Verhoudingen: nationaal en internationaal
Ongelijkheid: nationaal en internationaal
Institutionalisering:
Sociale ongelijkheid: een situatie waarin verschillen tussen mensen in al dan niet aangeboren
kenmerken, consequenties hebben voor hun maatschappelijke positie en leiden tot een ongelijke
verdeling van schaarse en hooggewaardeerde zaken, van waardering en behandeling.
- Klassen of standen kunnen onderscheiden worden à sociale ongelijkheid à conflicten
- Betekenisverschillen hangt af van cultuur
Drie soorten sociale ongelijkheid:
- Ongelijke verdeling van (politieke) macht: beschikken over fysieke dwangmiddelen
- Ongelijke verdeling van bezit: schaarse en hooggewaardeerde zaken, zoals kennis, inkomen
en vermogen.
- Ongelijke verdeling van status: waardering en behandeling van personen op grond van hun
maatschappelijke positie en leefstijl
o Hoog- & laagopgeleide
Oorzaken sociale ongelijkheid:
- Nationaal niveau: opleidingsniveau
- Mondiaal niveau: -globalisering: d
-de groeiende wederzijdse afhankelijkheid van staten,
-de schaalvergroting
- de samenwerking tussen staten
Het gedrag van nationale staten ten opzichte van elkaar verklaard met vijf theorieën
Realistische theorieën
- Machtsstrijd à eigenbelangen beschermen
- Geen vertrouwen op internationale organisaties en internationaal recht
- Veiligheidsdilemma onoplosbaar
- Statensysteem = anarchie
- Geen supranationale organisatie bovenaf normen oplegt + controle naleving
- Oplossing oorlog = hegemonie van één staat
- Geen samenwerking, behalve om het nationaal belang te versterken
- Conflictdreiging naar andere staten
o Meer macht
o Grotere veiligheid in de internationale anarchie
o Economische belangen
Marxistische theorieën
- Structuur in de analyse van internationale verhoudingen
↳ Gevormd door kapitalistische productiewijze met machtsongelijkheid
o Kapitaal moet groeien
o Kapitaal is belangrijke factor voor de economie
o Bedrijven nodig voor werkgelegenheid, belastingopbrengsten, kennisgroei
Politiek psychologische theorieën
- Contacten via mensen individueel of in groepen vormgeven tussen staten
- Psyche van betrokken: staatshoofden, regeringsleiders, ministers BuZa etc.
o Hun karakter en capaciteiten zijn belangrijk voor machtsverhoudingen
, Liberale theorieën
- Oorlog is geen natuurlijk gegeven
- Geen nationaal belang
- Interne besluitvormingsprocessen + een dominante actor
- Samenwerking goed voor voortuitgang, vrede en welvaart
- De staat is belangrijk maar niet het enige
- Handelsruimte beperkt door: NGO’s, bedrijven, supranationale & internationale organisaties
- Wederzijdse afhankelijkheid
Sociaal-constructivisme theorieën
- Wezenlijke en fysieke wereld
o Fysieke wereld: ‘buiten’ de mens, materiaal, objectief
o Sociale wereld: ideeën, gedachten, betekenissen van mensen die deel uitmaken
- Mensen bepalen door omgang met elkaar wat bijvoorbeeld macht of sociale ongelijkheid
betekent
o Machtsverhoudingen veranderen door andere betekenissen
Macht en gezag
Macht
Macht: het vermogen om hulpbronnen in te zetten om bepaalde doelstellingen te bereiken en de
handelingsmogelijkheden van anderen te beperken of te vergroten.
- Asymmetrische relatie
- Informele macht: macht die niet is afgesproken en vastgelegd.
- Formele macht: macht die formeel is afgesproken en vastgelegd, bijvoorbeeld wetten.
- Law of anticipated reactions: deze uitdrukking van macht geeft kritiek op de
besluitvormingsmethode.
Verschillende soorten macht
- Interpersoonlijke machtsverschillen: micro-, meso- en macroniveau
- Machtsverschillen van belangengroepen, tussen landen of internationale machtsblokken
(EU)
o De hoeveelheid macht bepaalt de doelen die kunnen worden bereikt
Verschillende machtsbronnen
- Economisch: schaarse goederen (collectieve goederen)
- Cognitieve: waardevolle kennis
- Politieke: middelen tot legitiem uitoefenen van dwang
- Affectieve: vermogen emotioneel te binnen
Politieke macht
Politieke macht: vermogen om de politieke besluitvorming te beïnvloeden.
- Gebaseerd op formele macht
- Geweldsmonopolie
Drie factoren om de machtsverhoudingen te reguleren
- Polity: de politieke gemeenschap met zijn (in)formele structuren
- Politcs: politieke processen
- Policy: beleid