Medische verrichtingen anesthesie
een geneeskunde die zich bezig houd met plaatselijke verdoving. Anesthesie schakelt het
centrale zenuwstelsel uit.
de anesthesioloog geeft toestemming voor de operatie. Eerst worden er kleine onderzoeken
gedaan of je allergieën hebt. Je hebt verschillende soorten anesthesie
algehele anesthesie (narcose) -> hierbij wordt het hele lichaam verdoofd en ben je
tijdelijk buiten bewust zijn. Wordt toegediend via infuus of kapje.
bijwerkingen:
- na de operatie kan je wat slaperig voelen
- misselijkheid
- braken
- dromerig
- heesheid
- keelpijn
complicaties: ernstige complicaties komen weinig voor bij een algehele anesthesie. Er kan
een allergische reactie optreden op de medicaties, bij het inbrengen van de
beademingsbuisjes kan het gebit beschadigd worden, door een foute houding tijdens de
operatie kan je arm of been beklemd raken waardoor je tijdelijk last kan krijgen van
tintelingen of krachtverlies.
loco-regionale anesthesie -> hierbij wordt er een deel van het lichaam tijdelijk
gevoelloos gemaakt (zenuwblokkade en ruggenprik)
ruggenprik: hiermee kan het hele onderlichaam verdoofd worden. (spinale of epidurale
anesthesie)
spinale anesthesie: hierbij wordt er een verdovingsvloeistof ingespoten in de ruimte waar
ruggenmergvloeistof zit. Dit werkt heel snel, je zult merken doordat de benen gaan tintelen.
Je onderlichaam wordt helemaal slap nadat het is ingewerkt. Het uitwerking is afhankelijk
van de medicijn toegediend wordt. Uitwerking kan dan 6 uur duren totdat het volledig is
uitgewerkt. Als de verdoving aan het uitwerken is kan er pijn optreden.
Epidurale anesthesie: hierbij wordt de verdovingsvloeistof rondom de ruggenmergvlies
gespoten. Deze verdoving werkt langzamer dan de spinale anesthesie. Deze techniek kan
toegediend worden door een katheter (slangentje) waarop een pijnpomp wordt
aangesloten. Via het slangentje wordt er een pijnstilling toegediend.
Bijwerkingen:
- tijdens de ingreep kan er een lage bloeddruk optreden
- de verdoving naar je bovenlichaam oplopen. Dit kan je merken door dat je handen
gaan tintelen en misschien moeilijker adem kan halen. De anesthesioloog zal extra
zuurstof toevoegen. (spinale anesthesie)
een geneeskunde die zich bezig houd met plaatselijke verdoving. Anesthesie schakelt het
centrale zenuwstelsel uit.
de anesthesioloog geeft toestemming voor de operatie. Eerst worden er kleine onderzoeken
gedaan of je allergieën hebt. Je hebt verschillende soorten anesthesie
algehele anesthesie (narcose) -> hierbij wordt het hele lichaam verdoofd en ben je
tijdelijk buiten bewust zijn. Wordt toegediend via infuus of kapje.
bijwerkingen:
- na de operatie kan je wat slaperig voelen
- misselijkheid
- braken
- dromerig
- heesheid
- keelpijn
complicaties: ernstige complicaties komen weinig voor bij een algehele anesthesie. Er kan
een allergische reactie optreden op de medicaties, bij het inbrengen van de
beademingsbuisjes kan het gebit beschadigd worden, door een foute houding tijdens de
operatie kan je arm of been beklemd raken waardoor je tijdelijk last kan krijgen van
tintelingen of krachtverlies.
loco-regionale anesthesie -> hierbij wordt er een deel van het lichaam tijdelijk
gevoelloos gemaakt (zenuwblokkade en ruggenprik)
ruggenprik: hiermee kan het hele onderlichaam verdoofd worden. (spinale of epidurale
anesthesie)
spinale anesthesie: hierbij wordt er een verdovingsvloeistof ingespoten in de ruimte waar
ruggenmergvloeistof zit. Dit werkt heel snel, je zult merken doordat de benen gaan tintelen.
Je onderlichaam wordt helemaal slap nadat het is ingewerkt. Het uitwerking is afhankelijk
van de medicijn toegediend wordt. Uitwerking kan dan 6 uur duren totdat het volledig is
uitgewerkt. Als de verdoving aan het uitwerken is kan er pijn optreden.
Epidurale anesthesie: hierbij wordt de verdovingsvloeistof rondom de ruggenmergvlies
gespoten. Deze verdoving werkt langzamer dan de spinale anesthesie. Deze techniek kan
toegediend worden door een katheter (slangentje) waarop een pijnpomp wordt
aangesloten. Via het slangentje wordt er een pijnstilling toegediend.
Bijwerkingen:
- tijdens de ingreep kan er een lage bloeddruk optreden
- de verdoving naar je bovenlichaam oplopen. Dit kan je merken door dat je handen
gaan tintelen en misschien moeilijker adem kan halen. De anesthesioloog zal extra
zuurstof toevoegen. (spinale anesthesie)