1 Niet tot de sociale grondrechten behoort:
A zorg voor verbetering van het leefmilieu.
B zorg voor eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer.
C zorg voor voldoende werkgelegenheid.
2 Welke van de volgende beweringen is juist?
A Privaatrecht regelt de verhouding tussen burgers onderling.
B Privaatrecht regelt de verhouding tussen overheid en burgers.
C Privaatrecht omvat het staatsrecht, strafrecht en procesrecht.
3 Wat is juist?
A Een minister wordt benoemd door de Koningin.
B Een minister wordt benoemd door de Kabinetsformateur.
C Een minister wordt benoemd bij Koninklijk Besluit.