MODULE 1
ZORG OP MAAT
1
,Inhoudsopgave
Geestelijke gezondheid zorg.
Hoofdstuk 6 Methodisch begeleiden in de GGZ. p. 3
Hoofdstuk 31 Ethiek in de GGZ. p. 5
Kraamzorg.
Hoofdstuk 8 Zorg tijdens de zwangerschap. p. 6
Hoofdstuk 12 Zorg bij de bevalling. p. 13
Hoofdstuk 28 Maatschappelijke ontwikkelingen. p. 19
Gehandicaptenzorg.
Hoofdstuk 1 Zorgvragers in de gehandicaptenzorg. p. 24
Hoofdstuk 24 Bijzondere ondersteuningsmethodieken. p. 29
Hoofdstuk 28 Kwaliteitszorg en wetgeving. p. 32
Hoofdstuk 31 Maatschappelijke ontwikkelingen en gehandicaptenzorg. p. 33
Hoofdstuk 32 Ethische dilemma’s in de gehandicaptenzorg. p. 35
VVT1.
Hoofdstuk 1 Zorgvragers in de VVT. p. 36
Hoofdstuk 3 Van intake tot beëindiging hulpverlening. p. 37
Hoofdstuk 4 Zorgproces in de VVT. p. 39
Hoofdstuk 6 Zorg en begeleiding van chronisch zieke zorgvragers. p. 40
Hoofdstuk 7 Samenwerken met mantelzorgers en vrijwilligers. p. 45
Hoofdstuk 10 Zorgvragers met dementie: zorg en begeleiding. p. 47
Hoofdstuk 36 Geriatrische revalidatie p. 52
NTI proef examen en antwoorden uit leeromgeving p. 55
Mogelijke Examenvragen module 1 p. 60
2
, Geestelijke gezondheidszorg
Hoofdstuk 6 Methodisch begeleiden in de GGZ
Wat is Methodisch begeleiden?
Het bewust kiezen van voor een passende begeleidingsstijl bij de zorgvrager of een groep
zorgvragers.
Hoe kies je de juiste begeleidingsstijl?
• Weet welke doelen je met de begeleiding wilt bereiken.
• Inschatten in hoe verre de zorgvrager in staat en bereid is om uit te voeren wat je van
hem/haar verwacht.
Van welke 2 aspecten hangt je doel bereiken af en wat houden deze in?
• Taakbekwaamheid – In hoeverre heb je de mogelijkheid om de taak uit te voeren.
• Motivatie – In hoeverre ben je gemotiveerd om de taak uit te voeren die nodig is om je
doel te bereiken.
Wat is taakvolwassenheid?
Mate van in staat zijn en gemotiveerd zijn om een taak uit te voeren.
Hoe schat je taakvolwassenheid in?
• Kan de zorgvrager de taak uitvoeren? (ervaring, kennis en inzicht, vermogen)
• Wil de zorgvrager de taak uitvoeren? (gemotiveerd, zelfvertrouwen, willen en kunnen)
Wat zijn de gedragselementen van begeleiden en wat houden ze in?
• Geven van sturing – Beslissingen nemen voor de zorgvrager, Hem vertellen wanneer en
hoe hij iets moet doen, Controleren, Hem bewegen naar de juiste beslissingen.
• Ondersteuning – Zorgvrager aanmoedigen/bemoedigen, Luisteren, complimenteren,
troosten en advies geven.
Wat zijn de combinaties van taakvolwassenheid?
• Combinatie 1 – Niet in staat, weinig mogelijkheden/niet gemotiveerd – sturing gericht
begeleiden. (Directief)
• Combinatie 2 – Niet in staat, weinig mogelijkheden/wel gemotiveerd – Zowel sturen als
ondersteunen. (Overtuigend)
• Combinatie 3 – Wel in staat, voldoende mogelijkheden/niet gemotiveerd –
Ondersteunend begeleiden. (Participerend)
• Combinatie 4 – Wel in staat, Voldoende mogelijkheden/gemotiveerd – In beperkte mate
ondersteunen. (Delegerend)
Beschrijf directieve begeleidingsstijl.
Voorschrijven en zeggen hoe iets moet gebeuren, richtinggevend en sterk controlerend.
3
ZORG OP MAAT
1
,Inhoudsopgave
Geestelijke gezondheid zorg.
Hoofdstuk 6 Methodisch begeleiden in de GGZ. p. 3
Hoofdstuk 31 Ethiek in de GGZ. p. 5
Kraamzorg.
Hoofdstuk 8 Zorg tijdens de zwangerschap. p. 6
Hoofdstuk 12 Zorg bij de bevalling. p. 13
Hoofdstuk 28 Maatschappelijke ontwikkelingen. p. 19
Gehandicaptenzorg.
Hoofdstuk 1 Zorgvragers in de gehandicaptenzorg. p. 24
Hoofdstuk 24 Bijzondere ondersteuningsmethodieken. p. 29
Hoofdstuk 28 Kwaliteitszorg en wetgeving. p. 32
Hoofdstuk 31 Maatschappelijke ontwikkelingen en gehandicaptenzorg. p. 33
Hoofdstuk 32 Ethische dilemma’s in de gehandicaptenzorg. p. 35
VVT1.
Hoofdstuk 1 Zorgvragers in de VVT. p. 36
Hoofdstuk 3 Van intake tot beëindiging hulpverlening. p. 37
Hoofdstuk 4 Zorgproces in de VVT. p. 39
Hoofdstuk 6 Zorg en begeleiding van chronisch zieke zorgvragers. p. 40
Hoofdstuk 7 Samenwerken met mantelzorgers en vrijwilligers. p. 45
Hoofdstuk 10 Zorgvragers met dementie: zorg en begeleiding. p. 47
Hoofdstuk 36 Geriatrische revalidatie p. 52
NTI proef examen en antwoorden uit leeromgeving p. 55
Mogelijke Examenvragen module 1 p. 60
2
, Geestelijke gezondheidszorg
Hoofdstuk 6 Methodisch begeleiden in de GGZ
Wat is Methodisch begeleiden?
Het bewust kiezen van voor een passende begeleidingsstijl bij de zorgvrager of een groep
zorgvragers.
Hoe kies je de juiste begeleidingsstijl?
• Weet welke doelen je met de begeleiding wilt bereiken.
• Inschatten in hoe verre de zorgvrager in staat en bereid is om uit te voeren wat je van
hem/haar verwacht.
Van welke 2 aspecten hangt je doel bereiken af en wat houden deze in?
• Taakbekwaamheid – In hoeverre heb je de mogelijkheid om de taak uit te voeren.
• Motivatie – In hoeverre ben je gemotiveerd om de taak uit te voeren die nodig is om je
doel te bereiken.
Wat is taakvolwassenheid?
Mate van in staat zijn en gemotiveerd zijn om een taak uit te voeren.
Hoe schat je taakvolwassenheid in?
• Kan de zorgvrager de taak uitvoeren? (ervaring, kennis en inzicht, vermogen)
• Wil de zorgvrager de taak uitvoeren? (gemotiveerd, zelfvertrouwen, willen en kunnen)
Wat zijn de gedragselementen van begeleiden en wat houden ze in?
• Geven van sturing – Beslissingen nemen voor de zorgvrager, Hem vertellen wanneer en
hoe hij iets moet doen, Controleren, Hem bewegen naar de juiste beslissingen.
• Ondersteuning – Zorgvrager aanmoedigen/bemoedigen, Luisteren, complimenteren,
troosten en advies geven.
Wat zijn de combinaties van taakvolwassenheid?
• Combinatie 1 – Niet in staat, weinig mogelijkheden/niet gemotiveerd – sturing gericht
begeleiden. (Directief)
• Combinatie 2 – Niet in staat, weinig mogelijkheden/wel gemotiveerd – Zowel sturen als
ondersteunen. (Overtuigend)
• Combinatie 3 – Wel in staat, voldoende mogelijkheden/niet gemotiveerd –
Ondersteunend begeleiden. (Participerend)
• Combinatie 4 – Wel in staat, Voldoende mogelijkheden/gemotiveerd – In beperkte mate
ondersteunen. (Delegerend)
Beschrijf directieve begeleidingsstijl.
Voorschrijven en zeggen hoe iets moet gebeuren, richtinggevend en sterk controlerend.
3