SHEETS les 1
Beleggen
Doel van het beleggen: Rendement halen
Soorten Beleggingen:
- Obligaties
- Aandelen
- Opties
- Onroerend Goed
- Derivaten
- Valuta
- Etc.
Bij beleggen worden de toekomstige inkomsten uit vermogenstitels verhandeld. Hierbij geldt:
Hoe hoger het mogelijke rendement, hoe hoger het risico.
Vermogenstitels in volgorde van oplopend risico:
1. Obligaties
2. Onroerend goed
3. Aandelen
Risico Management
Het volgende kan gedaan worden om het risico van je beleggingsportefeuille te verminderen:
- Beleggen in verschillende soorten vermogenstitels
- Beleggen in verschillende gebieden
- Beleggen in verschillende bedrijfstakken
Oftewel: Diversificatie!
Onroerend goed tov ander vermogenstitels
- Het is vermogensobject & productiemiddel
- Het is niet verplaatsbaar
- Hoge eenheidsprijzen
- 1-1 transacties
- Niet liquide
- Zeer heterogeen
Voordelen beleggen in OG
- Vrij stabiele inkomenstroom over langere periode
- Aantrekkelijk lange termijn rendement met beperkt risico
- Redelijke bescherming tegen inflatie
- Rendement beïnvloedbaar door intensief management
- Fiscale voordelen
- Betere spreiding in beleggingsportefeuille
Nadelen beleggen in OG
- Zeer management/kennis intensief
- Hoge eenheidsprijzen
- Hoge transactiekosten
, - Inflexibel
- Afhankelijkheid overheidsbeleid
Indirect Onroerend Goed
Voordelen:
- Lage eenheidsprijzen
- Liquide
- Schaalvoordelen gespecialiseerd management
Nadelen:
- Geen directe zeggenschap
- Waarde fluctueert sterk
- Lager diversificatiepotentieel (meer correlatie andere titels)
Voorbeelden Indirect Onroerend Goed
- Aandelen in NV/BV: Wereldhave, Corio, Vastned retail
- Obligaties in NV/BV: Homburg, Schild holland fonds
- Vastgoed CV’s: Aefides, Holland Immo group
Waardebepaling
Waardebepaling is nodig voor:
- Bepalen belegde vermogen
- Als basis voor verwerving/renovatie of verkoop beslissingen
- Bepaling rendement
- Als informatie voor financiers
- Als basis voor belastingen/heffingen
Waardebegrippen
Marktwaarde
Bedrag dat verkregen zou kunnen worden door verkoop op de vrije markt.
Geeft aan wat je werkelijk voor het object kunt krijgen, dus belangrijk als er op waarde stijging
wordt gespeculeerd of als men het object wil verkopen
Beleggingswaarde
Waarde die de belegger zelf toekent aan het object op basis van zelf bepaalde determinanten
(bv gewenst rendement)
Vooral goed te gebruiken als men het object ziet als een lange termijn belegging met de focus
op directe inkomensstroom
Fiscale boekwaarde obv historische kosten
De verkrijgingprijs minus de afschrijvingen op een bepaald moment.
Duidelijke, vaste waardering wat prettig is voor de fiscus. Kan alleen als de marktwaarde niet
relevant is (bv woningcorporaties)
Methoden van waardebepaling
De direct vergelijkende methode (Marktwaarde)
- BAR/NAR-methode (Marktwaarde)
- DCF-methode (Marktwaarde & Beleggingswaarde)
- Rendementswaarde (beleggingswaarde, DCF waarde)
- Residuele of restwaardemethode (Marktwaarde)
Deze bovenstaande methoden kunnen ook gebruikt worden voor investeringselectie.
Beleggen
Doel van het beleggen: Rendement halen
Soorten Beleggingen:
- Obligaties
- Aandelen
- Opties
- Onroerend Goed
- Derivaten
- Valuta
- Etc.
Bij beleggen worden de toekomstige inkomsten uit vermogenstitels verhandeld. Hierbij geldt:
Hoe hoger het mogelijke rendement, hoe hoger het risico.
Vermogenstitels in volgorde van oplopend risico:
1. Obligaties
2. Onroerend goed
3. Aandelen
Risico Management
Het volgende kan gedaan worden om het risico van je beleggingsportefeuille te verminderen:
- Beleggen in verschillende soorten vermogenstitels
- Beleggen in verschillende gebieden
- Beleggen in verschillende bedrijfstakken
Oftewel: Diversificatie!
Onroerend goed tov ander vermogenstitels
- Het is vermogensobject & productiemiddel
- Het is niet verplaatsbaar
- Hoge eenheidsprijzen
- 1-1 transacties
- Niet liquide
- Zeer heterogeen
Voordelen beleggen in OG
- Vrij stabiele inkomenstroom over langere periode
- Aantrekkelijk lange termijn rendement met beperkt risico
- Redelijke bescherming tegen inflatie
- Rendement beïnvloedbaar door intensief management
- Fiscale voordelen
- Betere spreiding in beleggingsportefeuille
Nadelen beleggen in OG
- Zeer management/kennis intensief
- Hoge eenheidsprijzen
- Hoge transactiekosten
, - Inflexibel
- Afhankelijkheid overheidsbeleid
Indirect Onroerend Goed
Voordelen:
- Lage eenheidsprijzen
- Liquide
- Schaalvoordelen gespecialiseerd management
Nadelen:
- Geen directe zeggenschap
- Waarde fluctueert sterk
- Lager diversificatiepotentieel (meer correlatie andere titels)
Voorbeelden Indirect Onroerend Goed
- Aandelen in NV/BV: Wereldhave, Corio, Vastned retail
- Obligaties in NV/BV: Homburg, Schild holland fonds
- Vastgoed CV’s: Aefides, Holland Immo group
Waardebepaling
Waardebepaling is nodig voor:
- Bepalen belegde vermogen
- Als basis voor verwerving/renovatie of verkoop beslissingen
- Bepaling rendement
- Als informatie voor financiers
- Als basis voor belastingen/heffingen
Waardebegrippen
Marktwaarde
Bedrag dat verkregen zou kunnen worden door verkoop op de vrije markt.
Geeft aan wat je werkelijk voor het object kunt krijgen, dus belangrijk als er op waarde stijging
wordt gespeculeerd of als men het object wil verkopen
Beleggingswaarde
Waarde die de belegger zelf toekent aan het object op basis van zelf bepaalde determinanten
(bv gewenst rendement)
Vooral goed te gebruiken als men het object ziet als een lange termijn belegging met de focus
op directe inkomensstroom
Fiscale boekwaarde obv historische kosten
De verkrijgingprijs minus de afschrijvingen op een bepaald moment.
Duidelijke, vaste waardering wat prettig is voor de fiscus. Kan alleen als de marktwaarde niet
relevant is (bv woningcorporaties)
Methoden van waardebepaling
De direct vergelijkende methode (Marktwaarde)
- BAR/NAR-methode (Marktwaarde)
- DCF-methode (Marktwaarde & Beleggingswaarde)
- Rendementswaarde (beleggingswaarde, DCF waarde)
- Residuele of restwaardemethode (Marktwaarde)
Deze bovenstaande methoden kunnen ook gebruikt worden voor investeringselectie.