VAIV – Botpunten en gewrichten
Anatomie in vivo – jaar 1, blok A en B
Botpunt / gewricht
Bekken
spina iliaca anterior superior (SIAS) Palpatie
- Uitgangshouding: stand
- Palpeer vanaf de crista iliaca naar ventraal tot het laagste punt.
- Palpeer hier de harde SIAS en geef deze aan met een SF-je.
- Laagste punt kun je ook palperen vanuit de lies. Bij wat adipeuzere mensen
maakt flexie de palpatie gemakkelijker.
spina iliaca posterior superior (SIPS) Palpatie
- Uitgangshouding: stand
- Inspecteer de dorsale zijde van de rug ter hoogte van de crista iliaca. Vaak zijn
hier twee kuiltjes te zien. Beide SIPS zijn vaak te vinden in die kuiltjes.
- Benader vanaf caudaal het onderste aspect van de knobbels en teken ze als SF-
je.
- De kuiltjes ontstaan doordat de huid hier rechtstreeks verbonden is met het bot.
- De kuiltjes kunnen ook verhevenheden zijn als de stand van de ossa coxae
anders is (of bij slanke vrouwen).
- Als de SIPS-en moeilijk te palperen zijn, vraag dan, terwijl je de onderste
aspecten van de SIPS-en palpeert, om langzame flexie van de wervelkolom en je
voelt de SIPS-en onder je vingers verschuiven.
crista iliaca Palpatie
- Uitgangshouding: stand
- Loopt officieel van SIAI naar SIPI, maar die zijn niet palpabel.
- Palpeer van SIAS naar SIPS.
- De rand is niet altijd over de gehele lengte palpabel. Soms wordt dit bemoeilijkt
door de lendenwelving (buikspieren die over de cristarand hangen).
Bovenbeen
tuberculum adductorium Palpatie
- Palpabel direct proximaal van epicondylus medialis, knobbeltje.
- Insertieplaats van m. adductor magnus, dus ook vanuit pees van deze spier te
palperen.
- Deze pees ligt aan de dorso-mediale zijde van de m. vastus medialis. D.m.v.
dwarse palpatie is de pees goed af te tasten tot aan het tuberculum
adductorium, dat op zichzelf niet duidelijk palpabel is.
trochanter major femoris Palpatie
- Meerdere uitgangshoudingen mogelijk: zijlig met bovenste been in adductie /
ruglig / stand
- Vaak te inspecteren door de spieren heen.
- Trochanter major is ovaalvormig te palperen.
- Insertie van m. gluteus medius.
- Palpatie wordt vergemakkelijkt door in buiklig het been te abduceren en
retroflecteren.
- In zijlig promineert het botstuk door de spieren heen, maar is het toch minder
goed te palperen.
,caput ossis femoris / art. coxae Palpatie
- Niet palpabel, maar wel te projecteren aan de ventrale zijde, in het trigonum
femorale.
- Oriëntatiepunten: trochanter major, arteria femoralis.
- Projecteer een horizontaal vlak door de top van de trochanter major naar
mediaal.
- Waar dit vlak de a. femoralis kruist, wordt het centrum van het caput femoris
aangegeven.
- A. femoralis loopt direct ventraal van het caput.
- Projectie van het centrum van het caput femoris is dus de plaats waar
bovenstaande lijnen elkaar kruisen.
Knie
patella Palpatie
- Uitgangshouding: flexie knie.
- Inspectie en palpatie: driehoekig, basis ligt proximaal (aanhechting m.
quadriceps femoris), apex ligt distaal (aanhechting lig. patellae).
- Bij extensie knie en ontspannen m. quadriceps is de patella zijwaarts
verplaatsbaar, waardoor zelfs de dorsale zijde is te benaderen.
condylus lateralis femoris Palpatie
- Uitgangshouding: flexie knie (de gewrichtsholte gaat dan ‘gapen’).
- Inspecteer het lig. patellae met aan weerszijden de condylen.
- Palpeer vanuit de gewrichtsspleet naar proximaal. (Je geeft eigenlijk de rand aan
tussen de condylus (zijkant) en de facies articularis (gewrichtsvlak).)
- Een klein gedeelte naast de patella is niet palpabel (stippelen).
- In de gewrichtsspleet palpeer je tot aan de laterale knieband.
- Proximaal van patella kan je ook nog een klein gedeelte van rand condylus
lateralis palperen.
condylus medialis femoris Palpatie
- Inspecteer het lig. patellae met aan weerszijden de condylen.
- Palpeer vanuit gewrichtsspleet naar proximaal.
- Een klein gedeelte naast de patella is niet palpabel (stippelen).
- Palpeer tot aan mediale knieband.
facies articularis superior tibiae Palpatie
(tibiaplateau) - Plaats aan weerszijden van lig. patellae je vingers in de gewrichtsspleet.
- Als je vanuit deze kuiltjes distaalwaarts palpeert, palpeer je de bovenzijde van de
tibia.
- Palpeer tot aan de laterale kniebanden (ligg. collateralia).
- Bij gebogen knie en endorotatie draait de condylus lateralis naar ventraal, bij
exorotatie promineert de condylus medialis.
, Onderbeen
caput fibulae Palpatie
- Ligt laterodorsaal van de tibia.
- Palpeer de proximale grens.
- Distaal is moeilijker, omdat mm. peronei daar hun origo hebben (stippelen).
- Van de fibula is alleen het proximale deel en het meest distale deel te palperen.
Het overige deel van de fibula wordt bedekt door de mm. peronei.
tuberositas tibiae Palpatie
- Aanhechtingsplaats van lig. patellae.
- Direct distaal van de tibia te vinden.
- Omgekeerde druppelvorm.
- Smalle uitloper (distaal) gaat over in margo anterior.
tuberculum van Gerdy (insertio Palpatie
tractus iliotibialis) (geen officiële - Onderdeel van condylus lateralis tbiae.
terminologie) - Ligt lateraal en iets proximaal van tuberositas tibiae.
- Aanhechtingsplaats van tractus iliotibialis.
margo anterior tibia Palpatie
- Rand loopt van tuberositas tbiae naar maleolus medialis.
- Palpeer van proximaal naar distaal.
malleolus medialis Palpatie
- Mediale zijde van de crurale vork.
- Te inspecteren en palperen als U-vorm.
- Ligt meer proximaal en ventraal dan malleolus lateralis.
Anatomie in vivo – jaar 1, blok A en B
Botpunt / gewricht
Bekken
spina iliaca anterior superior (SIAS) Palpatie
- Uitgangshouding: stand
- Palpeer vanaf de crista iliaca naar ventraal tot het laagste punt.
- Palpeer hier de harde SIAS en geef deze aan met een SF-je.
- Laagste punt kun je ook palperen vanuit de lies. Bij wat adipeuzere mensen
maakt flexie de palpatie gemakkelijker.
spina iliaca posterior superior (SIPS) Palpatie
- Uitgangshouding: stand
- Inspecteer de dorsale zijde van de rug ter hoogte van de crista iliaca. Vaak zijn
hier twee kuiltjes te zien. Beide SIPS zijn vaak te vinden in die kuiltjes.
- Benader vanaf caudaal het onderste aspect van de knobbels en teken ze als SF-
je.
- De kuiltjes ontstaan doordat de huid hier rechtstreeks verbonden is met het bot.
- De kuiltjes kunnen ook verhevenheden zijn als de stand van de ossa coxae
anders is (of bij slanke vrouwen).
- Als de SIPS-en moeilijk te palperen zijn, vraag dan, terwijl je de onderste
aspecten van de SIPS-en palpeert, om langzame flexie van de wervelkolom en je
voelt de SIPS-en onder je vingers verschuiven.
crista iliaca Palpatie
- Uitgangshouding: stand
- Loopt officieel van SIAI naar SIPI, maar die zijn niet palpabel.
- Palpeer van SIAS naar SIPS.
- De rand is niet altijd over de gehele lengte palpabel. Soms wordt dit bemoeilijkt
door de lendenwelving (buikspieren die over de cristarand hangen).
Bovenbeen
tuberculum adductorium Palpatie
- Palpabel direct proximaal van epicondylus medialis, knobbeltje.
- Insertieplaats van m. adductor magnus, dus ook vanuit pees van deze spier te
palperen.
- Deze pees ligt aan de dorso-mediale zijde van de m. vastus medialis. D.m.v.
dwarse palpatie is de pees goed af te tasten tot aan het tuberculum
adductorium, dat op zichzelf niet duidelijk palpabel is.
trochanter major femoris Palpatie
- Meerdere uitgangshoudingen mogelijk: zijlig met bovenste been in adductie /
ruglig / stand
- Vaak te inspecteren door de spieren heen.
- Trochanter major is ovaalvormig te palperen.
- Insertie van m. gluteus medius.
- Palpatie wordt vergemakkelijkt door in buiklig het been te abduceren en
retroflecteren.
- In zijlig promineert het botstuk door de spieren heen, maar is het toch minder
goed te palperen.
,caput ossis femoris / art. coxae Palpatie
- Niet palpabel, maar wel te projecteren aan de ventrale zijde, in het trigonum
femorale.
- Oriëntatiepunten: trochanter major, arteria femoralis.
- Projecteer een horizontaal vlak door de top van de trochanter major naar
mediaal.
- Waar dit vlak de a. femoralis kruist, wordt het centrum van het caput femoris
aangegeven.
- A. femoralis loopt direct ventraal van het caput.
- Projectie van het centrum van het caput femoris is dus de plaats waar
bovenstaande lijnen elkaar kruisen.
Knie
patella Palpatie
- Uitgangshouding: flexie knie.
- Inspectie en palpatie: driehoekig, basis ligt proximaal (aanhechting m.
quadriceps femoris), apex ligt distaal (aanhechting lig. patellae).
- Bij extensie knie en ontspannen m. quadriceps is de patella zijwaarts
verplaatsbaar, waardoor zelfs de dorsale zijde is te benaderen.
condylus lateralis femoris Palpatie
- Uitgangshouding: flexie knie (de gewrichtsholte gaat dan ‘gapen’).
- Inspecteer het lig. patellae met aan weerszijden de condylen.
- Palpeer vanuit de gewrichtsspleet naar proximaal. (Je geeft eigenlijk de rand aan
tussen de condylus (zijkant) en de facies articularis (gewrichtsvlak).)
- Een klein gedeelte naast de patella is niet palpabel (stippelen).
- In de gewrichtsspleet palpeer je tot aan de laterale knieband.
- Proximaal van patella kan je ook nog een klein gedeelte van rand condylus
lateralis palperen.
condylus medialis femoris Palpatie
- Inspecteer het lig. patellae met aan weerszijden de condylen.
- Palpeer vanuit gewrichtsspleet naar proximaal.
- Een klein gedeelte naast de patella is niet palpabel (stippelen).
- Palpeer tot aan mediale knieband.
facies articularis superior tibiae Palpatie
(tibiaplateau) - Plaats aan weerszijden van lig. patellae je vingers in de gewrichtsspleet.
- Als je vanuit deze kuiltjes distaalwaarts palpeert, palpeer je de bovenzijde van de
tibia.
- Palpeer tot aan de laterale kniebanden (ligg. collateralia).
- Bij gebogen knie en endorotatie draait de condylus lateralis naar ventraal, bij
exorotatie promineert de condylus medialis.
, Onderbeen
caput fibulae Palpatie
- Ligt laterodorsaal van de tibia.
- Palpeer de proximale grens.
- Distaal is moeilijker, omdat mm. peronei daar hun origo hebben (stippelen).
- Van de fibula is alleen het proximale deel en het meest distale deel te palperen.
Het overige deel van de fibula wordt bedekt door de mm. peronei.
tuberositas tibiae Palpatie
- Aanhechtingsplaats van lig. patellae.
- Direct distaal van de tibia te vinden.
- Omgekeerde druppelvorm.
- Smalle uitloper (distaal) gaat over in margo anterior.
tuberculum van Gerdy (insertio Palpatie
tractus iliotibialis) (geen officiële - Onderdeel van condylus lateralis tbiae.
terminologie) - Ligt lateraal en iets proximaal van tuberositas tibiae.
- Aanhechtingsplaats van tractus iliotibialis.
margo anterior tibia Palpatie
- Rand loopt van tuberositas tbiae naar maleolus medialis.
- Palpeer van proximaal naar distaal.
malleolus medialis Palpatie
- Mediale zijde van de crurale vork.
- Te inspecteren en palperen als U-vorm.
- Ligt meer proximaal en ventraal dan malleolus lateralis.