1620-1900
1 / de Britten koloniseren Amerika
16e eeuw Tijd van de Europese expansie
Doen ze omdat
- Economische reden (specerijen)
- Politiek (meer macht en aanzien als jij je rijk uitbreiden)
- Cultuur (nieuwsgierigheid naar avontuur, verspreiding van christendom)
Dus Europeanen begonnen werelddelen de ontdekken
- Spanje en Portugezen begonnen hiermee
- Spanje was de eerste in Zuid en Midden-Amerika die grote gebieden veroverde
- Dit succes zorgde ervoor dat andere landen ook nieuwsgierig werden
● Spanjaarden en Fransen namen in begin grote oppervlakten van Noord-Amerika in
● Engelse kolonisten namen kleine oost kustgebieden van Noord-Amerika in
➔ stichtten 13 koloniën
====================================
Verschillende redenen vertrek naar koloniën:
1. Veel Landbouwgrond die kon worden gebruikt
2. Handel (met inheemse bevolking)
3. Werkgelegenheid (dorpen moesten gebouwd worden etc)
4. Goud en zilver (verhalen hierover dus waren nieuwsgierig)
5. Geloofsvervolging In Europa
Calvinistische vinden Anglicaanse kerk te katholiek.
➔ Dus zij bang dat ze ook werden vervolgd door koning Engeland
➔ calvinisten vluchtten naar Nederlandse Republiek
➔ calvinisten te bang dat ze hun cultuur verliezen in NL
➔ vertrekken dus naar Noord-Amerika olv Britten
1620: stichting calvinistische (puriteinse) dorp in New England
1632: Thanksgiving
Doel: nieuwe calvinistische samenleving beginnen
➔ Pilgrim Fathers genoemd = voorvader Verenigde Staten
Kolonisten afhankelijk van inheemse bevolking voor voedsel
- alsnog vinden ze de indianen laag volk (discriminatie)
➔ indianen tot slaaf gemaakt
➔ hun gebied ingenomen door kolonisten
1
,De noordelijke koloniën in Noord-Amerika
Ontstonden veel vestigingskoloniën met:
- Landbouw
- visserij
- handel
- nijverheid
- 19e eeuw: industrie
Ontstond handel overzee
Met Europese schepen en bemande schepen beladen met kolonisten
In noordelijke koloniën vestigen zich eerst vooral calvinistische immigranten = Pelgrim
Fathers, onder leiding van dominees ➔ gevlucht uit Europa voor godsdienstige ➔
democratische verhoudingen
Noorden = vestigingskolonien
- bevolking bestaat vooral uit Europeanen en blanke
- Leefden van landbouw, handel & nijverheid
- New York
De zuidelijke koloniën in Noord Amerika
= koloniën ten zuiden van Pennsylvania en Delaware
➔ plantage economieën
● Bewoners: boeren
● Plantage goederen: tabak, rijst, katoen ➔ export
● Plantagehouders invloedrijkste personen ➔ vormen aristocratie (wat is dit?)
➔ meerderheid van blanke bevolking = boeren met kleine bedrijven, arbeiders
kooplieden
Zuiden = plantagekolonien
- bevolking bestaat voor groot deel uit slaven
- Gedwongen producten te verbouwen voor export
- tabak, rijst, katoen
- Virginia
2
, De plantagekoloniën in het Caribisch gebied
● 13 koloniën aan de Oostkust van Noord Amerika
● 1 plantage economie in het Caribisch gebied = Barbados en Jamaica
- plantage economieën die winstgevender zijn dan de kolonie in
Noord-Amerika
- Plantage Goederen: suiker, tabak, rum & koffie
- Alle koloniën hadden Afrikaanse slaven
Britse kolonisatie botst in Noord-Amerika met de Franse
Groot deel van de 18e eeuw tot 1763… Engeland en Frankrijk strijd om het bezit van delen
van Noord Amerika = 7-jarige oorlog (1756 - 1763)
- Britten voordeel gekregen
De indiaanse volkeren vonden de Fransen liever dan de Engelsen:
● Franse kolonisatie meer gericht op het vestigen van handelsposten en het
onderhouden van goede betrekkingen met de indianen
(dan op winst van het land)
(weinig Indianen van hun land verdreven en vele profiteerde van de handel)
● Britten versloegen de Franse in 1763
➔ bij de ‘Vrede van Parijs’ gaf Frankrijk zijn bezittingen in Noord-Amerika aan de
Engelse
3 redenen waarom Britten niet geliefd waren
1. De Britten voerden oorlog tegen de ‘Franse broeders’
2. De Britten boden geen geschenken aan de indianen
3. De Britten wilden koste wat het kost gebieden veroveren, de indianen waren niet blij
met de Britten op hun grondgebied
Slavenhandel groeit door driehoekshandel
Royal African Company (RAC)
- heeft monopolie op de Engelse handel met West-Afrika
- Enige Britse bedrijf dat in goud en slaven mocht handelen
- Zorgde voor grote winst maar ging ten koste van slaven
3