Boek 1: Recht in context, hoofdstuk 5, paragraaf 4: De huidige opvatting over de bronnen van het recht
Het recht als sociaal verschijnsel houdt verband met de structuur van de samenleving, op de volgende punten:
De opvattingen in de samenleving.
De sociale omstandigheden.
De economische omstandigheden.
De aard van de cultuur.
Geografische verhoudingen.
Per soort samenleving verschillen ook de soorten rechtsbronnen:
Premoderne samenleving: er hoeft geen geschreven recht te zijn, maar het recht is de gewoonte of
moraal binnen de samenleving.
Ontwikkelde samenleving: complexere en veelsoortig ontwikkelde rechtsbronnen. Er bestaan dan ook
verschillende soorten rechtsbronnen:
Wetgeving als verdragen: deze rechtsbron wordt gemaakt, veranderd en afgeschaft volgens
procedures die zelf ook weer in het recht zijn vastgelegd. Verdragen staan vaak als rechtsbron
tegenwoordig boven wetgeving.
Gewoonten.
Geschriften van gezaghebbende juristen.
Rechterlijke beslissingen: past niet altijd de wet toe of stelt een regel op die (nog) niet in de wet
voorkomt.
Het recht is binnen zo’n samenleving dan ook een maatschappelijk verschijnsel. Er wordt gekeken
naar behoeften vanuit de maatschappij om het recht op toe te passen. Hierdoor worden gewoonten
en rechtspraak als normale rechtsbron gezien, omdat er afhankelijkheid is van de omstandigheden van
het geval. (contextualisme) Er wordt in rechtspraak dan ook naar redelijkheid en billijkheid gekeken,
om te kijken naar hoe wetgeving moet worden toegepast, al wordt er nog steeds wel gehouden aan
de wet.
Pluralisme van rechtsbronnen: omdat er tegenwoordig veel verschillende soorten regels zijn, die soms
tegenstrijdig met elkaar zijn en op verschillende niveaus functioneren, wordt er gesproken van een
pluraliteit aan rechtsbronnen. Drie wijzen waarop het pluralisme functioneert:
1. Regelgevers: er zijn veel verschillende soorten regels, die soms tegenstrijdig aan elkaar zijn en op
verschillende niveaus functioneren.
2. De aard van de toe te passen regels: niet alle regels hebben dezelfde status en kunnen daardoor
niet zomaar tegen elkaar worden afgewogen.
3. Wetgeving of niet: regels van niet-statelijke oorsprong concurreren soms met wetgeving,
waardoor er gekeken moet worden naar de redelijkheid en billijkheid van het geval en naar
algemene rechtsbeginselen.
Driehoeksmodel en het pluralisme:
1. Normatieve moment: het rechtspositivisme.
2. Ideële moment: de natuurrechtsleer.
3. Actuele moment: eenzijdig door het rechtsrealisme.
De hogere regel gaat voor de lagere.
De bijzondere regel gaat voor de algemene.
Boek 1: Recht in context, hoofdstuk 6, paragraaf 5: Nederland in internationaal perspectief
In het recht zijn er verschillende internationale organisaties die zich hiermee bezig houden:
1. Intergouvernementele organisaties: deze organisaties kunnen alleen afspraken maken door middel
van een verdrag tussen de leden van de organisatie. Iedereen die hier dus mee instemt is gebonden
aan de afspraak/regel.
2. Supranationale organisaties: in zo’n organisatie worden eigen bevoegdheden toegekend aan de
organen van die organisatie. Een deel van de onafhankelijkheid van lidstaten wordt hiermee dus
toegekend aan internationale organisaties.
, Nederland participeert in veel internationale organisaties, waarvan de belangrijkste voor Nederland de
volgende zijn:
De Europese Unie
De samenwerking in de Europese Unie bevat op dit moment 27 lidstaten en er zijn een aantal kandidaat-
lidstaten. De Europese Unie is een supranationale organisatie met een eigen, autonome rechtsorde. Dit houdt
in dat de organen ervan beslissingen kunnen nemen die ook de onderdanen van deze lidstaten meteen binden,
bovendien gaan deze beslissingen voor nationaal recht. Op enkele beleidsterreinen is de Europese Unie wel
gebonden aan algemene verdragen, waardoor het gedeeltelijk intergouvernementeel van aard is. Deze
verdragen zijn:
VEU: Verdrag betreffende de Europese Unie: dit verdrag bepaalt wat de taken zijn van de organen
van de Europese Unie.
VWEU: Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, dit verdrag bepaalt met welke
onderwerpen de Europese Unie zich bezighoudt.
Vier belangrijkste vrijheden van de Europese Unie:
1. Vrij verkeer van personen.
2. Vrij verkeer van goederen.
3. Vrij verkeer van diensten.
4. Vrij verkeer van kapitaal.
Belangrijkste instellingen van de Europese Unie:
De Europese Raad: het hoogste orgaan van de Europese Unie, bestaand uit staatshoofden en
regeringsleiders van de lidstaten, de voorzitter van de Europese Raad en de voorzitter van de Europese
Commissie. Dit orgaan bepaalt het algemene politieke beleid van de Europese Unie.
De Raad van de Europese Unie (Raad van Ministers): bestaat uit de ministers van de lidstaten,
afhankelijk van welk onderwerp zij behandelen.
De Europese Commissie: bestaat niet uit landsvertegenwoordigers, maar uit commissarissen en
ambtenaren die alleen de Europese Commissie dienen. Taken hiervan zijn het controleren van de
naleving van Europese regelgeving door de lidstaten en het nemen van initiatieven voor wetgeving.
Het Europees Parlement: het democratische orgaan van de Europese Unie, waarop alle Europese
burgers kunnen stemmen. Taken hiervan zijn het vaststellen van wetgeving en de begroting en het
controleren van de Commissie.
Het Hof van Justitie van de Europese Unie: rechtsprekende orgaan van de Europese Unie.
Bevoegdheden van de Europese Unie en de lidstaten:
Gedeelde bevoegdheden: de lidstaten oefenen hun bevoegdheden uit, waar de Europese Unie dit nog niet
heeft gedaan, dit worden gedeelde bevoegdheden genoemd.
Exclusieve bevoegdheden: de Europese Unie is alleen beslissingsbevoegd en bepaalt hierin wat de
lidstaten wel en niet mogen. Op deze bevoegdheden mogen de lidstaten wel politieke invloed uitoefenen.
Aan de hand van beide bevoegdheden moeten de lidstaten opereren en de gemaakte regelgeving gaat
dan ook boven nationaal beleid van de lidstaten.
De Raad van Europa
De Raad van Europa is een intergouvernementele organisatie en is de tweede belangrijke organisatie op
Europees niveau. Hier zijn momenteel 47 landen bij aangesloten en de operatie vindt grotendeels plaats aan de
hand van het Europese Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden
(EVRM). Binnen de Raad van Europa is er ook een comité van ministers en een parlementaire vergadering met
vertegenwoordigers uit de lidstaten, maar deze opereert relatief onzichtbaar. Het belangrijkste punt uit de
Raad van Europa is het EVRM.
De Verenigde Naties
De Verenigde Naties opereren wereldwijd en tellen momenteel 193 leden. Er is niet alleen een juridisch
karakter, maar ook een politiek karakter. Organen van de Verenigde Naties: