Ontwikkelingspsychologie
College 1, 13-09-2022, H1-3, Suzanne Houwen
- Wat is ontwikkelingspsychologie?
o Het identificeren en beschrijven van veranderingen in verschillende
ontwikkelingsdomeinen en de processen achter deze veranderingen
Multidisciplinair: kennis uit verschillende disciplines (biologie, neuropsychologie
etc)
Ontwikkeling van de levensloop (levenslooppsychologie)
o Kennis van ontwikkeling noodzakelijk voor pedagoog
Toepassing kennis van ontwikkeling in opvoeding onderwijs en bepalen beleid
Vroeg signalering van atypische ontwikkeling
Begrijpen ontstaan en beloop van atypische ontwikkeling
- Hoe zou je het begrip ontwikkeling omschrijven?
- Verandering. Niet elke verandering is ontwikkeling, alleen als het blijvend is of
onomkeerbaar of een reeks veranderingen.
Vooruitgang (leren lopen, lezen, rekenen) maar ook achteruitgang (geheugen achteruit, minder
flexibel) die blijvend is (positief en negatief). Ontwikkeling gaat allebei de kanten op dus het is multi-
directioneel.
- Proces: voltrekt zich in de tijd. Een continue proces, ontwikkeling is levenslang.
o Multidimensioneel: fysiek (lengte, gewicht), motorisch (lopen, zitten), cognitief
(geheugen), sociaal en emotioneel. De ontwikkelingen staan met elkaar in verband
en beïnvloeden elkaar (gevolgen op het ene terrein vaak (in)direct gevolgen voor de
andere domeinen)
o Multi-gedetermineerd: interactie biologische factoren en omgeving (cultuur bijv).
Genen zetten ontwikkeling in gang maar omgeving heeft er altijd invloed op.
Context van de ontwikkeling/Determinanten van de levensloop:
- normatief leeftijdsgebonden (taal, motoriek):
o Gebeurtenissen sterk gebonden aan leeftijd en daardoor voorspelbaar, bijv de
puberteit of de menopauze
o Kan ook beïnvloed worden door de cultuur
- normatief historische invloeden
o Gebonden aan geschiedenis = ervaren door mensen geboren rond hetzelfde tijdstip
(cohort of generatie)
, o Cohort= groep mensen die rond dezelfde tijd op dezelfde plek zijn geboren: in een
oorlog, epidemieën, opkomst van internet, wijk roombeek tijdens vuurwerkramp
- niet-normatieve invloeden (persoonsgebonden)
o Onregelmatige gebeurtenissen, beperkt aantal mensen, niet voorspelbaar. Niet veel
voorkomend, bijvoorbeeld een ongeval, scheiding
DE ontwikkeling bestaat niet. Geen ‘normale’ ontwikkeling. Elk kind ontwikkelt zich op zijn eigen
manier. Bestaat wel een soort stabiliteit binnen ontwikkeling. Ontwikkeling toch enigszins
voorspelbaar, niet in termen van zekerheden maar van kansen.
- Normatieve ontwikkelingsstappen (mijlpalen zoals lopen praten)
- Stabiliteit in ontwikkelingspaden (IQ-scores, eerder heel hartelijk later ook)
- Basisthema mbt ontwikkeling
- nature-nurture controverse: nativisme (aanleg, omgeving geen invloed) versus empirisme
(ervaring, ontwikkeling bepalend door omgeving). Combinatie van beiden
- Doorgaande lijn of niet, continue of discontinue:
- Continue: geleidelijk; kwantitatieve verandering (meer van hetzelfde, breid uit wat je hebt)
- Discontinue: abrupt, aparte stadia; kwalitatieve verandering
- Perioden van ontwikkeling:
o Kritieke periode: In een bepaalde periode een bepaalde ervaring ontbreekt, is er
onherroepelijk schade
Ganzen jongeren: eerste bewegende ding wat ze zien hechten ze zich aan ->
gehecht aan de benen van een persoon betekent niet meer aan een gans
kunnen hechten
o Gevoelige periode: In een bepaalde periode is een bepaalde ervaring optimaal, maar
later kan ook nog. Bijvoorbeeld na je 3e pas gaan praten is mogelijk maar er kan wel
meer mis zijn met het praten.
- Domeinen algemene ontwikkeling (ontwikkeling heeft effect op andere gebieden, kan
invloed hebben op ontwikkeling vaardigheden in verschillende domeinen) vs
domein specifieke ontwikkeling (geen effect op ander gebied, apart van elkaar).
Voorbeeld kritische periode: tussen 1957 en 1961 thalidomide door duizenden vrouwen tijdens de
zwangerschap -> tussen dag 21 en 37 van de zwangerschap -> kindje met ontbrekende ledematen of
misvormd
- Theorie:
Een logisch samenhangend geheel van begrippen en relaties, waarmee gepoogd wordt een
bepaald aspect van de werkelijkheid te beschrijven, te verklaren en te voorspellen.
o Voorbeeld hechting
o Ontwikkeling van hechtingsrelatie in 1e jaar (beschrijven)
o Waarom ontwikkelt die band zich? (verklaren)
o Wat is het gevolg hiervan voor latere hechtingsrelaties? (voorspellen)
o Nut van theorie:
Begrijpen = geeft richting en betekenis aan wat we zien
Basis voor praktijk (weten wat te doen: ingrijpen niet ingrijpen)
Behoefte aan wetenschappelijke bevestiging = belang van replicatie
Reminder: theorie geeft geen antwoord op alles
,Theoretische perspectieven:
o Psychodynamisch: gemotiveerd door innerlijke, onbewuste krachten, herinneringen
en conflicten. Hiervan is men nauwelijks bewust en heeft nauwelijks controle over.
Ontwikkeling wordt ‘van binnenuit gestuurd’. Iets van vroeger heeft nog invloed op
nu.
Psychoanalytische theorie van Freud: gaat ervan uit dat onbewuste krachten
bepalend zijn voor iemands persoonlijkheid en gedrag. Negatiever
georiënteerd
Psychosociale theorie van Erikson: Benadering van ontwikkeling die
veranderingen omvat in de manier waarop we aankijken tegen onze
interacties met anderen, het gedrag van anderen en onszelf als leden van
de maatschappij. Positiever georiënteerd.
Meningen psychodynamisch perspectief
Freud
+ Onbewuste invloeden medebepalend voor ons gedrag
- Weinig evidentie (het materiaal waaraan men een hypothese toetst)
- Theorie gebaseerd op kleine onderzoeksgroep (het is dus de vraag of de
theorie toepasbaar is op huidige multiculturele samenleving)
- Voornamelijk op mannelijke ontwikkeling gericht
Erikson
+ Veel steun voor visie dat mensen zich gedurende hun hele leven
Ontwikkelen
- Voornamelijk op ontwikkeling mannen gericht
- Vaag op sommige punten
o Behavioristische: Externe krachten,
waarneembare gedragspatronen.
Klassieke conditionering, Pavlov
Watson: organisme leert op een
bepaalde manier reageren op een
neutrale stimulus die die respons
normaal gesproken niet uitlokt (hond
kwijlt al bij de bel die aangeeft dat er
eten komt)
Little albert wordt bang voor
de rat
operante conditionering, Skinner:
vrijwillig respons kan versterkt of
verzwakt worden door de associatie
met positieve of negatieve
consequenties (gedrag aanleren school
door straf of een beloning te geven)
Sociaal-cognitieve leertheorie (Bandura): leren door het gedrag van een
ander – een model – te observeren
Vb: angst voor slangen overheen gekomen door anderen te observeren die
niet bang zijn (positief)
Vb: The bobo doll experiment (negatief)
Aandacht: je neemt gedrag van model waar
Retentie: je kunt het gedrag op een later tijdstip nog herinneren
, Reproductie: je kunt het gedrag op later tijdstip nog herinneren
Motivatie: je bent gedreven om het gedrag te leren en uit te voeren,
doordat je ziet dat het gedrag iets oplevert
Meningen behavioristisch perspectief
+ Technieken voor bijvoorbeeld beïnvloeden en onderwijzen van kinderen
met verstandelijke beperkingen en aanpakken om agressie in te dammen
- Geen duidelijke verklaring voor leren zonder beloning of straf
- Sommige dingen (bijv taal) waren te ingewikkeld om simpelweg met
stimulus-respons te verklaren
- Theorieën in strijd met elkaar op sommige punten
o Cognitief: Focus op mentale activiteit
Informatieverwerkingstheorie -> continue
Goede manier om ontwikkeling/leerprocessen bij kinderen te simuleren via
computers
Cognitieve ontwikkelingstheorie van Piaget -> focus op kinderen,
discontinue/verschillende stadia
Meningen cognitief perspectief
Piaget
+ Zijn beschrijvingen van de manier waarop cognitieve groei zich tijdens
jeugd voltrekt, staan na 1000-en onderzoeken nog steeds overeind
- Tijdstip van vaardigheden, universaliteit en discontinuïteit van stadia
Informatieverwerkingstheorie
+ Speelt centrale rol in ons begrip van cognitieve ontwikkeling
- Weinig aandacht voor creativiteit
- Weinig aandacht voor sociale context van ontwikkeling
College 1, 13-09-2022, H1-3, Suzanne Houwen
- Wat is ontwikkelingspsychologie?
o Het identificeren en beschrijven van veranderingen in verschillende
ontwikkelingsdomeinen en de processen achter deze veranderingen
Multidisciplinair: kennis uit verschillende disciplines (biologie, neuropsychologie
etc)
Ontwikkeling van de levensloop (levenslooppsychologie)
o Kennis van ontwikkeling noodzakelijk voor pedagoog
Toepassing kennis van ontwikkeling in opvoeding onderwijs en bepalen beleid
Vroeg signalering van atypische ontwikkeling
Begrijpen ontstaan en beloop van atypische ontwikkeling
- Hoe zou je het begrip ontwikkeling omschrijven?
- Verandering. Niet elke verandering is ontwikkeling, alleen als het blijvend is of
onomkeerbaar of een reeks veranderingen.
Vooruitgang (leren lopen, lezen, rekenen) maar ook achteruitgang (geheugen achteruit, minder
flexibel) die blijvend is (positief en negatief). Ontwikkeling gaat allebei de kanten op dus het is multi-
directioneel.
- Proces: voltrekt zich in de tijd. Een continue proces, ontwikkeling is levenslang.
o Multidimensioneel: fysiek (lengte, gewicht), motorisch (lopen, zitten), cognitief
(geheugen), sociaal en emotioneel. De ontwikkelingen staan met elkaar in verband
en beïnvloeden elkaar (gevolgen op het ene terrein vaak (in)direct gevolgen voor de
andere domeinen)
o Multi-gedetermineerd: interactie biologische factoren en omgeving (cultuur bijv).
Genen zetten ontwikkeling in gang maar omgeving heeft er altijd invloed op.
Context van de ontwikkeling/Determinanten van de levensloop:
- normatief leeftijdsgebonden (taal, motoriek):
o Gebeurtenissen sterk gebonden aan leeftijd en daardoor voorspelbaar, bijv de
puberteit of de menopauze
o Kan ook beïnvloed worden door de cultuur
- normatief historische invloeden
o Gebonden aan geschiedenis = ervaren door mensen geboren rond hetzelfde tijdstip
(cohort of generatie)
, o Cohort= groep mensen die rond dezelfde tijd op dezelfde plek zijn geboren: in een
oorlog, epidemieën, opkomst van internet, wijk roombeek tijdens vuurwerkramp
- niet-normatieve invloeden (persoonsgebonden)
o Onregelmatige gebeurtenissen, beperkt aantal mensen, niet voorspelbaar. Niet veel
voorkomend, bijvoorbeeld een ongeval, scheiding
DE ontwikkeling bestaat niet. Geen ‘normale’ ontwikkeling. Elk kind ontwikkelt zich op zijn eigen
manier. Bestaat wel een soort stabiliteit binnen ontwikkeling. Ontwikkeling toch enigszins
voorspelbaar, niet in termen van zekerheden maar van kansen.
- Normatieve ontwikkelingsstappen (mijlpalen zoals lopen praten)
- Stabiliteit in ontwikkelingspaden (IQ-scores, eerder heel hartelijk later ook)
- Basisthema mbt ontwikkeling
- nature-nurture controverse: nativisme (aanleg, omgeving geen invloed) versus empirisme
(ervaring, ontwikkeling bepalend door omgeving). Combinatie van beiden
- Doorgaande lijn of niet, continue of discontinue:
- Continue: geleidelijk; kwantitatieve verandering (meer van hetzelfde, breid uit wat je hebt)
- Discontinue: abrupt, aparte stadia; kwalitatieve verandering
- Perioden van ontwikkeling:
o Kritieke periode: In een bepaalde periode een bepaalde ervaring ontbreekt, is er
onherroepelijk schade
Ganzen jongeren: eerste bewegende ding wat ze zien hechten ze zich aan ->
gehecht aan de benen van een persoon betekent niet meer aan een gans
kunnen hechten
o Gevoelige periode: In een bepaalde periode is een bepaalde ervaring optimaal, maar
later kan ook nog. Bijvoorbeeld na je 3e pas gaan praten is mogelijk maar er kan wel
meer mis zijn met het praten.
- Domeinen algemene ontwikkeling (ontwikkeling heeft effect op andere gebieden, kan
invloed hebben op ontwikkeling vaardigheden in verschillende domeinen) vs
domein specifieke ontwikkeling (geen effect op ander gebied, apart van elkaar).
Voorbeeld kritische periode: tussen 1957 en 1961 thalidomide door duizenden vrouwen tijdens de
zwangerschap -> tussen dag 21 en 37 van de zwangerschap -> kindje met ontbrekende ledematen of
misvormd
- Theorie:
Een logisch samenhangend geheel van begrippen en relaties, waarmee gepoogd wordt een
bepaald aspect van de werkelijkheid te beschrijven, te verklaren en te voorspellen.
o Voorbeeld hechting
o Ontwikkeling van hechtingsrelatie in 1e jaar (beschrijven)
o Waarom ontwikkelt die band zich? (verklaren)
o Wat is het gevolg hiervan voor latere hechtingsrelaties? (voorspellen)
o Nut van theorie:
Begrijpen = geeft richting en betekenis aan wat we zien
Basis voor praktijk (weten wat te doen: ingrijpen niet ingrijpen)
Behoefte aan wetenschappelijke bevestiging = belang van replicatie
Reminder: theorie geeft geen antwoord op alles
,Theoretische perspectieven:
o Psychodynamisch: gemotiveerd door innerlijke, onbewuste krachten, herinneringen
en conflicten. Hiervan is men nauwelijks bewust en heeft nauwelijks controle over.
Ontwikkeling wordt ‘van binnenuit gestuurd’. Iets van vroeger heeft nog invloed op
nu.
Psychoanalytische theorie van Freud: gaat ervan uit dat onbewuste krachten
bepalend zijn voor iemands persoonlijkheid en gedrag. Negatiever
georiënteerd
Psychosociale theorie van Erikson: Benadering van ontwikkeling die
veranderingen omvat in de manier waarop we aankijken tegen onze
interacties met anderen, het gedrag van anderen en onszelf als leden van
de maatschappij. Positiever georiënteerd.
Meningen psychodynamisch perspectief
Freud
+ Onbewuste invloeden medebepalend voor ons gedrag
- Weinig evidentie (het materiaal waaraan men een hypothese toetst)
- Theorie gebaseerd op kleine onderzoeksgroep (het is dus de vraag of de
theorie toepasbaar is op huidige multiculturele samenleving)
- Voornamelijk op mannelijke ontwikkeling gericht
Erikson
+ Veel steun voor visie dat mensen zich gedurende hun hele leven
Ontwikkelen
- Voornamelijk op ontwikkeling mannen gericht
- Vaag op sommige punten
o Behavioristische: Externe krachten,
waarneembare gedragspatronen.
Klassieke conditionering, Pavlov
Watson: organisme leert op een
bepaalde manier reageren op een
neutrale stimulus die die respons
normaal gesproken niet uitlokt (hond
kwijlt al bij de bel die aangeeft dat er
eten komt)
Little albert wordt bang voor
de rat
operante conditionering, Skinner:
vrijwillig respons kan versterkt of
verzwakt worden door de associatie
met positieve of negatieve
consequenties (gedrag aanleren school
door straf of een beloning te geven)
Sociaal-cognitieve leertheorie (Bandura): leren door het gedrag van een
ander – een model – te observeren
Vb: angst voor slangen overheen gekomen door anderen te observeren die
niet bang zijn (positief)
Vb: The bobo doll experiment (negatief)
Aandacht: je neemt gedrag van model waar
Retentie: je kunt het gedrag op een later tijdstip nog herinneren
, Reproductie: je kunt het gedrag op later tijdstip nog herinneren
Motivatie: je bent gedreven om het gedrag te leren en uit te voeren,
doordat je ziet dat het gedrag iets oplevert
Meningen behavioristisch perspectief
+ Technieken voor bijvoorbeeld beïnvloeden en onderwijzen van kinderen
met verstandelijke beperkingen en aanpakken om agressie in te dammen
- Geen duidelijke verklaring voor leren zonder beloning of straf
- Sommige dingen (bijv taal) waren te ingewikkeld om simpelweg met
stimulus-respons te verklaren
- Theorieën in strijd met elkaar op sommige punten
o Cognitief: Focus op mentale activiteit
Informatieverwerkingstheorie -> continue
Goede manier om ontwikkeling/leerprocessen bij kinderen te simuleren via
computers
Cognitieve ontwikkelingstheorie van Piaget -> focus op kinderen,
discontinue/verschillende stadia
Meningen cognitief perspectief
Piaget
+ Zijn beschrijvingen van de manier waarop cognitieve groei zich tijdens
jeugd voltrekt, staan na 1000-en onderzoeken nog steeds overeind
- Tijdstip van vaardigheden, universaliteit en discontinuïteit van stadia
Informatieverwerkingstheorie
+ Speelt centrale rol in ons begrip van cognitieve ontwikkeling
- Weinig aandacht voor creativiteit
- Weinig aandacht voor sociale context van ontwikkeling