s1329383
College 1: de Indische Oceaan - Gommans (21/3)
Er zal in de komende colleges vooral gekeken worden naar de verspreiding van ideeën.
Er werd lange tijd naar de wereldgeschiedenis gekeken als blokjes die zich vanuit een centrum
uitbreiden.
De Indische Oceaan wordt wel gezien als een Aziatische Méditerranée: het is een verbinding tussen
onder andere Europa en Azië. Deze verbindingen kunnen ook gevormd worden via aride zones en
rivieren. De geografie van een gebied is dus van belang als je wil kijken naar de verbindingen die in
een gebied gelegd kunnen worden. Mensen en dieren kunnen zich via deze verbindingen makkelijk
ontwikkelen en verspreiden. Ook goederen worden makkelijk verspreid via zo’n verbinding. Dit werd
op verschillende manieren georganiseerd: eerst via handelsdiaspora (een groep verspreidde zich over
een gebied maar bleef contact houden met het centrum, voorbeelden zijn de Armeniërs en de
Joden), later via compagnieën (al kan je die ook zien als een soort diaspora). Handelsdiaspora’s
bestonden al eeuwen voor het monopolie van de compagnie.
De circuits op het kaartje (behalve de Méditerranée) ontstonden
ongeveer in de 8e eeuw. Daarvoor was er wel interactie tussen de
gebieden, maar niet heel regelmatig en intensief. Er is dus sprake
van een continuüm. Gommans heeft een hekel aan een sterke
scheiding tussen Azië en Europa, omdat die er dus eigenlijk niet
is.
Katoen speelde al in de Romeinse tijd een rol.
We hebben het dus over (Afro-)Eurazië. Wat is een continuüm,
en wat betekent het voor onze ideeën over beschaving? We
moeten het idee loslaten dat er een kern van beschaving was, er
is juist sprake van entanglements (al denkt Gommans dat het
debat hierover is te ver doorgeslagen is). De kern en de grenzen
van een beschaving zijn moeilijk te definiëren. Een voorbeeld:
Nederlandse tulpen komen uit het Ottomaanse Rijk, dus er zijn wel kernwaarden (in dit geval de
tulpen), maar die zijn ontstaan uit interactie.
De nieuwe term: cosmopolis. Dit is een beschaving, maar dan zonder een vast centrum, of met
meerdere centra. Deze beschaving is verbonden door een vernacular (vernacularization), een vaste
taal die verbindt. Voorbeelden hiervan zijn het Aramees (Perzië), Koinè (Hellenistische wereld),
Sanskrit (Indische wereld, vooral in teksten en rituelen), Arabisch (via Islam) en Engels. Een casus: het
Mongools. De Mongolen veroverden de hele wereld, maar men sprak niet echt Mongools. Toch zijn
er wel meerdere pogingen gedaan om via de taal het enorme rijk bij elkaar te houden.
Periodisering: er zijn enkele periodes geweest waarin de globalisering in de Indische wereld
intensiever was:
1. Derde eeuw v.Chr.: Alexander (Sikandar)
Hellenisme