Kinderen gebruiken hun zintuigen en hun hele lichaam. Zie schema blz. 18 voor alle onderwerpen.
• Vanaf 1993 kerndoelen voor het basisonderwijs. Nieuwste van 2006.
• Zie blz. 21 voor voorbeeld leerstofoverzicht.
• Natuuronderwijs gaat over de werkelijkheid. Kinderen moeten actief bezig zijn op eigen
niveau.
• Leerstof zo kiezen dat kinderen besef krijgen op welke manier ons bestaan bepaald wordt
door de verschijnselen en wetten van de natuur.
• Zie blz. 23 voor schema inzicht, vaardigheden en houdingen van groep 1 t/m 8.
• Centraal doelstelling; natuuronderwijs is erop gericht om kinderen zicht te geven op
samenhangen in de materiële werkelijkheid, waarvan het leven van mensen onlosmakelijk is
verbonden.
Hoofdstuk 2; doen en denken.
• Begrijpen; greep krijgen op.
• Eerste levensjaar ontdekken ze allerlei boeiende gebeurtenissen die ervoor zorgt dat
ze in actie komen. Drijfveren; nieuwsgierigheid en verwondering.
• Kinderen kunnen hun belevenissen op verschillende manieren ervaren; als een nieuwe
ervaring of als een ervaring die hoort bij een eerdere ervaring. Ervaringen die bij elkaar
horen, kunnen ze op verschillende manieren koppelen; gebeurtenissen hebben steeds een
bepaalde volgorde, verschillende dingen vertonen soortgelijk gedrag of verschillende
verschijnselen zijn er tegelijkertijd.
• Iedereen ontwikkelt zijn/haar eigen denkbeelden vanuit een combinatie van allerlei
indrukken; eigen ervaringen, gesprekken en tv-beelden. Dit wordt gecombineerd tot
denkschema’s.
• Misconcepties; onjuiste denkbeelden.
• Andere ervaring; kinderen proberen heerst het verschijnsel te dwingen zich aan te
passen, na een of meer ervaringen wordt dit aangepast.
Hoofdstuk 3; waarnemen.
• Waarnemen is meer dan registratie van werkelijkheid, er wordt een ‘foto’ gemaakt.
• Zie blz. 32 voor schema waarnemen en actie.
• Indrukken die je doordringen worden onbewust gefilterd in wat je wilt, weet, voelt en kunt.
• Wat kinderen vooral boeit; als spontane veranderingen aan het object plaatsvinden (gedrag
van een hond), wanneer veranderingen opzettelijk worden veroorzaakt door leerkracht of
leerling (bal onder water) en als ze zelf kunnen zoeken naar verschillen en overeenkomsten
met andere objecten.