Historische Ontwikkeling van het Recht
23 juni 2015
Uitwendig Deel
1. De uitvaardiging van de Wet van de Twaalf Tafelen (lex Duodecim Tabularum)
had als doel om het recht voor iedere inwoner van Rome toegankelijk en begrijpelijk
te maken. Waarom werd dit doel aanvankelijk niet bereikt?
a. Het grootste deel van de Romeinen was ongeletterd.
b. De regels van de Twaalftafelenwet waren niet verbindend voor rechters.
c. De uitleg van de Twaalftafelenwet bleef voorbehouden aan het priestercollege.
d. De Twaalftafelenwet was alleen van toepassing op patriciërs en niet op plebejers.
Antwoord C: zie prota U 2, p5+6 ‘zo had Rome al in 450 v.c. een wetgeving(...). Wie
nu gedacht zou hebben dat daarmee aan de rechtsonzekerheid van de plebs een einde
was gekomen, komt bedrogen uit. De uitleg bleef in handen van de patriciërs, die de
regels, volgens welke zij de twaalftafelenwet interpreteerden, niet openbaar maakten.
Tot deze interpretatio hadden de plebejers geen toegang.’
2. Wat was het verschil tussen het ius gentium enerzijds en het ius civile anderzijds,
zoals die begrippen werden gehanteerd door de Romeinse juristen?
a. Het ius gentium valt te vergelijken met het moderne volkenrecht, terwijl het ius
civile ziet op het privaatrecht.
b. Het ius gentium werd uitsluitend door de keizer toegepast, terwijl het ius civile
door lagere magistraten werd gehandhaafd.
c. Het ius gentium gold voor alle inwoners van het Romeinse rijk, terwijl het ius
civile alleen gold voor Romeinse burgers.
d. Het ius gentium bestond uitsluitend uit algemene rechtsbeginselen, waaruit het
ius civile vervolgend werd afgeleid.
Antwoord: C, ius gentium betekend vrij vertaald: ‘het recht der volkeren’, dit houdt
niet in dat het te vergelijken is met het moderne volkerenrecht, maar het ius gentium
is het recht waarvan de Romein vonden dat het in alle landen het zelfde was.
Bijvoorbeeld: Een koopovereenkomst bracht een verplichting tot betaling en een
verplichting tot levering voort. Dat was bij de Romeinen zo, maar ook bij de Grieken,
egyptenaren, etc etc. kortgezegd is het ius gentium de rechtsregels die ieder beschaafd
volk kende en in acht nam. Daartegenover stond het ius civile, wat door het volk
gemaakt werd en bestond uit: de gewoonte, lex (wetgeving), plebiscitum (wetgeving)
en senatusconsultum (senaatsbesluiten). (zie prota U 2+3 en sheets HC 1)
3. Welke concessie aan de vergadering van de plebejers (consilium plebis) werd
afgedwongen door in staking te gaan en te dreigen met afscheiding in een eigen staat?
a. De instelling van volkstribunen (tribuni plebis) met vetorecht.
b. De openbaarmaking van de rechtsgeleerde uitleg van het ius civile.
c. De openbare voedselvoorziening door graanuitdeling onder de armen (annona).
d. De toegang tot het ambt van stadspraetor (praetor urbanus).
Antwoord: A, zie prota U 2. ‘vijftien jaar na het ontstaan van de republiek kwam het
tot zon ernstige botsing tussen deze twee bevolkingsgroepen [plebs/patriciers] of, zo
men wil, klassen dat de plebs zich afscheidde, de stad uittrok naar de Heilige Berg,