Cardiovasculair stelsel: circulatie
WC 1 1.5 BLOK B
Verschillen arterie en venen:
Arterie Venen
Gaat van hart af Gaat naar hart toe
Dikke wand (hoge druk) Dunne wand (minder druk)
Dikke tunica media á-> Dunnere tunica media á->
Glad spierweefsel-> druk van hard beter weerstaan Verschillende lagen glad spierweefsel
wanneer bloed de arterie in wordt geperst
Voorbeelden; aorta en longslagader Voorbeelden; bovenste en onder holle ader
Normale systolische en diastolische druk
Systolische druk (contractiefase): 120/80mmHg
- hoeveelheid druk op bloedvatwand bij samentrekken hart
Bovendruk normaal 120
- contractie van ventrikel
Diastolische druk (ontspanningsfase): 60/80mmHg
- hoeveelheid druk op bloedvatwand bij ontspannen hart
Onderdruk normaal 80
- ontspanning van ventrikel
Notatie: 120/80mmHg of RR 120/80
Hyper- en hypotensie
Hypertensie: afwijkend hoge bloeddruk 150/90mmHg
Bovendruk: 140-180mmHg
Onderdruk 90-100mmHg
Hypotensie: bloeddruk die zo laag is dat bloedtoevoer naar vitale organen belemmerd kan zijn.
Lager dan 90/60mmHg
Vasoconstrictie en vasodilatatie:
Kunnen optreden als reactie op plaatselijke factoren, werking van hormonen of na toegenomen prikkeling van het
vasomotorisch centrum
Vasoconstrictie (vaatvernauwing):
- vernauwing arteriolen als gevolg van samentrekking van gladde spieren in tunica media-> verhoogd de perifere
weerstand-> kan optreden als reactie op plaatselijke factoren door werking van hormonen of na toegenomen
prikkel van vasomotorische centrum
- vernauwing slagaders
Vasodilatatie (vaatverwijding):
- verwijding arteriolen als gevolg van ontspanning van gladde speren in tunica media-> verminderd perifere
weerstand-> treed op als reactie op plaatselijke factoren door werking van hormonen of na toegenomen prikkel
van vasomotorische centrum
Verwijden van bloedvaten door de daar aanwezige spieren
Werking hart, verschillende onderdelen hart inclusief hartkleppen:
• Eigen aandrijving
• Sinusknoop
• Av knoop
• Bundel van His= vertraging omdat anders niet genoeg tijd is voor het leefknijpen van de kamers
• Vezels van Purkinje
,Hart bevat 4 musculaire compartimenten, 2 voor elke bloedsomloop:
Rechterantrium/boezem ontvangt bloed uit grote bloedsomloop en geeft dat door aanhet rechterventrikel/kamer->
stuwt het bloed in de kleine bloedsomloop. Hart slaat-> trekken twee atria samen en daarna de twee ventrikels.
De 2 ventrikels trekken tegelijkertijd samen en stuwen gelijke hoeveelheden bloed weg-> prikkelgeleiding-> bloed
komt in aorta.
Linkerventrikelwand is veel dikker, omdat de linkerventrikel het hele lichaam moet voorzien van bloed en het
rechterventrikel alleen stuk boven het hart.
Hart wordt verdeeld met tussenschot= septum
Hartwand 3 lagen:
1. Endocard-> binnenbekleding
2. Myocard-> middelste laag, hartspierweefsel
3. Epicard-> buitenste laag
-Rechterantrium: (grote omloop) ontvangt bloed van grote bo
-Rechterventrikel ( kleine omloop): bloed rechterantrium komt hier terecht, duwt door naar kleine bloedsomloop
-Linkerantrium (kleine omloop):
-Linkerventrikel (grote omloop, groter dan rechter):
Hartkleppen:
Zorgen dat bloed alleen van boezems naar kamers kan stromen en niet andersom
• Tricuspidalis (RA+RV) = P
• Mitralis (LA+LV) = S
• Aortaklep (LV --- Artoa) = R
• Pulmonalisklep (RV – art. pulmonalis) = Q
Het hart voorzien van zuurstof:
• Coronaire arteriën
• Kransslagaders
Ontspringen vanuit de aorta
Coronaire venen-> afvoer zuurstofarm bloed van kransslagaders
Grootte bloedvaten van groot naar klein
Arterie Vene
Arteriole Venule
Capillair
Route bloed van zuurstof arm naar zuurstofrijk:
➢ Rechteratrium ontvangt zuurstofarme bloed uit grote bloedsomloop via 2 grote venen:
V. Cava superior (bovenste holle ader)
V. Cava inferior (onderste holle ader)
➢ Bloed stroomt van rechteratrium naar rechtervetrikel door tricuspidalisklep
➢ Nadat bloed door pulmonalisklep is gegaan komt het vanuit het rechterventrikel in de truncus pulmonalis
(longslagader) terecht
➢ Truncus pulmonalis verdeeld zich in linker en rechter atrium A. Pulmonalis-> kleine bloedsomloop
➢ Linker en rechter V. Pulmonalis (longander) voeren zuurstofrijkbloed terug naar linker atrium
➢ Bloed dat linkeratrium verlaat, stroomt linkerventrikel binnen door mitralisklep
➢ Bloed dat linkerventrikel verlaat, stroomt via aortaklep de aorta en zo de-> grote bloedsomloop in
, Bloedvaten:
• Arteriën
• Arteriolen
• Capillairen
• Venen
• Venulen
Kleine en grote bloedsomloop uitleg:
Kleine bloedsomloop:
• Bloed wordt vervoerd van en naar gaswisselingsoppervlakken van longen door arteriën en venen
• Begint bij rechterventrikel en eindigt in linkeratrium
Grote bloedsomloop:
• Arteriën en venen die zuurstofrijkbloed en voedingsstoffen naar alle organen en weefsels vervoeren
• Venen die zuurstofarme bloed terug naar hart pompen
• Begint bij linkerventrikel en eindigt in rechteratrium
Verschil zuurstof arm en zuurstofrijk bloed in arteriën en venen in de kleine en grote bloedsomloop:
Kleine omloop:
• Komt zuurstofarm bloed longen binnen via arteriën en verlaat zuurstofrijk bloed longen via venen
• Bloed dat rechteratrium binnenkomt, komt uit perifere capillairnetten (o2 afgegeven en co2 opgenomen)
• Bloed door rechteratrium en rechterventrikel gepompt komt het in a pulmonalis (longslagader) binnen->
begin kleine omloop
• Wanneer zuurstofrijkbloed capillairen van alveoli verlaten komt het in venulen en dan in vv. pulmolare
(longader)-> mondt uit om linkeratrium-> einde kleine omloop
Grote omloop:
• Begint bij linkerventrikel en eindigt in rechteratrium
• Arteriën vervoeren zuurstofrijkbloed en venen vervoeren zuurstofarm bloed
• De aa. Coronariae vertakt uit aorta ascendens
Via A. carotis communis-> a. carotis externa stroomt bloedt naar hoofd
WC 1 1.5 BLOK B
Verschillen arterie en venen:
Arterie Venen
Gaat van hart af Gaat naar hart toe
Dikke wand (hoge druk) Dunne wand (minder druk)
Dikke tunica media á-> Dunnere tunica media á->
Glad spierweefsel-> druk van hard beter weerstaan Verschillende lagen glad spierweefsel
wanneer bloed de arterie in wordt geperst
Voorbeelden; aorta en longslagader Voorbeelden; bovenste en onder holle ader
Normale systolische en diastolische druk
Systolische druk (contractiefase): 120/80mmHg
- hoeveelheid druk op bloedvatwand bij samentrekken hart
Bovendruk normaal 120
- contractie van ventrikel
Diastolische druk (ontspanningsfase): 60/80mmHg
- hoeveelheid druk op bloedvatwand bij ontspannen hart
Onderdruk normaal 80
- ontspanning van ventrikel
Notatie: 120/80mmHg of RR 120/80
Hyper- en hypotensie
Hypertensie: afwijkend hoge bloeddruk 150/90mmHg
Bovendruk: 140-180mmHg
Onderdruk 90-100mmHg
Hypotensie: bloeddruk die zo laag is dat bloedtoevoer naar vitale organen belemmerd kan zijn.
Lager dan 90/60mmHg
Vasoconstrictie en vasodilatatie:
Kunnen optreden als reactie op plaatselijke factoren, werking van hormonen of na toegenomen prikkeling van het
vasomotorisch centrum
Vasoconstrictie (vaatvernauwing):
- vernauwing arteriolen als gevolg van samentrekking van gladde spieren in tunica media-> verhoogd de perifere
weerstand-> kan optreden als reactie op plaatselijke factoren door werking van hormonen of na toegenomen
prikkel van vasomotorische centrum
- vernauwing slagaders
Vasodilatatie (vaatverwijding):
- verwijding arteriolen als gevolg van ontspanning van gladde speren in tunica media-> verminderd perifere
weerstand-> treed op als reactie op plaatselijke factoren door werking van hormonen of na toegenomen prikkel
van vasomotorische centrum
Verwijden van bloedvaten door de daar aanwezige spieren
Werking hart, verschillende onderdelen hart inclusief hartkleppen:
• Eigen aandrijving
• Sinusknoop
• Av knoop
• Bundel van His= vertraging omdat anders niet genoeg tijd is voor het leefknijpen van de kamers
• Vezels van Purkinje
,Hart bevat 4 musculaire compartimenten, 2 voor elke bloedsomloop:
Rechterantrium/boezem ontvangt bloed uit grote bloedsomloop en geeft dat door aanhet rechterventrikel/kamer->
stuwt het bloed in de kleine bloedsomloop. Hart slaat-> trekken twee atria samen en daarna de twee ventrikels.
De 2 ventrikels trekken tegelijkertijd samen en stuwen gelijke hoeveelheden bloed weg-> prikkelgeleiding-> bloed
komt in aorta.
Linkerventrikelwand is veel dikker, omdat de linkerventrikel het hele lichaam moet voorzien van bloed en het
rechterventrikel alleen stuk boven het hart.
Hart wordt verdeeld met tussenschot= septum
Hartwand 3 lagen:
1. Endocard-> binnenbekleding
2. Myocard-> middelste laag, hartspierweefsel
3. Epicard-> buitenste laag
-Rechterantrium: (grote omloop) ontvangt bloed van grote bo
-Rechterventrikel ( kleine omloop): bloed rechterantrium komt hier terecht, duwt door naar kleine bloedsomloop
-Linkerantrium (kleine omloop):
-Linkerventrikel (grote omloop, groter dan rechter):
Hartkleppen:
Zorgen dat bloed alleen van boezems naar kamers kan stromen en niet andersom
• Tricuspidalis (RA+RV) = P
• Mitralis (LA+LV) = S
• Aortaklep (LV --- Artoa) = R
• Pulmonalisklep (RV – art. pulmonalis) = Q
Het hart voorzien van zuurstof:
• Coronaire arteriën
• Kransslagaders
Ontspringen vanuit de aorta
Coronaire venen-> afvoer zuurstofarm bloed van kransslagaders
Grootte bloedvaten van groot naar klein
Arterie Vene
Arteriole Venule
Capillair
Route bloed van zuurstof arm naar zuurstofrijk:
➢ Rechteratrium ontvangt zuurstofarme bloed uit grote bloedsomloop via 2 grote venen:
V. Cava superior (bovenste holle ader)
V. Cava inferior (onderste holle ader)
➢ Bloed stroomt van rechteratrium naar rechtervetrikel door tricuspidalisklep
➢ Nadat bloed door pulmonalisklep is gegaan komt het vanuit het rechterventrikel in de truncus pulmonalis
(longslagader) terecht
➢ Truncus pulmonalis verdeeld zich in linker en rechter atrium A. Pulmonalis-> kleine bloedsomloop
➢ Linker en rechter V. Pulmonalis (longander) voeren zuurstofrijkbloed terug naar linker atrium
➢ Bloed dat linkeratrium verlaat, stroomt linkerventrikel binnen door mitralisklep
➢ Bloed dat linkerventrikel verlaat, stroomt via aortaklep de aorta en zo de-> grote bloedsomloop in
, Bloedvaten:
• Arteriën
• Arteriolen
• Capillairen
• Venen
• Venulen
Kleine en grote bloedsomloop uitleg:
Kleine bloedsomloop:
• Bloed wordt vervoerd van en naar gaswisselingsoppervlakken van longen door arteriën en venen
• Begint bij rechterventrikel en eindigt in linkeratrium
Grote bloedsomloop:
• Arteriën en venen die zuurstofrijkbloed en voedingsstoffen naar alle organen en weefsels vervoeren
• Venen die zuurstofarme bloed terug naar hart pompen
• Begint bij linkerventrikel en eindigt in rechteratrium
Verschil zuurstof arm en zuurstofrijk bloed in arteriën en venen in de kleine en grote bloedsomloop:
Kleine omloop:
• Komt zuurstofarm bloed longen binnen via arteriën en verlaat zuurstofrijk bloed longen via venen
• Bloed dat rechteratrium binnenkomt, komt uit perifere capillairnetten (o2 afgegeven en co2 opgenomen)
• Bloed door rechteratrium en rechterventrikel gepompt komt het in a pulmonalis (longslagader) binnen->
begin kleine omloop
• Wanneer zuurstofrijkbloed capillairen van alveoli verlaten komt het in venulen en dan in vv. pulmolare
(longader)-> mondt uit om linkeratrium-> einde kleine omloop
Grote omloop:
• Begint bij linkerventrikel en eindigt in rechteratrium
• Arteriën vervoeren zuurstofrijkbloed en venen vervoeren zuurstofarm bloed
• De aa. Coronariae vertakt uit aorta ascendens
Via A. carotis communis-> a. carotis externa stroomt bloedt naar hoofd