November 2012
Vraag 1.
Bereken de (gecorrigeerde) vervangingswaard van een vastgoedobject door middel van de
vervangingswaardemethode, als de volgende gegevens bekend zijn.
De grondwaard bedraagt € 63.000,-
Het vastgoedobject is 28 jaar oud.
De gemiddelde levensduur van het vastgoedobject is 40 jaar.
De restwaarde van het vastgoedobject na 40 jaar is 13%
De actuele bouwkosten van een soortgelijk bouwwerk bedragen € 245.000,-
Afronden op euro’s
a. € 126.945,-
b. € 136.500,-
c. € 158.795,-
d. € 212.205
Vraag 2.
Bij de bepaling van de (gecorrigeerd) vervangingswaarde wordt ook rekening gehouden met
economische veroudering van het object. Welk van de onderstaande factoren heeft
betrekking op economische veroudering?
a. Overcapaciteit binnen een branche voor de afzet van goederen.
b. Schade door onoordeelkundig gebruik, vandalisme en brand.
c. Slijtage door normaal gebruik.
d. Verslechtering door leegstand, weersinvloeden en/of veroudering.
Vraag 3.
Een winkel moet worden gewaardeerd. Het perceel is belast met een recht van hypotheek.
De taxateur houdt hiermee geen rekening, omdat:
a. De winkel vrij van het recht van hypotheek wordt overgedragen.
b. Het recht van hypotheek de totale waarde kan verminderen.
c. Het recht van hypotheek een accessoir recht is.
d. Het recht van hypotheek een beperkt zakelijk recht is.
Vraag 4.
Huurprijsregulering op grond van artikel 7:303 BW houdt in:
a. Bij nadere vaststelling van de huurprijs let de rechter alleen op de economische
huurwaarde van vergelijkbare bedrijfsruimten ter plaatse.
b. Bij nadere vaststelling van de huurprijs worden huurwaardeverhogende verbeteringen
uitgevoerd door de huurder altijd meegenomen.
c. Partijen zijn bij de vaststelling van de huurprijs niet gebonden aan enige wettelijke
bepaling omtrent huur en verhuur.
d. Partijen kunnen vorderen dat de rechter de huurprijs nader zal vaststellen, als deze
niet overeenstemt met die van vergelijkbare bedrijfsruimten ter plaatse.