,Anatomie en embryologie
1.De pancreas bestaat uit twee delen, een exocrien- en een endocrien deel. Hoeveel procent van
het gewicht van de pancreas bestaat uit het endocriene deel?
a. 0,2%
b. 2%
c. 12%
d. 20%
2. Wat produceren de δ-eilandjes van Langerhans?
a. Insuline
b. Glucagon
c. Somastatine
d. Lipase
3. Welk deel van de pancreas wordt van bloed voorzien door de arteria mesenterica superior?
a. De kop van de pancreas
b. Het midden van de pancreas
c. De staart van de pancreas
d. De gehele pancreas
4. Waar bevindt zich de ampulla van Vater?
a. A
b. B
c. C
d. D
e. E
, 5. De pancreas bevindt zich …. ten opzichte van de galblaas.
a. Dorsaal
b. Caudaal
c. Distaal
d. Craniaal
6. Bij hoeveel procent van de mensen hebben de buis van Wirsung en de ductus choledochus beide
een eigen uitgang in het duodenum?
a. 85%
b. 30%
c. 9%
d. 5%
7. Met welke medische ingreep kan de papil van vater op de minst invasieve manier in beeld worden
gebracht?
a. Met een bronchoscopie
b. Met een laparoscopie
c. Met een buikoperatie
d. Met een endoscopie
8. Welke volgorde is juist? Plaats hierbij de sluitspier die zich het dichtste bij de papil van vater
bevindt als eerst
a. Sphincter ampullae, choledochal sfincter, sphincter pancreaticus
b. Choledochal sfincter, sphincter ampullae, sphincter pancreaticus
c. Choledochal sfincter, sphincter pancreaticus, sphincter ampullae
d. Sphincter pancreaticus, sphincter ampullae, sphincter pancreaticus
9. Uit welke embryonale kiemlaag ontstaat de pancreas?
a. Ectoderm
b. Endoderm
c. Mesoderm
d. Digoderm
10. Uit welk deel van de embryonale darm ontstaat de pancreas?
a. De voordam
b. De voor en de middendarm
c. De middendarm
d. De midden en de achterdarm
e. De achterdarm
11. De pancreas produceert verschillende enzymen die het lichaam helpen bij de vertering. Een
van deze enzymen is lipase. Wat is de functie van lipase?
a. Het neutraliseren van verteringssappen die het duodenum in komen
b. Het verbreken van peptide bindingen tussen aminozuren
c. Het verbreken koolstofketens in de darm door aangrijpen op de linear a-1,4-glycoside polymeer
binding
d. Het emulgeren van vet in de darm zodat vetten makkelijker opgenomen kunnen worden