1) De ontwikkeling van de vastgoedmarkt is bijna uitsluitend afhankelijk van de (internationaal)
algemeen economische ontwikkeling. De algemeen economische bedrijfsomgeving van de
vastgoedmarkt wordt verdeeld in de macro omgeving, de indrecte omgeving en de directe
omgeving. Tot de macro omgeving behoord niet?
A. De overheidswetgeving
B. De conjunctuur
C. De energieprijzen
D. De rente
2) Een van de algemeen economische variabele die invloed heeft op de resultaten van een
vastgoedbedrijf is de conjuncturele ontwikkeling. Voor een vastgoedbedrijf heeft de
conjuncturele ontwikkeling invloed op:
A. De ontwikkeling van rentekosten
B. De hoogte van de indirecte belastingen
C. De hoogte van de afschrijvingen
D. De loonkosten ontwikkelingen
4) Aan de hand van vraag 3 is vast te stellen dat de groeivoeten van de loonkosten per eenheid
product gelijk is aan:
A. 2%
B. -2%
C. -1%
D. 1%
5) Stelling 1: Het BBP per hoofd van de bevolking is de belangrijkste maatstaf om de welvaart van
landen te vergelijken.
Stelling 2: De HDI (Human Development Index) is de belangrijkste maatstaf om het welzijn
tussen landen te vergelijken.
A. Stelling 1 en 2 zijn beide onjuist
B. Stelling 1 is juist, stelling 2 is onjuist
C. Stelling 1 is onjuist, stelling 2 is juist
D. Stelling 1 en 2 zijn beide juist
algemeen economische ontwikkeling. De algemeen economische bedrijfsomgeving van de
vastgoedmarkt wordt verdeeld in de macro omgeving, de indrecte omgeving en de directe
omgeving. Tot de macro omgeving behoord niet?
A. De overheidswetgeving
B. De conjunctuur
C. De energieprijzen
D. De rente
2) Een van de algemeen economische variabele die invloed heeft op de resultaten van een
vastgoedbedrijf is de conjuncturele ontwikkeling. Voor een vastgoedbedrijf heeft de
conjuncturele ontwikkeling invloed op:
A. De ontwikkeling van rentekosten
B. De hoogte van de indirecte belastingen
C. De hoogte van de afschrijvingen
D. De loonkosten ontwikkelingen
4) Aan de hand van vraag 3 is vast te stellen dat de groeivoeten van de loonkosten per eenheid
product gelijk is aan:
A. 2%
B. -2%
C. -1%
D. 1%
5) Stelling 1: Het BBP per hoofd van de bevolking is de belangrijkste maatstaf om de welvaart van
landen te vergelijken.
Stelling 2: De HDI (Human Development Index) is de belangrijkste maatstaf om het welzijn
tussen landen te vergelijken.
A. Stelling 1 en 2 zijn beide onjuist
B. Stelling 1 is juist, stelling 2 is onjuist
C. Stelling 1 is onjuist, stelling 2 is juist
D. Stelling 1 en 2 zijn beide juist