Landkaartje (vragen over het recht)
- Empirisch Empirische werkelijkheid zintuiglijke waarneming
i. Voorbeeld: In hoeveel geschillen wordt er geschikt? Hoe heeft de Hoge
Raad in een bepaald geval geoordeeld?
ii. Descriptief/Feitelijk beschrijft de werkelijkheid
- Conceptueel analyse van inhoud van begrippen
i. Voorbeeld: Wat is redelijkheid en billijkheid?
ii. Literatuuronderzoek
- Interpretatief Hoe pas je recht toe in een concreet geval?
i. Voorbeeld: Wat betekent het recht in een concreet geval, dus
rechtsvragen
ii. Dit gaat verder dan slechts analyse van begrip je interpreteert het
ook
- Normatief Waardering van werkelijkheid of hoe werkelijkheid zou moeten
zijn (prescriptief) moreel waardeoordeel
i. Meningen
ii. Voorbeeld: Is het goed? Is het wenselijk? Hoe kan het beter? Wordt
ergens positief/negatief over gesproken?
Descriptief stand van werkelijkheid beschrijven
- Empirische en conceptuele vragen of uitspraken
Normatief waardeoordeel of prescriptief
- Interpretatieve en normatieve uitspraken of vragen
Intern perspectief hoe kijkt een jurist naar recht + rechtsvragen (interpretatief)
Extern perspectief andere vragen over recht, vraag over het recht zelf en niet een
rechtsvraag
- Vraag over recht: hoe functioneert het recht? Werkt het recht in de praktijk? Is
het rechtvaardig? Wat is er gebeurd?
- Rechtsvraag (zij betreft altijd een ‘mogen’ of ‘moeten’ of ‘behoren’): hoe wordt
een rechtsregel toegepast? Wat moet er beslist worden?
Verhullend argumenteren
Verhullend argumenteren houdt in dat antwoorden op vragen over het recht worden
gepresenteerd als rechtsinterpretatieve uitspraken. Dit betekent dat juridische
argumenten worden gebruikt om een uitspraak te legitimeren. Deze legitimatie
verhult de manier waarop de rechter daadwerkelijk tot zijn of haar uitspraak is
gekomen.
, Week 2 – Rechterlijke oordeelsvorming: rechtspositivisme en
rechtsrealisme
Rechtsrealisme voorspelling van rechterlijke uitspraken, meer dan alleen
rechtsregels; hoe fungeert het recht in de praktijk en wat is de effectiviteit ervan?
Hunches – vermoedens + onderbuikgevoelens bepaald door hunches-
producers (meestal politieke, morele en sociale vooroordelen van de rechter
en zijn persoonlijkheid etc.)
Rechters doen slechts alsof ze regels toepassen
- Eerst conclusive trekt meteen een conclusie over iets in zijn hoofd
- Daarna zoekt de rechter hier een onderbouwing bij
- Er is een grote vrijheid voor de rechter
Er is geen onbeperkte vrijheid Llewellyn
- Rechter kan soms niet anders dan tot bepaald oordeel te komen
- Dit omdat legitimatie vereist is (onderbouwing hebt d.m.v. artikelen = logische
ladders)
- Voortbouwen op bestaande recht
Frank
- De rechter zal telkens sympathie/antipathie voelen voor een bepaalde partijen
bepalend voor hoe de rechter later oordeelt
- De rechter kijkt eerst naar uitkomst
Rechtspositivisme welke regels zijn er in het positieve recht?
Grondlegger is hart
- Bepaaldheid van het recht
- Tussenpositie
- Primaire en secundaire regels
Hart
1. Taal heeft een open textuur kunnen problemen door ontstaan
2. Regels zijn heel belangrijk (combinatie van primair en secundair)
i. Primair (rechten en plichten) leidt tot onzekerheid, statisch karakter,
en is niet handhaafbaar
ii. Secundair oplossing voor problemen in samenleving waar je alleen
primaire regels hebt (veranderingsregels, handhavingregels,
herkenningsregels)
Er is geen noodzakelijk verband tussen recht en moraal (risicovol; bv de
toeslagenaffaire)
Plain cases duidelijk geval
Borderline cases open textuur van taal
Grensgeval, rechter moet knoop doorhakken = discretie = keuze maken