zin wilt houden.
Op het plein voor de school staat een oude beuk.
Een oude beuk staat op het plein voor de school.

Onderwerp (ow):
• Het eerste zinsdeel dat we behandelen.
• Net als de persoonsvorm komt het onderwerp in bijna elke zin voor (uitzonderingen:
spreektaal (‘moet kunnen’), gebiedende wijs (‘loop door’).
• Hoe vind je het onderwerp?
1. Neem alle werkwoorden, en stel de wie/wat vraag.
2. Verander het getal van de persoonsvorm (van enkelvoud naar meervoud) en kijk wat er in
de zin veranderd moet worden.
3. Het ond staat altijd direct naast de persoonsvorm (maar niet per definitie links ervan!)
• Voor alle zekerheid:
1. Het onderwerp begint (bijna) nooit met een voorzetsel;
2. Het onderwerp is altijd een zinsdeel; ga dus goed na hoe groot het onderwerp is.
• Twee speciale gevallen:
- loos onderwerp (‘het’)
- plaatsonderwerp (‘er’)

Loos onderwerp (lo):
• Vaak bij weerwerkwoorden en bij tijdwerkwoorden:
Het is vier uur.
Het stormt.
• Je kunt hier niet vragen: wie is vier uur, wie stormt?
• Ook wel bij andere werkwoorden:

, Het spookt hier.
• Je kunt niet vragen: wie spookt hier?

• Plaatsonderwerp Afkorting: plo
• Staat op de plaats waar het onderwerp gestaan heeft.
Een paard staat in de gang.
Er staat een paard in de gang.
• Meestal er, soms ook een ander woord.
Daar was laatst een meisje loos.

Les 2 Werkwoordelijk gezegde (wg)
Werkwoordelijk gezegde:
• Bevat alle werkwoorden in een zin (uitzondering: bij het naamwoordelijk gezegde, maar dat
behandelen we later). Dus in ieder geval de persoonsvorm (pv), maar ook elk ander
werkwoord (ww).
• Jan zou zijn gaan vissen.

Alle werkwoorden plus:
• Naast de werkwoorden kunnen er ook woorden zijn die niet werkwoord zijn, en toch tot het
werkwoordelijk gezegde gerekend worden:
1. het woordje te voor het hele werkwoord: Hij vergat me te bellen.
2. bij een scheidbaar samengesteld werkwoord: ook het deel (b.v. het voorzetsel) dat op een andere
plaats in de zin is gaan staan.
• Vb.: Zij deelt snoepjes uit. (uitdelen)
• Maar: Hij loopt de tuin in. (lopen, niet inlopen)
3. Het wederkerend voornaamwoord.
• Hij schaamt zich.
• Let op: het wederkerend voornaamwoord moet dan wel verplicht bij het werkwoord staan:
• Voorbeeld: schamen is altijd zich schamen, dus hoort zich bij het ww. gez.: Hij schaamt zich.
• Maar wassen is niet altijd zich wassen, en dan hoort zich niet bij het ww. gez.: Hij wast zich.
Schamen kan alleen over jezelf dus dan hoort het bij elkaar in het gezegde.
Bij wassen kan het ook ‘hij wast zijn kind’ zijn dus dan hoort zich er niet bij.
4. De rest van de werkwoordelijke uitdrukking. De student nam de benen.
• Let op: het moet wel echt een (figuurlijke) uitdrukking zijn, vandaar: de etaleur nam de
benen. Bij een figuurlijke uitdrukking is het ww. zijn oorspronkelijke betekenis kwijtgeraakt.

Les 3 Naamwoordelijk gezegde (nwg)
• We behandelen 1.4 (uit het werkboek).
• Een zin heeft altijd een werkwoordelijk gezegde óf een naamwoordelijk gezegde. Het ww
gezegde hebben we in de vorige les besproken, we gaan het nu hebben over het nw gezegde.
Altijd één gezegde. Naamwoordelijk of werkwoordelijk gezegde?
• Vergelijk de volgende zinnen:
Jan leest een boek: Jan ≠ boek
Jan is minister: Jan = minister
Bovenste; werkwoordelijk gezegde. Wanneer het een handeling beschrijft. Onderste:
naamwoordelijk. Nwg is wanneer de werkwoorden iets over het onderwerp uit de zin zeggen. De
eerste zin beschrijft een handeling die door het onderwerp wordt uitgevoerd (kernwoorden: Jan,

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
26 januari 2023
Aantal pagina's
36
Geschreven in
2022/2023
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$19.07
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
shonaasmit

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
shonaasmit Hogeschool Utrecht
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
3
Lid sinds
3 jaar
Aantal volgers
3
Documenten
8
Laatst verkocht
1 jaar geleden

0.0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen