Hoofdstuk 1
Hoofdstuk 2 Hoofdstuk 6
Hoofdstuk 3 Hoofdstuk 7
Hoofdstuk 4 Hoofdstuk 8
Hoofdstuk 5 Hoofdstuk 9
Hoofdstuk 1 & 2
Fasen van procesmanagement
Herkennen
(Bij/be)sturen Analyseren
(Her)ontwerpe
Afstemmen
n
Implementeren
Wat zijn processen?
Een proces bestaat uit fasen.
Bij een proces is er sprake van input en output.
Output is gewenst of ongewenst.
Een proces is dynamisch.
Er is sprake van transformatie of verandering.
Natuurlijke processen: activiteiten verlopen automatisch
(landbouwproducten).
Onnatuurlijke (kunstmatige) processen: activiteiten door mensen
geïnitieerd (rechtszitting, organisatieverandering).
Continue processen: voortdurende activiteiten zonder duidelijke fasen (bijv.
elektriciteitscentrale).
Discontinue processen: afgebakende activiteiten met duidelijke fasen (bijv.
assemblagebedrijven).
Deelprocessen
,Verschillende aggregatieniveaus
Brancheniveau
Bedrijfstakniveau
Organisatieniveau
Afdelingsniveau
Procesniveau
Deel
proce
snive
au
Omgeving van processen
De procesomgeving ligt buiten het proces. Deze omgeving beïnvloedt (bijv. via
stakeholders) het proces of het proces beïnvloedt de omgeving.
Verschillende bedrijfsprocessen
, Verschil primaire en ondersteunende processen
Primaire:
Vaak afdeling overstijgend
Afstemming nodig tussen afdelingen
Georganiseerd vanuit de lijn
Vaak minder hoogopgeleid personeel
Ondersteunende:
Vaak georganiseerd vanuit stafdiensten
Vaker gericht op effectiviteit dan op efficiency
Opereren vaker zelfstandig
Verschillende ondersteunende processen (copafijh):
Communicatie
Onderzoek en ontwikkeling
Personeelszaken
Administratie
Financiën
Informatievoorziening
Juridische zaken
Huisvesting